Geraakt in het zachtste vlees

Het was wat zoetjes, het muziekaanbod van festival Motel Mozaïque. Gelukkig was daar Laura Mvula nog.

Nieuwe muziek hoeft niet nieuw te zijn. Nieuwe muziek kan net zo goed oude muziek zijn van nieuwe jongens en meisjes.


Neem de Strypes. Vier 15-jarige keurig frisse Ierse jongens die ongetwijfeld naar appelbloesemshampoo ruiken en tegelijkertijd de gruizigste rhythm-and-blues van vijftig jaren her oproepen met gitaar, bas, drums en een mondharmonica als een roestige bak. The Strypes zijn rock 'n' roll spiritisten, een medium voor dode rhythm -and-blues-mannen. In een stampvolle Rotown worden platgetreden paden extra plat getreden maar dan wel met indrukwekkende bezieling en opwinding. Is dat erg? Of eigenlijk, is dat erg op een festival zoals Motel Mozaïque dat er zich op laat voorstaan nieuwe interessante popacts te presenteren?


Niet als het met die niets ontziende inzet en opwinding gebeurt. Voor die tijd klonk op Motel Mozaïque, op een lekker verbeten klinkende The Veils na, veel popmuziek volgens het boekje.


Het kunstenfestival in Rotterdam, waar muziek een flinke portie van inneemt, presenteerde op die dagen nieuwe namen die heel mooi zongen, prachtig musiceerden maar vaak ook bleven steken in braveheinerigheid. De Britse Nick Mulvey is een goede jongen met een akoestische gitaar die zich niet hoorbaar wil onderscheiden in een zee van goede jongens met akoestische gitaren. Het Nederlandse folkkwartet Mister and Mississippi zingt zorgvuldige meerstemmige luisterliedjes waar soms een iets te precieuze gevoeligheid in doorklinkt, tegenwoordig haast kenmerkend voor het genre.


De Amerikaanse Matthew E. White maakte eerder indruk met een plaat waar zijn J.J. Cale-achtige fluisterstem en mild stonede gospelsoul worden gesteund door zachte blazers en warme koortjes. Op Mozaïque trad hij op met alleen een band. Dat scheelt. Wat op plaat sluimerend betoverde, kabbelt live plichtmatig voort.


Het zijn de zachte krachten die het een beetje lieten afweten. Maar het kan nog wel, indruk maken met pop van de bedachtzame soort. Winston Yellen, zanger van de Amerikaanse band Night Beds, heeft een stem die, gedragen door veel galm, een lik steelgitaar hier en wat bekkens daar, bezit neemt van de ruimte en groeit in kwetsbaarheid en onschuld.


Net zoals trouwens bij de eveneens Amerikaanse Milk Carton Kids. In de Paradijskerk bleken Kenneth Pattengale en Joey Ryan voor elkaar gemaakt zoals Simon was gemaakt voor Garfunkel. Net zoals die laatsten weten de Milk Carton Kids je met akoestische gitaren in je zachtste vlees te raken en je inwendig een beetje te laten huilen van geluk. Vertrouwd en troostend als je lievelingskostje.


Maar echt, echt nieuw? Misschien moesten we dat in de nieuwe combinaties zoeken. John Grants jarenzeventigsoftpop, maar nu met elektronica, leverde een goede maar geen overdonderende liveset. Het Noorse jazzcollectief Jagga Jazzist dat de krachten bundelde met het klassiek ensemble Sinfonia Rotterdam klonk wél groot en groots. Het jazzgezelschap groeide uit tot een xl-versie van zichzelf, waarbij de Zappaësque jazz nooit zijn groove verloor. Knap.


De interessantste combinatie kwam van Laura Mvula, de Britse zangeres die als belofte voor 2013 door het leven gaat. In minutieus gearrangeerde soulliedjes maakten strijkers en piano de dienst uit. Flarden harp daalden neer als sterrenstof, terwijl de meerstemmige koortjes alle hoeken en gaten vulden. Ook met minimale begeleiding overtuigde Mvula. Alleen aan haar piano, zong ze krachtig en kwetsbaar over haar vader. Ze kreeg er de Rotterdamse Schouwburg stil mee.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden