GERRIT JAN WOLFFENSPERGER

ZIJN TAAL is bovenal smetteloos. Als zijn gehele voorkomen en optreden. Als hij geen das draagt, blijft de geest van de strop aanwezig, en de handen in de zakken van de spijkerbroek verraden een gedisciplineerde nonchalance....

KEES FENS

Wanneer hij zich een enkele keer in een toespraak een heel lichte platitude veroorlooft - meestal in een poging tot humor - neutraliseert het maatwerk van zijn uitspraak het effect. De toehoorders lachen al even keurig. Als hij echt poseert voor een foto laat hij het voorhoofd licht ironisch rimpelen, maar na de laatste klik zal daar de strakheid van de ernst weer zijn.

Hij is zo door cultuur en wetenschap gestreken, dat het geforceerd aandoet wanneer hij uit de plooi komt. Ook in zijn spreken. En dat geldt voor humor en voor woede. Gerrit Jan Wolffensperger is nooit kwaad, hij toont zich kwaad, hij demonstreert boosheid. Hij verstoort zelf even het harmoniemodel dat hij is. Zijn partijgenoot Nuis heeft dat ook. Zij spelen de rol van de geprikkelde. Dan blijft zelfs de heftigheid keurig.

Hij heeft ooit een concours in parlementaire welsprekendheid gewonnen. De uitslag was voorspelbaar. Beter dan hij spreekt niemand in de Tweede Kamer. Maar welsprekendheid is een welhaast autonoom gegeven. Ze is meetbaar buiten de persoon van de spreker om. Ze is superieure vaardigheid, misschien een kunst. Maar ze overtuigt alleen van haar eigen kwaliteiten. De kampioen welsprekendheid verraadt de zwakte van zijn vaardigheid wanneer persoonlijke zaken in het geding zijn, wanneer hij in het nauw wordt gebracht ook. Welsprekendheid functioneert alleen in bovenpersoonlijke zaken.

Na wat een faux pas van hem werd geacht in de discussie over de gouden handdruk die zijn partijgenote minister Sorgdrager in de grootste moeilijkheden bracht, was het verweer van Wolffensperger bijna hulpeloos: de taal verliet hem, alleen de eigen taal bleef over. Er kwamen scherpe trekken in zijn gezicht en in de ogen doofde het succesvolle licht van de slimheid uit. Zonder taal is Wolffensperger weinig. Je zag een schitterend zittend pak voor je ogen kreukelen.

Wellicht is het formele in zijn optreden en taal terug te voeren tot zijn juridische opleiding. En het nonchalante tot de studententijd. Hoewel het laatste ook een gevoel voor modieuze effecten verraadt. Het dispuut-achtige dat zijn optreden in de Kamer kenmerkt en dat onweerstaanbaar is voor zijn opponenten, die willen menen wat ze zeggen, is zijn kracht en zijn zwakte, als van zijn partij, waarvan de grote bijeenkomsten mij altijd aan de reünie van een jaarclub doen denken.

De kracht is de vaardigheid en de schijnbare moeiteloosheid, het jongensachtige ook enigszins, en in dat opzicht geeft de voorzitter van de partij, wiens kroonprins Wolffensperger steeds maar werd en wordt geacht, het glanzende voorbeeld. De zwakte is, zeker in de Nederlandse cultuur, het plezier dat het disputeren verraadt, plezier ook in de formulering. Dat wordt gauw als uiting van kunst om de kunst gezien.

Een doel, laat staan een programma, lijkt er niet te zijn. Een persoonlijke stellingname al evenmin (die wordt door de taal onmogelijk gemaakt). De winnaar wordt gemakkelijk de veel onhandiger spreker, want die richt de aandacht op de inhoud en niet op de vorm. Het is de niet te overtreffen begaafdheid van Van Mierlo, zijn zekerheden en plezier met prachtig ingebouwde aarzelingen te demonstreren en zijn gelijk ermee te versterken. En met zijn spontane lach aan het einde lijkt hij begrip te tonen voor de ander. Die dan ook vaak meteen zijn standpunt overneemt.

De lach van Wolffensperger is een poging tot ontplooiing van een glimlach. Die wint niet. Wanneer hij in een toespraak geestig wil zijn, bewijst zijn taal hoe overdacht de grap is, in een wat uitgewerkte woordspeling bijvoorbeeld. De kunst van het spontaan brengen van het bedachte is hem vreemd. Ik denk dat de welsprekendheid dat onmogelijk maakt, het formele in zijn aard ook, dat wel eens met een ernstige ondergrond te maken kan hebben.

Dat formele heeft mede als gevolg dat Wolffensperger zonder de allerlichtste neiging tot spot zijn kwaliteiten en ambities kan verwoorden. De jurist, die ook nog econoom is, verklaarde in een interview - hij had toen voor de politiek gekozen - dat hij natuurlijk hoogleraar had kunnen worden. In een ander vraaggesprek, met de Volkskrant, verklaarde hij nog wel te hebben gedacht over een definitieve terugkeer naar zijn vak van jurist.

'Als rechter, of als lid van de Raad van State. Ik heb ook wel eens moeten nadenken over de vraag of ik hoofdredacteur van een dagblad wilde worden.' Alleen zonder enige humor kan men suggereren dat alle deuren voor je openstaan en tegelijk het omgekeerde effect bereiken: dat je blij mag zijn als een deur op een kier wordt gezet. Maar wanneer je jezelf suggereert dat je alle sleutels op zak hebt, kun je een, althans uiterlijk, gelukkig en vooral geslaagd leven leiden. Het kan heel on-Nederlands worden geacht, rechtstreeks voor je eigen kwaliteiten uit te komen. En dan is mijn reactie zeer Nederlands.

Bij mijn weten heeft hij zich in het publiek alleen over zijn wetenschappelijke en politieke ambities uitgelaten. Ik vermoed nog een derde, maar die zal verloren zijn gegaan: een artistieke en die moet ook een non-conformistische zijn geweest, een tikje anarchistisch misschien, hoewel zijn jeugd bij de padvinderij al voor de eerste uiterlijke vormelijkheid kan hebben gezorgd.

Soms, wanneer de gelegenheid een volkomen ongedwongenheid toestaat, wordt die oude gestalte of ambitie even zichtbaar: hij maakt een proces van verjonging door en zijn eeuwige jeugd wijkt even voor een echte.

BIJ EEN medewerkersvergadering van deze krant, al weer lang geleden, hield ik hem voor een nieuwe medewerker van de kunstredactie. Maar hij schreef over juridische zaken. En zijn kleine betogen op die vergadering hadden al de welverzorgde stijl, die overigens een zekere hardnekkigheid niet uitsluit, die hem zou blijven kenmerken tot vandaag. Hij nam ernstig wat hij deed en hij nam vooral die vergadering au sérieux, en dat was niemand gewend. De verfijnde gebaren waarmee hij sprak - altijd de handen naar buiten vouwend als om zijn gelijk te presenteren - waren wij niet helemaal gewoon.

Hij is in al die tijd weinig veranderd, al was hij acht jaar wethouder van Amsterdam - zijn Amsterdamsheid heeft altijd Haagse trekken gehad - en is hij nu al jaren lid van de Tweede Kamer. Hij moet een wonderkind zijn geweest, hij is het altijd gebleven en heeft niet zonder zelfbehagen dat beeld naar buiten gebracht. Wonderkinderen blijven doorgaans kroonprins.

Misschien is de kern van zijn wezen gereserveerdheid. Dat kan zijn kleding ook verraden: die heeft de moeilijk te ontkennen kwaliteit van de onopvallendheid, hoe verzorgd ze ook is. Soms verspreidt zich een licht aroma van mondainiteit, maar die lichte geur valt in Nederland al gauw op. De non-conformist, die ook playboy had kunnen zijn, wordt heel even zichtbaar. Maar daar zijn vrijwel onmiddellijk de plicht, de ernst, de altijd zeer nauwkeurige en gedetailleerde kennis, alles wat de gedachte aan enige oppervlakkigheid kan weren. Wanneer hij in de Tweede Kamer opereert, en vooral wanneer hij daar interrumpeert, is hij eenling en misschien daarin op zijn gelukkigst. Vrij van hooghartigheid is hij soms niet - vooral wanneer hij vragen stelt en al weet dat er geen antwoord mogelijk is - maar hij staat nu eenmaal voor zichzelf.

'Mijn partij', - ja zijn partij alleen. Hij vertegenwoordigt het individualisme van D66, dat geen partij is maar een verzameling mensen die het allemaal goed met elkaar en met bijna iedereen buiten hun partij kunnen vinden. Met Gerrit Jan Wolffensperger kan bijna iedereen het vinden, lijkt het.

Toen de voor D66 weinig gunstige uitslagen van de verkiezingen voor de Provinciale Staten langzaam op de televisie bekend werden, kregen we nu en dan het verzamelde D66 te zien. Allemaal heel goede leerlingen en nu ineens een slecht rapport. De beste leerling, Wolffensperger, keek grauw en oud. Hij vertoonde even de gestalte van de toekomst, als hij de grijze eminentie van Justitie of de politiek is. 'Men vindt ons niet meer aardig', zag men hem denken. Dat is erger dan gebrek aan vertrouwen in een beleid. Maar op zijn gezicht stond ook het voornemen, nog harder te gaan werken. Hij trok even de strop van zijn das aan. Een daad van geloof in de eigen toekomst.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden