Germania versus Romania

BLOEDIG WAS de strijd die in het jaar 9 in de moerassen en bossen van Westfalen woedde. De furor teutonicus, de Duitse woede, was verschrikkelijk....

Met deze slag bij het Teutoburgerwoud kwam een einde aan de poging van de Romeinen de grenzen van hun rijk verder naar het noorden te verleggen. Ze bleven steken bij Rijn en Donau. Tussen die twee rivieren legden zij een met palissades, wallen en forten versterkte grens aan, de limes. Ten noorden van die grens leefden de vrije, maar barbaarse Germanen, ten zuiden daarvan waren de mensen onvrij, maar ze maakten deel uit van de Romeinse beschaving.

In Germania en Romania ontstonden verschillende culturen en levenswijzen, die zich op den duur vertaalden in vooroordelen en politieke tegenstellingen. De meest in het oog springende en ook meest bedreigende en gevaarlijke tegenstelling was eeuwenlang die tussen Frankrijk en Duitsland.

Deze tweedeling van Europa vormt het uitgangspunt van De schaduw van het Teutoburgerwoud - Een Duitse politieke zedenschets, geschreven door de Leidse historicus Thomas von der Dunk. Vanuit het perspectief 'Germania versus Romania' heeft hij naar de Europese geschiedenis en vooral die van Duitsland gekeken en dat heeft interessante, goed leesbare bespiegelingen opgeleverd.

De 'antithese Romania-Germania' verklaart niet alles, en was in de Middeleeuwen zelfs geheel afwezig. De vijandschap tussen Frankrijk en Duitsland duikt steeds weer op in de geschiedenis, maar was niet permanent. De Franse hofcultuur en het Franse absolutisme waren in de zeventiende en achttiende eeuw het grote voorbeeld voor vrijwel alle Duitse vorsten, die soms ook bondgenootschappen sloten met Frankrijk. De Pruisische koning Frederik de Grote sprak Frans en schreef Franse brieven aan Voltaire en zijn nieuwe slot in Potsdam noemde hij Sanssouci. Na 1789 keken Duitse liberale burgers aanvankelijk met sympathie naar de Franse revolutie en later putten ze hoop en vertrouwen uit de revoluties van 1830 en 1848.

Rijn, limes en Donau vormden ook geen strikte scheidslijn tussen Germaanse en Romaanse volken. Want bezuiden die lijn woonden ook Germanen. De Duitse stad Trier, zoals ook nu nog gemakkelijk valt te herkennen, was eens een belangrijke Romeinse stad, Augusta Treverorum geheten. Von der Dunk schildert op levendige wijze de verschillen tussen Mainz, het vroegere Romeinse Moguntiacum, en het nabij gelegen Wiesbaden ten noorden van de Rijn.

Verhelderend is het hoofdstuk over Karel de Grote die in 800 door paus Leo tot keizer werd gekroond en daarmee erfgenaam van het vergane Romeinse imperium werd. Zijn rijk viel na zijn dood in twee delen uiteen, Frankrijk en Duitsland. Uit dat Duitse deel, waartoe ook Italië behoorde, ontstond het Heilige Roomse Rijk der Duitse Natie, waarvan de koning werd gekozen door de Duitse keurvorsten, waarna deze door de paus in Rome tot keizer werd gekroond. De belangrijkse Romein werd een Duitser, schrijft Von der Dunk

Dit keizerrijk was dus zowel Germaans als Romeins. En het was universeel, want de keizer was het wereldlijke hoofd van alle christenen. Vooral de Habsburgers die na 1438 de keizerskroon aan elkaar overdroegen, hebben hun christelijke missie en het universele karakter van het rijk benadrukt. Von der Dunk herinnert aan de uitspraak Alles Erdreich ist Österreich Unterthan, die vooral de Franse koningen geërgerd moet hebben. Ook deze koningen konden in wezen aanspraak maken op de erfenis van Karel de Grote, en deden dat soms ook. Vooral de figuur van Lodewijk XIV komt in het boek uitvoerig ter sprake.

De Habsburgers waakten echter angstvallig over hun bevoorrechte positie. Keizer Karel VI liet begin achttiende eeuw met de bouw van de Karlskirche in Wenen zijn aanspraken in steen vereeuwigen. Von der Dunk: 'De Karlskirche vormde zo een architectonische samenvatting van de Roma aeterna waarin het Rome van het wereldrijk en het Rome van de wereldkerk op organische wijze waren verenigd.' Het Heilige Roomse Rijk der Duitse Natie, dat formeel tot 1806 bestond, was toen al een fictie. Ten eerste had Luther met zijn Reformatie de eenheid van het christendom verbroken en ten tweede waren de Duitse vorsten na 1648 vrijwel soeverein geworden. Toen de Pruisische koning Frederik de Grote oorlog tegen Oostenrijk ging voeren, was het rijk in feite dood.

Italië had zich al aan het eind van de Middeleeuwen van het rijk 'losgeweekt', schrijft Von der Dunk, en de kloof was tijdens de Renaissance alleen maar groter geworden. De Italianen her ontdekten de klassieke Oudheid en daarmee hun nationale verleden. Ze kregen culturele superioriteitsgevoelens die zich richtten tegen de 'barbaren in het noorden'. Duitse humanisten reageerden hierop door het Germaanse verleden te benadrukken.

En zo keerde Hermann de Cherusker of Arminius, zoals zijn Latijnse naam luidde, terug. 'De vrijheidsstrijd die Hermann voerde tegen de Romeinse tirannie werd naar het heden overgebracht, en de antieke verhoudingen op dit vlak vonden hun parallel in de zestiende eeuw', aldus Von der Dunk, die op ironische toon vertelt over de zoektocht van Duitse humanisten naar een eigen Germaanse Oudheid. 'Ze wilden de rol van Rome uit de rijksgeschiedenis schrappen.'

Hermann, voor wie in 1875 een reusachtig standbeeld bij Detmold werd neergezet, keerde aan het eind van de achttiende eeuw opnieuw terug. Er ontstond toen een Duits nationalisme dat zich keerde tegen de absolutistische Duitse vorsten met hun aan Frankrijk ontleende decadente hofcultuur. Terug naar de natuur, terug naar een eenvoudig, waarachtig Duits leven, werd de leuze. De Romantiek kwam op. Von der Dunk: 'Hermann was vanaf dat moment weer helemaal in zijn Duitse biotoop thuis. De Romantiek, met haar hang naar donkere bossen en verlaten ruïnes, sloot nauw aan bij de terug-naar-de-natuurgedachte, die als reactie op het ontmenselijkte 'Franse' hof in het kader van de mentale strijd tegen de sluipende romanisering van de oprechte en eenvoudige Germaanse geest werd geplaatst.'

Bismarck meende een oorlog tegen Frankrijk nodig te hebben om Duitsland tot een eenheid te smeden, en in de Spiegelzaal van Versailles liet hij plechtig het nieuwe Duitse keizerrijk proclameren. Von der Dunk laat zien hoe na 1871 het oude Germania en Romania veranderden. De Fransman ontwikkelde zich van een geknechte Romein tot een vrije, mondige burger, terwijl de Duitser niet langer de vrije Germaan naar Hermanns voorbeeld was, maar een slaafse onderdaan van een door Pruisen autoritair geleid Duitsland. Maar het beeld van de Fransen in Duitsland werd daardoor niet positiever. De anti-Franse gevoelens namen steeds verder toe.

Von der Dunk herinnert in het begin van zijn boek aan Thomas Mann die in 1914 schreef dat de Duitse Kultur tegen de Zivilisation verdedigd moest worden, die onder meer in Frankrijk thuis was. Zivilisation stond in de ogen van Mann voor massa, democratie, chaos, verwijfdheid, decadentie, terwijl Kultur mannelijkheid, diepzinnigheid, orde en discipline betekende.

Thomas Mann is vrij spoedig van gedachten veranderd. Maar pas na twee gruwelijke oorlogen verloor het 'Germania versus Romania' zijn gevaarlijke explosieve lading en ging toenadering en verzoening de politieke agenda bepalen. In de jaren van de Koude Oorlog en de Duitse deling gingen West-Duitsers zich meer thuis voelen in Parijs dan in Dresden of Leipzig.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden