Gerda zet door

Gerda van Wageningen viert de voltooiing van haar honderdste streekroman. 'Te lange zinnen hak ik in stukken.'

De straten en de gevels van de Muziekwijk in Oud-Beijerland zijn recht, de tuinen voorzien van aangeharkt siergesteente, de glimmende autodaken weerspiegelen het kraswerk van vliegtuigstrepen in de blauwe hemel, eveneens kaarsrecht. Dat het land waarop deze vinexwijk verrees een eeuw geleden toebehoorde aan ploeterende boerenknechten en arbeiders van de plaatselijke suikerfabriek, is moeilijk voor te stellen.


Streekromanschrijfster Gerda van Wageningen weet er alles van. Honderd boeken schreef ze, waarvan het merendeel zich afspeelt in de Hoeksche Waard, de polders tussen Rotterdam en Zeeland. Honderd. In dertig jaar tijd. 'Ik ben een gestructureerde werker, dus drie boeken per jaar haal ik gemakkelijk.'


In de toptien van best gelezen schrijvers van de Nederlandse bibliotheken staat ze op vijf, achter Carry Slee, maar voor Dan Brown en J.K. Rowling. Toch leidt de naam Gerda van Wageningen niet tot een maatschappijbrede Aha-erlebnis, zoals Kluun, Harry Mulisch, of Saskia Noort. Dat komt doordat streekromans nauwelijks in de winkel te koop zijn. Liefhebbers gaan naar de bieb, of bestellen ze op het internet. 'Het genre heeft een wat belegen imago.' Jammer, vindt ze.


Ter ere van haar honderdste boek brengt haar uitgever, Contact, de glossy Gewoon Gerda uit. 'Eigenlijk was het de bedoeling dat dat ding Gerda ging heten, maar er was al eens een glossy die Gerda heette, over minister Gerda Verburg. Vandaar het 'gewoon.'


Van Wageningen kan van het schrijven leven. 'Na mijn scheiding heb ik dit huis ervan gekocht.' Ze wijst op de ruime woonkamer. Uit de keuken klinkt een doordringend gebrom. Een boormachine? 'Nee hoor, dat is de hond. Hij snurkt, een vent is er niks bij.'


Ze zet de kat van haar schoot met een gedecideerde zwaai, ('Ja, je bent een straatmeid met dat ordinaire stemmetje van je') en zet koffie. 'Koekjes staan op tafel.' Ze praat in klare taal, met een Rotterdams accent.


Boven, in de studeerkamer, staan al haar boeken, 'zo'n driehonderd in totaal, want ze zijn allemaal als groteletterboek verschenen en de meeste ook nog eens in omnibusvorm'. Op de gekleurde ruggen staan namen als: Brekende golven, Beproefd geluk, Koren en kaf, en Licht in de nacht, op de covers blozend lachende, of juist tobberig starende vrouwen.


'Verhalen haal ik overal vandaan, soms letterlijk van de straat. Ik heb het geluk dat ik toegankelijk ben. Mensen vertellen mij veel.' Ongeveer de helft van haar oeuvre, schat ze, is historisch en speelt zich af in Rotterdam, de Hoeksche Waard, of op Schouwen-Duiveland, waar de boerderij van haar grootouders stond.


'Ik heb veel met oude mensen gepraat, mensen die nu al over de 100 zouden zijn geweest. Mijn grootmoeder was een Zeeuwse boerendochter. Toen zij dik in de 80 was en ik wist dat het niet lang meer zou duren, heb ik van alles aan haar gevraagd.'


Maar blind varen op andermans herinneringen doet ze niet. 'Ik doe altijd onderzoek, wat ik schrijf moet wel kloppen.' Op haar bureau ligt een stapel historische naslagwerken over de streek, maar ze gaat ook regelmatig een dorpsarchief in om plaatselijke kranten te lezen. 'Het kleine nieuws, de advertenties: als je dat leest, zie je wat in de buurt speelde, of de stoomtram weer eens ontspoord was, en wat je al wel en wat nog niet kon kopen.'


Het honderdste boek, Onrustig hart, gaat over de suikerwerkfabriek die in 1902 in Oud-Beijerland werd gebouwd, over de overlast die dat gaf, maar ook over de arbeidskansen die het bood. 'En je moet denken, dit was een orthodox protestantse streek, maar vanwege die fabriek kwamen er allerlei katholieke arbeiders uit Brabant, best spannend.'


Alle hoofdpersonen in haar boeken zijn vrouwen, omdat het 'een beetje bij het genre hoort', maar ook omdat ze zich in vrouwen beter kan inleven dan in mannen.


Bovendien,vindt ze dat de geschiedenis van de man al genoeg wordt bestudeerd aan de universiteiten.


Als vrouw met twee linkerhanden, 'ik ben niet zo van het ramen lappen', heeft Van Wageningen bewondering voor de 19de-eeuwse plattelandsvrouw. 'Een huishouden met zoveel kinderen, en dan die armoede, hoe deden ze dat?'


Ze schrijft ook eigentijdse verhalen, waarin ze moderne hedendaagse problematiek niet schuwt. 'Ik heb geschreven over gokverslaafden, over een overval op een juwelierszaak. Ze knikt naar een van de tientallen foto's op het eikenhouten dressoir. 'Zie je de trouwfoto van mijn jongste zoon? Hij is met een man, een Mexicaan.'


Over buitenlanders of integratieproblematiek schrijft ze zelden. 'Mijn boeken gaan over zaken die ik om mij heen zie, als ik hier door het dorp loop, zie ik nauwelijks hoofddoeken. In de stad hebben mensen daar veel meer overlast van.' Ze heeft niets tegen buitenlanders, overigens. 'Zolang ze zich aanpassen aan onze cultuur, heb ik er geen problemen mee.'


Na het weekend, als de feestelijkheden rondom streekroman nummer honderd voorbij zijn, 'de uitgever heeft hier op het dorp een feest georganiseerd, met een streekhistoricus, een high tea en een popkoor', begint ze aan nummer 101. 'Ik ben 65, maar ik bruis nog van de ideeën.'


Een toverformule voor een succesvolle streekroman heeft ze niet. 'Dat denken mensen weleens, maar ik schrijf boeken omdat ik er plezier in heb, heel veel plezier. Dat zal op de een of andere manier wel van die boeken afstralen.'


Schrijven is voor Van Wageningen geen worsteling - iets waar veel collega's haar om zullen benijden.


'Ik heb nog nooit een writer's block gehad, gelukkig, in al die dertig jaar niet.' Ja, er zijn wel dagen dat het niet gaat, dan gaat ze naar buiten, met haar golfclubs of met de verrekijker, 'vogeltjes kijken in de polder'.


Van Wageningen schrijft verhalen zolang ze zich kan herinneren. 'Ik heb er aanleg voor. Talent is geen verdienste, dat krijg je gewoon. Ik kon goed leren, maar ik kon er niets mee. In mijn tijd trouwde je en bleef je thuis en kreeg je kinderen.'


Ze had liever gestudeerd, geschiedenis, of psychologie. Maar in het gereformeerde milieu waarin Van Wageningen opgroeide was geen plaats voor dat soort fantasieën. 'Ik was op m'n 20ste getrouwd en huisvrouw.' Tegen wil en dank: 'Ik ben nooit zo van de stofdoek geweest. Van mijn eerste loon heb ik een werkster laten komen.'


Ook toen schreef ze, maar ze gooide haar schrijfsels altijd weg. 'Wat moest ik er dan mee? Ik zag het als een hobby, achteraf was het een leerproces.' Toen de jongste van haar twee zonen naar de kleuterschool ging, 'hij is nu 41, kun je nagaan', schreef ze steeds meer en besloot ze eens iets op te sturen naar een uitgever. 'Gewoon om te weten wat ik goed en fout deed. Tot mijn stomme verbazing werd dat mijn eerste boek, Rijpend geluk.'


Ze kreeg direct de opdracht voor een tweede boek, toen een derde, en een vierde. 'Ik werd er wel op aangekeken, dat ik schreef. We woonden verderop, in Klaaswaal, de mensen in het dorp vonden het maar niks, mijn ouders ook niet. Later wel hoor, toen ik na mijn 75ste boek geridderd werd, zat mijn bejaarde vader te glimmen op de eerste rij.'


Haar schrijverschap speelde ook een rol bij het op de klippen lopen van haar huwelijk. 'Mijn ex-echtgenoot was bouwkundige. Dat ik op een gegeven moment meer ging verdienen, daarmee had hij wel moeite. Het was een traditionele man, zoals zoveel mannen van mijn generatie. Soms werd hij aangesproken als meneer Van Wageningen, daar had hij wel moeite mee.'


Van Wageningen schrijft niet over zichzelf, dat komt te dichtbij, vindt ze. Ook gaat ze niet in op de verzoeken van lezers die ze soms krijgt, om hun levensverhaal te schrijven. 'Dat doe ik niet, omdat ik niet weet wat zij voelen.'


Uit de brieven die ze krijgt en de lezingen die ze heeft gegeven in bibliotheken en bij vrouwenverenigingen weet ze dat haar boeken lezers emotioneel maken. Dat is een van de redenen dat ze met die lezingen een paar jaar geleden gestopt is. 'In de pauzes hingen de mensen vaak huilend over tafel. En dan kwamen ze hoor, de levensverhalen. En dan moest ik iets terugzeggen. Dat vond ik een te grote verantwoordelijkheid. Ik ben daar helemaal niet voor opgeleid.'


Van Wageningen houdt haar boeken bewust toegankelijk: 'Ik zorg dat ze begrijpelijk zijn voor een groot publiek. Ik gebruik zo min mogelijk moeilijke woorden, en als ik mijn manuscripten nalees, hak ik zinnen die te lang zijn in stukken.'


Als ze over haar werk praat, heeft Van Wageningen het over lectuur, niet over literatuur. Al vindt ze het onderscheid niet zo nodig. 'Ik heb bewondering voor mensen die op een hoger niveau schrijven, met prachtige zinsconstructies en ingewikkelde vindingen. Dat kan ik waarschijnlijk niet. Aan de andere kant: zij kunnen waarschijnlijk geen eenvoudige boeken schrijven.


'Ik vind het ook jammer dat er zo op neergekeken wordt, maar wat kan ik eraan doen? Bovendien, ik schrijf voor mijn lezers en die lezen het graag.'


Of ze weleens naar het boekenbal is geweest? Van Wageningen trekt een scheef gezicht. 'Nee.' Ook niet uitgenodigd? 'Ook niet. Ik weet ook niet precies hoe het werkt, met die kaarten.' Lachend: 'Ik zou er best naar toe willen hoor, maar niet om in het zonnetje te worden gezet. Laat mij maar in een hoek zitten en al die mensen bekijken, dan schrijf ik er een leuk stukje over.'


Balkon:

De eerste Nederlandstalige streekromans waren omstreden. Het merendeel van de 19de-eeuwse literatuur ging niet over 'gewone mensen'. In het voorwoord van Oorlog en Vrede (1865-'69) legt Lev Tolstoj uit waarom hij over adellijke lieden schrijft en niet over knechten en boeren: hij kan zich niet voorstellen dat zij een interessant leven hebben. Dat gold voor de meeste schrijvers. Dit veranderde toen de geletterdheid van de bevolking begon toe te nemen. De Vlaming Stijn Streuvels (1871-1969) en de Nederlander Herman de Man (1898-1946) waren streekromanpioniers. Hun boeken, over het gewone leven, waren omstreden in de tijd dat ze verschenen, maar worden inmiddels algemeen als literatuur beschouwd, in tegenstelling tot de meeste hedendaagse streekromans.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden