Gerdien Verschoor

Raadselachtigheid is de kracht van vertelling over obsessieve kunstenaar

Gerdien Verschoor: De kop van Oskar Wronski

****


Atlas Contact, 176 pagina's, 18,95


Onstuimig en bezeten, dat is de hoofdpersoon in De kop van Oskar Wronski, de tweede roman van Gerdien Verschoor. De obsessie grijpt je vanaf de tweede zin bij de lurven (na de wat suffe opening, 'Mijn naam is Odessa van Heek en ik heb mijn leven lang gezichten gemaakt'), om je pas met de laatste zin weer los te laten. Een gretiger personage dan Odessa vind je zelden.


Maar die gretigheid heeft een blinde vlek. Odessa van Heek is een beeldhouwer van adellijke afkomst, die haar ouderlijk kasteel in de jaren dertig van de vorige eeuw ontvlucht voor een kunstenaarsbestaan in Parijs. Van haar familie mag ze, passend bij haar stand, alleen bloemstillevens schilderen, maar zij boetseert het liefst bonkige koppen en echte lijven. Haar handen zijn er voor gemaakt: het zijn 'kolenschoppen, berenklauwen, grasharken'. Alles wat ze kan vinden betekent ze met billen en buiken en koppen, haar talent is niet te stoppen. Ze zwemt de IJssel over en verandert haar naam.


In Parijs ziet ze bij aankomst op het station een door de oorlog mismaakte man met een kapot oog en wordt op slag verliefd. Gladde gezichten zijn niet interessant voor een beeldhouwer als zij, onvolkomenheden fascineren haar. Vanaf die ontmoeting tekent en boetseert ze alleen nog maar zijn gezicht. Wat ze ook probeert, altijd komt zijn 'kop' tevoorschijn. Hij wordt haar muze.


De man is Oskar Wronski, een (fictieve) kunstenaar uit de Sovjet-Unie, navolger en vriend van de beroemde Malevitsj. Oskars visie op kunst is radicaal anders dan die van Odessa: hij schildert abstracte doeken die volgens de suprematistische leer niets afbeelden. Odessa en Oskar krijgen niettemin een korte affaire, waarna hij weer vertrekt, naar zijn vrouw en atelier achter het IJzeren Gordijn.


Odessa blijft de rest van haar leven van Oskar houden, al zal ze hem nooit meer zien. En dat is het vreemde: ze probeert haar geliefde niet op te zoeken, zonder dat ze daar een goede reden voor heeft. Na haar opleiding in Parijs trekt ze zich eenzaam terug in het geërfde kasteel in Overijssel. Ze tekent schetsboeken vol met zijn kop, tientallen blaadjes per dag, maar daar laat ze het bij. Waarom zet die obsessie haar niet aan tot actie?


Verschoor geeft geen pasklaar antwoord. Wel laat ze zien dat de liefde ook anders kan worden ingevuld. Beide kunstenaars staan alleen in hun visie op kunst, die door de omgeving wordt verboden (door de communisten) of als verouderd wordt beschouwd (realisme in naoorlogs Nederland). Zielsverwantschap bindt hen de rest van hun leven, en dat heeft geen woorden of omhelzing nodig. Zijn kunst gaat uiteindelijk op de hare lijken. Haar lichaam op het zijne.


Uit de surrealistische dagboekfragmenten van Oskars vrouw Olga blijkt dat ook Olga en Odessa langzaamaan versmelten: ze dromen dezelfde dromen. Verklaarbaar is dat niet, wel prachtig poëtisch beschreven.


Er blijven wel meer zaken mysterieus in deze roman, zonder dat het flauw wordt. We zitten immers in het hoofd van een kunstenaar. Die raadselachtigheid is de kracht van de vertelling, geeft het een diepe, emotionele lading - alsof het in een snik verteld is.


Puntgaaf is het boek niet. Het had evenwichtiger gekund, door Oskars levensverhaal in Polen meer ruimte te geven. Hier en daar struikel je over een ongepolijste zin. Maar die onvolkomenheden doen de zeggingskracht niet wankelen, omdat de lelijkheid juist is gethematiseerd.


Odessa kan alleen groeven en scheuren in iemands gezicht op papier en in steen tevoorschijn halen, omdat die haar eerste liefde representeren. Die ene keer dat ze een perfect gladde jongen portretteert, loopt ze vast. Zo werkt de auteur ook. Verschoor schrijft even onstuimig als haar personage koppen schetst.


Verschoor (1963) is kunsthistoricus en directeur van Codart.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.