Gerontologe promoveert op onderzoek naar betutteling in verzorgingstehuizen 'Bejaarden kunnen meer dan je denkt'

Bejaarden verliezen in een verzorgingstehuis hun identiteit, zegt gerontologe drs C. van Loveren-Huyben. Koffie stipt om elf uur, en daarna met zijn allen handwerken....

MAC VAN DINTHER

Van onze verslaggever

Mac van Dinther

NIJMEGEN

Nooit meer hoeven werken, maar wel elke morgen om acht uur van je bed worden gelicht. Uitslapen ho maar. Niet zelf mogen kiezen wat je vandaag eens aan zult trekken. Voor je ontbijt twee sneetjes wit met kaas, zoals elke dag de afgelopen tien jaar. En daarna konijnen breien, omdat dit de bezigheidstherapeut zo leuk lijkt.

Je zou er ziek van worden. En dat worden bejaarden ook inderdaad, ontdekte de Nijmeegse onderzoekster drs C. van Loveren-Huyben. Letterlijk. De omgeving, de organisatie in verzorgingshuizen en de werkwijze van het personeel dragen bij aan de achteruitgang van de bejaarde bewoners, schrijft zij in haar proefschrift Ontwikkeling in verzorgingshuizen?, uitgegeven door de Katholieke Universiteit Nijmegen. Op 25 april hoopt zij daarop te promoveren.

Van Loveren-Huyben, gerontologe (ouderendeskundige), heeft jarenlang onderzoek gedaan in verzorgingshuizen. Daarbij ontdekte zij dat het gezegde 'De ouderdom komt met gebreken' er nog stevig in zit bij personeel, leiding en beleidsmakers in verzorgingshuizen. De nadruk ligt op medische zorg. Ouderen worden aan alle kanten betutteld, er wordt zo veel mogelijk uit handen genomen. Maar voor gewone sociale contacten, zoals een praatje, is geen tijd.

Het begint al bij de opleiding van het personeel die sterk is gericht op zorgverlening. Maar ook de financiering is daarop afgestemd. 'Alleen lichamelijke zorg wordt uitbetaald in geld. Zorghandelingen, zoals iemand wassen, zijn gemakkelijker te tellen, een praatje niet. Ik ken huizen waar ze veel meer aan sociale contacten doen, maar dat wordt niet vergoed.'

Op den duur gaan ouderen zich daarnaar gedragen, zegt de Nijmeegse onderzoekster. 'Ouderen gaan om zorg vragen, ook al hebben ze het eigenlijk niet nodig. Ze weten dat ze dan tenminste aandacht krijgen.' En op een gegeven moment kùnnen ze ook niet meer voor zichzelf zorgen. Ouderen die als een volwaardig individu worden beschouwd en behandeld, blijven langer vitaal, aldus Van Loveren-Huyben.

Bejaardenoorden hebben zich de afgelopen decennia ontwikkeld van pensions voor relatief gezonde ouderen tot verzorgingshuizen voor hulpbehoevende bejaarden. Sinds 1977 heeft een oudere een indicatie nodig om te mogen worden opgenomen. Het verzorgingshuis is voor de meesten het eindstation. De gemiddelde leeftijd is 84 jaar, driekwart van de bewoners is vrouw en 80 procent is alleenstaand.

Het algemene beeld is dat wie eenmaal in een verzorgingshuis is opgenomen, niet meer voor zichzelf kan zorgen. Ongeveer 30 procent van de bejaarden in verzorgingshuizen zou dement zijn. Dat beeld is scheef, zegt de Nijmeegse gerontologe.

'Bewoners kunnen meer dan je denkt. Als iemand zichzelf niet kan aankleden, wil dat nog niet zeggen dat ze ook niet zelf kan beslissen wat ze aan wil trekken. Ouderen kunnen zich ook best nuttig maken. Nieuwkomers opvangen bijvoorbeeld, koffie schenken, of de tuin bijhouden. Maar in plaats daarvan worden ze beziggehouden met handwerken.'

Van Loveren-Huyben stoort zich ook aan de rotsvaste schema's die bewoners van verzorgingshuizen worden opgelegd. Standaard om acht uur op, om elf uur koffie, met zijn allen handwerken, en zo verder de dag door. Bij gebrek aan eigen dingen verliezen ouderen hun identiteit en gaan ze apathisch gedrag vertonen, schrijft ze.

Op initiatief van Van Loveren-Huyben veranderden twee verzorgingshuizen hun aanpak. Afdelingen werden verkleind, een personeelslid kreeg de hele verantwoordelijkheid voor een groepje ouderen, er kwamen huiskamers op elke afdeling.

Met een door haar ontwikkeld instrument om de ontwikkeling van ouderen te beoordelen, ontdekte Van Loveren-Huyben dat ouderen profiteerden van deze nieuwe aanpak. Bejaarden functioneerden beter en gingen niet verder achteruit. De nieuwe aanpak hoeft niet meer geld te kosten; het is vooral een kwestie van anders organiseren, zegt de onderzoekster, die ook een adviesbureau voor ouderenzorg heeft.

De uitkomsten van haar onderzoek zijn vooral van belang in het licht van de toekomstige ontwikkelingen, aldus de gerontologe. 'Staatssecretaris Terpstra wil dat verzorgingshuizen steeds meer instellingen worden waarin vooral ouderen worden opgenomen die intensieve zorg behoeven. Daar is niets op tegen, maar juist die groep is heel gedifferentieerd. Je moet van geval tot geval kijken wat voor zorg deze bejaarden nodig hebben. Het personeel is daar nu niet geschikt voor. Daar moet je dan in investeren.'

Daar zal op den duur ook extra geld voor nodig zijn, denkt ze. 'Op dit moment heeft 40 procent van de bewoners van verzorgingshuizen complexe problemen. Niet alleen lichamelijk, maar ook sociaal. De extra zorg die zij nodig hebben, wordt gecompenseerd door de 40 procent die er nog relatief goed aan toe zijn. Maar er komt een punt dat dat niet meer gaat.'

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden