Geroofde Japanners mogen even naar huis

Noord-Koreanen hebben in de jaren zeventig en tachtig tientallen Japanners op stranden geroofd om de wereldrevolutie te ontketenen. Daarbij gebruikte ze een James Bond-achtig schip met een onderwaterscooter....

ALS uit de dood verrezen keren vandaag vijf ontvoerde Japanners na 24 jaar terug in hun vaderland. Over twee weken moeten ze weer in Noord-Korea zijn. Hun kinderen moesten daar achterblijven, dus veel zullen ze niet kwijt willen over een van de meest absurde spionnageschandalen van de Koude Oorlog, dat ze om nog onduidelijke redenen hebben overleefd.

Voor acht andere Japanners die in de jaren zeventig en tachtig door Noord-Koreaanse veiligheidsagenten werden gekidnapt, is er geen verrijzenis. Ze zijn volgens het Noord-Koreaanse bewind overleden door zelfmoord, ziekte of ongelukken. Zeven van de acht graven zouden in overstromingen zijn weggespoeld. De familieleden in Japan geloven er niets van. Ze hopen dat hun dierbaren nog in leven zijn, maar vrezen dat ze zijn vermoord.

Jaren geleden begon de Japanse pers te schrijven over Noord-Koreaanse kikvorsmannen die op of vlak bij het strand mensen hadden ontvoerd. De slachtoffers waren geen politici, militairen of wetenschappers. Het waren heel gewone mensen: een schoolmeisje, verliefde stelletjes, een schoonheidsspecialiste, een kok, een gezelschapsdame, een leerling-verpleegster en haar moeder.

De artikelen waren zo sensationeel en onwaarschijnlijk dat de overheid er niets meedeed, ook niet toen er steeds meer getuigenissen kwamen over gelukte of mislukte ontvoeringen. Pas nadat gevangen Noord-Koreaanse spionnen doorsloegen, begon de Japanse regering iets te vermoeden van de missie van de vreemde boten die regelmatig voor de kust verschenen.

De regering stelde een lijst op van elf ontvoerden, hoewel het er volgens de Japanse geheime dienst dertig méér zijn en actiegroepen zelfs spreken van zeventig vermisten. Het was niet mogelijk de zaak via diplomatieke kanalen aan te kaarten, want Noord-Korea en zijn vroegere (1910-1945) koloniale bezetter Japan hebben nooit diplomatieke betrekkingen gehad.

Overleg over het aanknopen van relaties is de afgelopen jaren nooit wat geworden. Telkens als de Japanse delegatie over de ontvoeringen begon te praten, riepen de Noord-Koreanen dat dat smerige lasterpraat was, waarna ze woedend wegbeenden. Dit jaar draaiden ze bij: nog steeds zeiden ze van niets te weten, maar ze waren bereid hun best te doen om vermisten te lokaliseren.

Vorige maand kwam de doorbraak. De belaagde Japanse premier Koizumi had dringend behoefte aan een politiek succes, en de Noord-Koreaanse leider Kim Jung Il aan financiële hulp voor zijn land van hongerlijders. Koizumi maakte duidelijk dat er een absolute voorwaarde was: opheldering over het lot van de vermisten. Die heeft hij gekregen, zelfs over meer personen dan op zijn lijstje stonden. Kim Jung Il heeft zelfs zijn excuses aangeboden.

Eind september stelden Japanse diplomaten in Noord-Korea een nader onderzoek in. Hun bevindingen zijn gecombineerd met oude spionagezaken die nu in een nieuw daglicht zijn komen te staan, en met de eerste resultaten van het onderzoek van een Noord-Koreaans spionageschip dat eind 2001 tot zinken werd gebracht en vorige maand werd gelicht. Het beeld dat hieruit oprijst is nog onvolledig, maar het is al hallucinerend genoeg.

Sinds begin jaren zeventig zijn vanuit Chongjin in het noorden van Noord-Korea jaarlijks een kleine honderd spionnen geïnfiltreerd in eilanden in Noord-Japan. Daarvoor werden boten gebruikt zoals het pas gelichte spionageschip, dat er uitzag als een vissersboot en vol zat met zware wapens. Er waren drie kleinere boten aan boord, een rubberboot met buitenboordmotor en een onderwaterscooter van dezelfde soort als de scooters die eerder op een Japans strand en in een andere spionageboot zijn gevonden.

De spionnen moesten in Japan informatie vergaren, een informantennetwerk opbouwen, invloedrijke personen voor Noord-Korea strikken en vanuit Japan Zuid-Korea infiltreren. Ze steunden vooral op de Noord-Koreaanse staatsburgers in Japan, zo'n 110 duizend mensen, hoofdzakelijk nazaten van dwangarbeiders.

De spionnen vormden vrijwel de enige verbinding tussen Noord-Korea en de buitenwereld. Indrukwekkend waren hun resultaten niet. Vaak schijnen ze te zijn thuisgekomen met boekjes en reisgidsen die overal in Japan te koop zijn, en met zakken vol Japanse pennen, shirts, aanstekers en snoepjes. Meer succes hadden ze met hun nevenactiviteiten als drugssmokkelaars en ontvoerders.

Het waarom van de drugshandel was duidelijk: geld. Maar waarom die ontvoeringen? De Noord-Koreaanse spion Shin Guang Su heeft zeventien jaar geleden een deel van het antwoord gegeven, maar dat werd te fantastisch gevonden om te worden geloofd.

Shin Guang Su werd in 1985 in Japan gearresteerd. Hij onthulde dat Noord-Koreaanse agenten een zeer gedegen studie over Japan moesten volgen om ten slotte zelf voor Japanner te kunnen doorgaan. Hijzelf had de taak gekregen in Japan iemand te zoeken wiens identiteit hij kon overnemen. Het moest een vrijgezel zijn van zijn leeftijd, zonder familie, zonder strafblad en zonder paspoort.

De 43-jarige kok Tadaaki Hara, die werkte in een Chinees restaurant in Osaka, voldeed aan die vereisten. Shin papte met hem aan, voerde hem dronken en liet hem afvoeren naar Noord-Korea. Dat was in 1980.

In Noord-Korea trok de spion een halfjaar met zijn slachtoffer op, totdat hij hem goed genoeg kende. Als Tadaaki Hara wijdde hij zich in Japan aan spionageactiviteiten, totdat hij werd gesnapt. De echte Tadaaki Hara is volgens de Noord-Koreaanse autoriteiten in 1986 overleden aan een leverziekte.

Elf dagen later kwam volgens Noord-Korea Hara's vrouw in een auto-ongeluk om het leven. Dat was zijn landgenote Yaeko Taguchi, een hostess in een bar in Tokio die in 1978 verdween na haar twee kinderen te hebben afgezet in hun dagverblijf. Ze was toen 22. Ze werd ontvoerd om Noord-Koreaanse spionnen de Japanse taal en cultuur te leren.

Een van haar leerlingen was Kim Hyon Hui, hoofddader van de aanslag op een Zuid-Koreaans vliegtuig in 1987. Ze was uitgestapt in Abu Dhabi met achterlating van een radiotoestel waar een bom in zat. Bij de explosie in volle vlucht kwamen alle 115 inzittenden om. Na haar arrestatie liet de Japanse politie haar een foto van Yaeko Taguchi zien. Ze herkende haar direct als haar lerares Japans.

Een warme avond in 1978 op een strand op het eiland Kyushu. De ambtenaar Shuichi Ichikawa (23) en zijn nieuwe vriendin, de 24-jarige kantoorbediende Rumiko Masumoto, keken romantisch naar de zonsondergang. Ze zijn nooit meer teruggezien. Ook over hen heeft Noord-Korea slechts doodstijdingen. Shuichi zou in 1979 zijn verdronken in zee. Zijn kerngezonde vrouw Rumiko, met wie hij kort tevoren was getrouwd, zou twee jaar later zijn overleden aan een hartziekte.

Ook uit Europa werden Japanners ontvoerd. Keiko Arimoto uit Kobe studeerde Engels in Londen. In 1983 schreef ze haar ouders vanuit Kopenhagen dat ze een afspraak had voor een baan. Ze is van die afspraak niet meer teruggekomen. Dit jaar gaf de ex-vrouw van een lid van het Rode Leger, een ultra-linkse Japanse groep, toe dat ze in Keiko's ontvoering de hand heeft gehad.

In 1970 kaapten leden van deze groep een vliegtuig, dat ze dwongen naar Noord-Korea te vliegen. Vandaaruit wilden ze de wereldrevolutie ontketenen, maar daarvoor kwamen ze vrouwen tekort. Die moesten dus worden gekidnapt. Keiko Arimoto trouwde echter met een andere ontvoerde, Toru Ishioka, een talenstudent die samen met Kaoru Matsuki in 1980 was ontvoerd uit Madrid.

In september 1988 kregen Toru's ouders een brief van hun zoon uit Pyongyang. Hij vertelde dat hij getrouwd was met Keiko. Het daarop volgende bericht over hen kwam vorige maand, toen de Geliefde Leider Kim Jung Il onthulde dat ze in november 1988 samen met hun dochtertje door kolendampvergiftiging waren omgekomen.

In 1978 verdwenen de leerling-verpleegster Hitomi Soga en haar moeder na het doen van inkopen. Vijftien jaar later gaf Shigeru Soga alle hoop op dat hij zijn vrouw en dochter nog zou terugzien. Hij hield een begrafenis met twee lege kisten. Vorige maand hoorde hij dat Hitomi, nu 43 jaar oud, in leven is. Ze woont in Noord-Korea en is getrouwd met de Amerikaan Charles Jenkins, die in 1965 deserteerde toen hij gelegerd was in Zuid-Korea. Ze hebben twee dochters.

Hitomi komt vandaag naar Japan, samen met twee echtparen die in 1978 verliefde twintigers waren. De student Kaoru Hasuike en zijn vriendin Yokiko Okudo kwamen nooit terug van een afspraakje. Yasushi Chimura en zijn verloofde Fukie Hamamoto hadden in een restaurant net verlovingsringen uitgewisseld toen ze op het strand door vier mannen werden overvallen en in zakken gestopt. Op de boot kregen ze als enige verklaring: 'Noord-Korea heeft jonge Japanners nodig voor de zaak van de revolutie en voor de hereniging van het moederland.'

De eerste ontvoering was toeval. De 13-jarige Megumi Yokota verdween op 15 november 1977 toen ze van school naar huis liep, een paar honderd meter langs het strand. In 1996 onthulde een overgelopen Noord-Koreaanse spion dat zij zijn lerares Japans was geweest en dat ze was meegenomen door andere spionnen die op het strand op een speedboot wachtten en zich door haar betrapt voelden.

In Noord-Korea wist men niet wat men met Megumi aan moest, totdat ze voor lerares moest spelen. Dat beviel zo goed, dat kidnapping courante praktijk werd. Ze trouwde met een Noord-Koreaan en kreeg een dochter, die nu 15 is. De Japanse delegatie heeft bloed van haar meegenomen voor DNA-onderzoek. Haar moeder heeft zich in 1993 verhangen, althans volgens de officiële lezing, nadat ze was opgenomen in een psychiatrische inrichting.

Wat er met de ontvoerden werkelijk is gebeurd, weet de toenmalige chef van de Noord-Koreaanse spionagedienst. Zijn naam is Kim Jung Il.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden