Gerhard Schröder rekent stellig op eeuwige heldenroem

Regeren is leuk, dacht Gerhard Schröder in 1998, bij zijn aantreden als bondskanselier. Maar de media spaarden hem niet en de opiniepeilingen bedierven de pret in het kanselierschap....

Natuurlijk weet Gerhard Schröder ook wel dat het nog te vroeg is voor een definitief oordeel over de door hem aangevoerde rood-groene coalitie (1998-2005). Maar uit de enscenering van zijn lange afscheidstournee valt op te maken dat hij rekent op een genadig oordeel van toekomstige historici. De bijna vijf miljoen werklozen, de staatsschuld van anderhalf biljoen euro en de verloren Bondsdagverkiezingen ten spijt.

Op een toogdag van de vakbonden poseerde Schröder onlangs onweersproken als ‘een van jullie’. Vorige week liet hij zich ongegeneerd toejuichen door zijn partijgenoten. Met hen meende hij terug te zien op ‘zeven goede jaren voor Duitsland’. En afgelopen zaterdag rukte de Bundeswehr in Hannover uit voor een taptoe te zijner ere.

Hij was de eerste bondskanselier sinds Konrad Adenauer (1949-1963) wiens afscheid door marsmuziek werd begeleid. Schröder was tot tranen toe geroerd door I did it my way, de klassieker van Frank Sinatra. Hij had fouten gemaakt, erkende hij met een ongebruikelijk vertoon van deemoed. Maar per saldo had Duitsland de afgelopen zeven jaar een positieve ontwikkeling doorgemaakt.

Hiervan moet hij in de nadagen van zijn kanselierschap dermate overtuigd zijn geraakt, dat hij andere zienswijzen moeilijk kon verdragen. De zorgen over de hoge werkloosheid waren – in zijn beleving – ingegeven door partijpolitieke overwegingen. De visa-affaire waarin Joschka Fischer, zijn minister van Buitenlandse Zaken, dit voorjaar verstrikt dreigde te raken, werd geïnterpreteerd als een complot tegen de rood-groene coalitie.

Elke ongunstige opiniepeiling diende uiteindelijk als een bevestiging van de negatieve vooringenomenheid van de media tegenover zijn regering. In zijn omgang met de pers was Schröder, de gevallen ‘media-kanselier’, enigszins op zijn voorganger Helmut Kohl gaan lijken. Vrijpostige journalisten en kritische periodieken werden in de ban gedaan. Tijdens persconferenties werden onbenullig geachte vragen niet, of met een nadrukkelijk vertoon van tegenzin, beantwoord.

Zijn frustratie over het functioneren van de media kwam op de avond van de laatste Bondsdagverkiezingen ongeremd tot uiting: hij interpreteerde het onverwacht milde oordeel van de kiezers over zijn regering als een terechtwijzing van alle kranten die hem hadden afgeschreven.

Deze opvatting vond nog weerklank ook. Schröder had, zo bleek uit enquêtes, een gangbare zienswijze geuit. En schuldbewuste mediavertegenwoordigers vroegen zich af of zij niet te veel waarde hadden gehecht aan opiniepeilingen, of zij de regering niet te snel hadden afgeserveerd. Inmiddels zijn zij bereid Schröder de eer te geven die hem toekomt.

Onder zijn regering zou Duitsland opener en democratischer zijn geworden. Schröder heeft het grote project van zijn verre voorganger Willy Brandt – ‘mehr Demokratie wagen’ – tot een goed einde gebracht. Gezagsdragers zijn, meer dan voorheen, verantwoording schuldig aan de burgers. De Duitser is mondiger en de samenleving doorzichtiger geworden. Vooral Schröders talrijke kunstvrienden hebben deze dagen blijk gegeven van hun waardering voor deze verworvenheid.

Nog algemener is de achting die Schröder geniet als ‘vredeskanselier’. Duitsland mag dan bij lange na niet het enige land zijn geweest dat de Verenigde Staten zijn steun heeft onthouden in Irak, veel – zo niet de meeste – Duitsers zien het als de grootste verdienste van Schröder dat ‘hij ons uit de oorlog heeft gehouden’. Anders dan Frankrijk, een land met een anti-Amerikaanse traditie, meende de Bondsrepubliek zich tot dan toe geen beleid te kunnen veroorloven waaraan de regering in Washington aanstoot zou kunnen nemen.

Maar in de ogen van veel Duitsers trotseerde Schröder het Amerikaanse onbegrip voor zijn afzijdigheid, en liet hij zijn politieke bewegingsvrijheid niet langer beteugelen door de ‘speciale band’ tussen beide landen. Zo beschouwd is Schröder de eerste bondskanselier die de Duitse soevereiniteit ten volle heeft benut. Met het ‘nee’ van Schröder en het ‘I am not convinced’ van Joschka Fischer (in diens verbale duel met de Amerikaanse minister van Defensie Donald Rumsfeld) werd de Duitse bevrijdingsslag bezegeld.

Beduidend minder positief oordeelt men in Duitsland over de Männerfreundschaft tussen Schröder en de presidenten Poetin (Rusland) en Chirac (Frankrijk), de stationering van Duitse vredestroepen in Afghanistan en Kosovo, de veronachtzaming van de relaties met de kleine Europese lidstaten, de verruiming van de stabiliteitsnorm, en de Duitse inzet voor de opheffing van het wapenembargo van China.

Maar ook dit zijn aspecten van de ‘normalisering’ van het buitenlands beleid. Hieraan zijn noch de partners van Duitsland, noch de Duitsers zelf gewend. Vermoedelijk zal de regering van Merkel zich niet kunnen of willen onttrekken aan de voldongen feiten die Schröder heeft gecreëerd. Zijn regering markeert de grootste cesuur in de buitenlandse politiek sinds het ontstaan van de Bondsrepubliek. In vergelijking met de tijd waarin Duitsland de Europese en de transatlantische belangen onbaatzuchtig diende, is zijn buitenlandse politiek nu eigenzinnig en onberekenbaar.

Ook als hervormer van de sociale zekerheid zal de zevende bondskanselier zichzelf mogelijk overleven, ondanks het feit dat hij deze rol niet heeft begeerd. Schröder begon zijn regering als exponent van de Spassgesellschaft. Hij poseerde gewillig in een Brioni-jas, hij meende failliete bouwondernemingen met veel overheidsgeld te kunnen reanimeren, en vond het vooral ‘leuk’ om te regeren. Maar uiteindelijk werd hij ingehaald door de werkelijkheid, en maakte hij een bescheiden begin met het saneren van de verzorgingsstaat.

Daarbij genoot hij als sociaal-democraat een strategisch voordeel: een CDU-bondskanselier zou wellicht meer weerstand hebben ontmoet. Toch heeft Schröder zich nooit vereenzelvigd met zijn hervormingsbeleid. Tijdens de laatste verkiezingscampagne heeft hij zich als opponent van de ‘sociale kilte’ zelfs van zijn eigen beleid gedistantieerd. De SPD heeft daar op 18 september veel baat bij gehad.

Maar Gerhard Schröder heeft in zijn nadagen een reputatie gevestigd als opportunist en ‘politicus zonder kompas’. Misschien zijn toekomstige historici bereid hem als tussenpaus in te schalen: als de aarzelende en zwabberende voorganger van de overtuigde hervormers.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden