Geremasterd - Kopie kan origineel overtreffen

Nieuwe technieken maken Rembrandt ineens benaderbaar voor iedereen. Daarmee staat zijn heilige status op het spel.

Rembrandts roem is de afgelopen decennia een beetje gaan lijken op die van een rockster of soeverein vorst. De kunstenaar was groot, Godzilla-stijl, en tegelijk onbenaderbaar mysterieus. Alleen kenners mochten erbij, zij legden het uit aan de rest van het volk.


Nu niet meer.


Dit gebeurde er in 2012: mensen beplakten hun iPhone met de remonstrantse predikant Johannes Uytenbogaert. Anderen maakten een theepot van de Joodse Bruid - de grove streken rode verf rondom de buik van de pot. Enkelen hebben de kanten kraag van Maria Trip als een sjaal omgeslagen. Een vader vond in zijn schoen een paar sokken met dode pauwen. En ik sluit niet uit dat ergens in een nachtkastje een speeltje verstopt ligt met de speer van Willem van Ruytenburgh, luitenant op de Nachtwacht.


Het kan sinds september, toen het Rijksmuseum als pionier alle Rembrandtschilderijen, en zo'n 125 duizend andere objecten, vrijgaf op hoge resolutie. Downloaden en toepassing met eigen creativiteit worden aangemoedigd: er staan voorbeelden op de site van beplakte scooters tot tatoeages. Duizenden maakten er al gebruik van.


Ook dit gebeurde in 2012: aan de Radboud Universiteit in Nijmegen werden alle historische documenten rond Rembrandt op een website gezet. Wie Arts & Culture studeert aan de universiteit van Johannesburg, of kunstgeschiedenis aan de universiteit van Ljubljana, hoeft niet meer naar Parijs af te reizen om een brief van Rembrandt aan Constantijn Huygens uit 1638 te lezen. Die opent remdoc.org en leest: 'Mijn heer hangt dit stuck op een starck licht en dat men daer wuijt ken afstaen soo salt best voncken.' Beetje afstand van het schilderij houden dus, waarde opdrachtgever, en goed belichten. De volgende brief, uit 1639, ligt in de Koninklijke Bibliotheek in Den Haag, en die daarop in een museum in Heinaut in Frankrijk. Maar ze staan samen op de site, met 1.100 andere teksten, sinds oktober.


Op een andere site, rembrandtdatabase.net, staat sinds september het volledig wetenschappelijk onderzoek naar verschillende schilderijen netjes op een rijtje. Twintig musea doen al mee; andere volgen.


Dan, wat er volgende week gebeurt, op de valreep van het jaar: de Nachtwacht (1642), het schilderij in het Rijksmuseum dat een ruïne is van wat de kunstenaar ooit heeft gemaakt, omdat iemand in de 18de eeuw het leuk vond van alle zijden stukken af te snijden, wordt weer heel. In winkelcentrum Magna Plaza in Amsterdam hangt vanaf 27 december de Nachtwacht zoals ie was: groter, met de dieptewerking en beweging die het schilderij is afgenomen toen het verminkt werd. Op ware grootte, een paar vierkante meter groter dus dan in het Rijks. Fotografisch 'geremasterd', zoals dat heet.


Wat betekent dat voor Rembrandt?


Verliest zijn kunst na 2012 dan toch zijn magie?


Het betekent in elk geval dat een achtstegroeper voor een spreekbeurt in enkele minuten kan doen wat een promovendus voorheen pas met jaren van reizen en onderzoeken voor elkaar kreeg. Vóór afgelopen oktober was de enige publicatie waarin een overzicht van historische documenten over het leven van Rembrandt genoemd stond er één uit 1979. Die bestond vooral uit een registratie van de bronnen, enkele facsimile's en geen hertalingen in hedendaags Nederlands. Nu is er een digitale omgeving met daarop alle documenten gereproduceerd, gescand en vertaald. Het woord 'document' is ruimer opgevat dan in 1979 - naast geboorteaktes en andere archivalia staan er ook handgeschreven commentaren op tekeningen op, bijvoorbeeld. En het werkt binnen een systeem waarin koppelingen naar andere databanken automatisch gaan. Dat levert een gigantische versnelling op: als een student nu wil weten hoeveel Rembrandtschilderijen er in Europa zijn geveild in de twintig jaar (of dertig, of veertig) na zijn dood en voor hoeveel per stuk, heb je het in enkele minuten. De transformatie van de bronnen maakt de informatie niet alleen toegankelijker, maar ook met vliegende vaart recombineerbaar.


Rembrandt is begrijpelijker geworden. Maar de nieuwe openheid brengt nog iets met zich mee: Rembrandt verandert. Elk schilderij transformeert zodra het gereproduceerd wordt in iets anders dan, zeg, olieverf op doek, of fresco op een muur. Een medium is nooit onschuldig. Het draagt altijd betekenis. En verandering van medium brengt dus altijd betekenisverandering met zich mee.


Iedereen zal erkennen dat het een andere ervaring is om de Staalmeesters (1662)voor je te zien dan ze als chocoladereep op te eten, of als mousepad over ze heen te schuiven. De reproductie is niet nieuw, de merchandise ook niet. Het Rijksmuseum heeft met zijn initiatief alleen de bal veel meer bij de consument gelegd, waarmee verspreiding potentieel oneindig is geworden.


En met de remastering van de kunstwerken - digitale restauratie, zeg maar - voor de tentoonstelling Rembrandt All His Paintings wordt een radicale stap gezet die in potentie gevolgen heeft voor onze waardering van de kunstenaar. Wie dat wilt begrijpen, komt vanzelf uit bij een vroeg 20ste-eeuwse filosoof. Walter Benjamin, daar is-ie weer. In 1936 schreef hij een essay dat vermoedelijk verder nagalmt dan hij zelf ooit bedacht had: Das Kunstwerk im Zeitalter seiner technischen Reproduzierbarkeit. Het kunstwerk in het tijdperk van zijn technische reproduceerbaarheid. De reproductie, toen net opgekomen met de komst van de fotografie, levert voor het kunstwerk winst én verlies op, stelde hij. Winst, omdat het verspreid kan worden en daarmee in potentie democratischer en zelfs revolutionair is. En verlies, omdat het 'aura' van het originele kunstwerk verloren gaat in de reproductie. Het aura is de sensatie als je voor het kunstwerk staat, waarin de ervaring van de nabijheid, de historische en de fysieke geschiedenis van het origineel samengaan. Dichterbij kun je niet komen, terwijl je tegelijkertijd de onoverbrugbare afstand tot het talent van de meester ervaart. Bij die beleving hoort een ritueel: dat jij het kunstwerk toenadert, ernaartoe reist. En het kunstwerk niet naar jou. Alleen daarmee al heeft de reproductie het kunstwerk z'n soevereiniteit ontnomen.


En nu is er dus het aura 2.0. Want wat gebeurt er als een kopie mooier is dan het origineel? Als een vies en gemutileerd schilderij in een geremasterde reproductie mogelijk dichter bij het oorspronkelijke kunstwerk komt, krijgt het dan niet een nieuw, eigen aura?


Voor de tentoonstelling, bedacht en gemaakt door Rembrandt-expert Ernst van de Wetering, worden schilderijen immers digitaal 'gerestaureerd' waar dat in de werkelijkheid niet kan; omdat het praktisch onmogelijk is (verdwenen stukken er weer aanzetten) of omdat de eigenaar het niet wil of kan. Dus zien we straks Danaë (1636) uit de Hermitage in Sint-Petersburg, ooit toegetakeld met zoutzuur, weer stralend naakt zijn. De Molen (1645-48) uit Washington, waar repen afgesneden werden voordat het werk scheef weer in een lijst werd geplaatst, krijgt zijn diepte en schaduwen terug (en daarmee volgens Van de Wetering bovendien zijn definitieve toeschrijving aan de meester).


Het kunstwerk komt kortom mogelijk dichter bij de bedoelingen die Rembrandt ermee had. Daarmee krijgt het een eigen betekenis. Betere kleuren, geen barsten in de verflaag, het oeuvre op ware grootte bij elkaar, de hele context; het is controversieel, maar voor oerwetenschapper Van de Wetering een uitdaging, naar eigen zeggen 'omdat het Rembrandt ging om de verspreiding van het idee van het kunstwerk'. Rembrandt liet immers zelf zijn werk ook veelvuldig kopiëren.


Driedimensionaliteit

Maar de verflaag dan? Rembrandt is er juist zo een die de dikte van de verf maximaal benutte om tot een krachtig beeld te komen. Op sommige schilderijen - de Joodse Bruid, Homerus, zijn late zelfportretten - is de dikte echt een reliëf te noemen.


Dat reliëf gaat inderdaad verloren in de reproductie. Maar daar dient zich alweer de volgende mogelijkheid aan, in de hele nabije toekomst: de 3d-reproductie. Over korte tijd, misschien al in 2013, kan ook die driedimensionaliteit gewoon in de reproductie worden meegenomen. Wat blijft er dan nog over voor het origineel? Slechts het idee bij het kunstwerk te staan, het object dat de meester nog zelf heeft aangeraakt?


Dan worden de schilderijen relieken, zoals de tanden, gewaden, en botten van heiligen in kathedralen. Als het origineel niet meer 'mooier' is dan de reproductie, verliest het een belangrijk argument om een kaartje en soms een vliegticket te kopen om het te zien.


Zo ver is het nog niet. De makers zijn er, net als het Rijksmuseum, van overtuigd dat dit de waarde van het origineel alleen maar zal vermeerderen. En laten we eerlijk zijn; de vele reproducties van, zeg, Leonardo's Mona Lisa hebben haar ook weinig slecht gedaan. Misschien was Walter Benjamin wat pessimistisch toen hij van 'verlies' sprak. Haar roem steeg pas echt tot in de hemel toen kranten haar afbeelding publiceerden nadat ze in 1911 gestolen was. Kunstenaars Marcel Duchamp en Andy Warhol bevestigden later met hun eigen 'toepassingen' van Mona Lisa haar status alleen maar. Ze werd er een heilige door, voor wie nog altijd pelgrims op reis gaan.


Dat nu juist, die heiligheid, staat met de nieuwe techniek op het spel. Rembrandt is niet meer een mysterieus geheim. Hij is niet meer van een paar experts, nu de bronnen, de kennis én de kunstwerken worden vrijgegeven. Rembrandt werd in 2012 van ons allemaal. Helemaal. Dichtbij en tot onze vrije beschikking. Als we willen zelfs uitvergroot, larger than life, als een soort kunstporno. Wij zijn niet meer onderworpen aan de grote, onaanraakbare kunstenaar. De kunstenaar is nu ons speeltje geworden.Wieteke van Zeil (1973) is kunst- en cultuurcriticus voor de Volkskrant.


DIGITAAL


de initiatieven in 2012

Rembrandt All His Paintings, Magna Plaza Amsterdam (souterrain), vanaf 27 dec, rembrandtallhispaintings.com


Rijksstudio: zie rijksmuseum.nl


Remdoc.org, gemaakt door de faculteit der Letteren van de Radboud Universiteit en het Huygens Instituut


Rembrandtdatabase.net, gemaakt door het Rijksbureau voor Kunsthistorische Documentatie en Museum het Mauritshuis in Den Haag


Verantwoording

Dit artikel kwam tot stand na gesprekken met Volker Manuth, hoogleraar kunstgeschiedenis aan de Radboud Universiteit Nijmegen en initiatiefnemer van remdoc.org; Ernst van de Wetering, emeritus hoogleraar kunstgeschiedenis aan de Universiteit van Amsterdam, leider van het Rembrandt Research Project en initiatiefnemer van de Magna Plaza-tentoonstelling; en Jos de Mul, filosoof en auteur van het artikel The Work of Art in the Age of Digital Recombination (2009), geïnspireerd op Walter Benjamin.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden