Ger Fritz organiseerde jarenlang begrafenissen waar niemand heen ging

Hoe wat toewijding van een ambtenaar uniek bleek in de wereld.

Ger Fritz organiseerde ruim twintig jaar lang de eenzaamste uitvaarten van Amsterdam, die van gemeentewege. En hij is een opgewekt man. Een rotgevoel na zo veel vergeten doden? In tegendeel.

Maandag viel zijn naam even in het mooie stuk van Ellen de Visser over de dichters die, op uitvaarten waar niemand heen gaat, een speciaal geschreven gedicht komen voorlezen. Ger Fritz is de ambtenaar naar wie dichter F. Starik vijftien jaar geleden in zorgvuldig uitgekozen kostuum door de novemberregen fietste, vergezeld door een juffrouw van het Amsterdamse Fonds voor de Kunst, voor de gelegenheid in mantelpakje. Samen gingen ze bij het toenmalig Bureau Uitvaarten van Gemeentewege vragen of het mocht, dichten voor eenzame overledenen. Het Fonds had al een potje vrijgemaakt voor de kosten: 330 euro per gedicht.

Daar zat Fritz. Hij stemde toe. De rest is geschiedenis en over die dichterlijke kant van het verhaal zijn nu al drie mooie boeken verschenen. Alleen de rol van Ger Fritz raakt wat op de achtergrond en dat is jammer. Fritz ging naar de mulo en citeert graag Vondel uit het hoofd ('Die dichtte ook grafschriften. Maar meestal voor de gegoede burgerij'). Ger Fritz zet het tegenwoordige imago van kunst als linkse hobby eens in een ander daglicht - houd toch op, hij stemde altijd VVD.

Aan F. Starik ligt het niet, die schreef over hem en ze raakten bevriend. Maar dat Ger Fritz de persoon is die talloze begrafenissen van gemeentewege al geruime tijd vóór de dichters kwamen van wat cultuur voorzag, en zo de juiste omgeving schiep, dreigt te worden vergeten. Amsterdams burgemeester Eberhard van der Laan noemt de schijnbaar zinloze inspanning van de dichters nu 'een ultiem gebaar van beschaving' en daar heeft hij gelijk in. Alleen deed Ger Fritz op zijn manier al jaren in stilte iets vergelijkbaars.

Vóór Fritz was de gemeentelijke lijkbezorging een afdelinkje van één man, een eenzame ambtenaar, met een kantoortje op de begraafplaats. 'Sober in het kwadraat', zegt Fritz. Een lijkwagen reed naar het graf. Altijd 's morgens vroeg, voordat de begraafplaats openging. De kist werd recht uit de auto op het graf en naar beneden gewerkt, en klaar.

Zijn vrouw Regina: 'Ger doet de dingen graag met militaire precisie'

Ger Fritz was ambtenaar bij de sociale dienst toen de gemeentelijke lijkbezorging midden jaren tachtig zogezegd aan hem werd toegevoegd. 'Dus ik dacht: er moeten voortaan dragers voor de kist komen. Vier dragers. En een bloemstuk.' De uitvaart van gemeentewege, besloot Ger Fritz, begon vanaf nu om tien uur. 'En geen minuut eerder of later.'

Respect, zegt hij. Iedereen op zijn afdeling was het ermee eens dat respect het grote woord moest worden. Een andere tijd. Dus het kón.

'Voortaan huurden we de aula erbij. Of die nou leeg bleef of niet.'

In die aula draaiden ze vanaf dat moment ook altijd, leeg of niet, drie muziekstukken voor de eenzame overledene. Stond diens woning vol André Hazes? Dan drie keer André Hazes.

Ger Fitz

'En ik bestelde tevoren vijf koppen koffie.'

Ik zeg: 'Voor uzelf en de dragers.' Nee, zegt Fritz.

'Maar er kwam niemand!'

Streng: 'Dan gooiden we alles weer weg. Koffie hoort bij het ritueel.'

Deze poëzie van een paar toegewijde handelingen voor een eenzame dode bleek, ook wel tot verbazing van Fritz, tamelijk uniek in de wereld. We zitten al twee uur te praten in het Fort bij Edam, waar hij sinds zijn pensionering bijna fulltime is te vinden als vrijwilliger, als hij hier bijna per ongeluk mee komt: 'Ik kreeg van Australië tot Engeland vragen van collega's die het ook zo wilden gaan doen. Met die dragers en met bloemen.'

Wat leuk, zeg ik. Hollands glorie, potverdorie. Hij schudt beslist zijn hoofd: 'Laat ik zeggen: ik betréúr het. Ik betreur het dat een gebaar van wellevendheid voor veel mensen iets bijzonders bleek te zijn.'

En toen kwam Starik. En die schreef het eerste gedicht, voor een Ghanees. Ger Fritz, zacht: 'Dag man zonder naam, ik groet u, onderweg naar 't laatste land waar ieder welkom wordt geheten...'

Ik vraag: 'Was u ontroerd?'

Eerste gedicht voor een eenzame uitvaart, door F. Starik

Fritz: 'Nee. Dit gedicht kwam bínnen.'

Als Ger Fritz iets belangrijk vindt roept hij: 'Dat ís toch... dat ís toch...' Hierbij slaat hij hard met zijn hand op tafel. Eva Gerlach. Neeltje Maria Min. Vákmensen.

Zijn vader was politieman. En Ger doet de dingen graag met militaire precisie, zegt zijn vrouw Regina, die een broodje bakkeljauw komt brengen. Dichters, althans op papier, in zekere zin ook.

Misschien is dat het.

Reageren? m.oostveen@volkskrant.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden