Geprogammeerde jazz teert veel minder op verleden dan pop

Zeer geslaagde North Sea Jazz, met als toetje saxofonist McCaslin

Als zondagavond elf uur het 42ste North Sea Jazz Festival bijna ten einde is en er kan worden geconcludeerd dat het een zeer geslaagde editie is, komt daar nog saxofonist Donny McCaslin.

De Amerikaanse Erykah Badu treedt op tijdens de derde dag van North Sea Jazz in Ahoy Rotterdam. Foto ANP

Hij werd vorig jaar ineens wereldberoemd als bandleider op de laatste plaat van David Bowie. Op het vorige North Sea Jazz speelde hij al de sterren van de hemel in de kleine Yenisei zaal, dit jaar is hij met een voor de helft gewijzigd kwartet gepromoveerd naar de grote Hudson-zaal.

Zijn eigen werk is imponerend genoeg, maar als het nummer Lazarus begint, van Bowies zwanenzang Blackstar, gebeurt er echt iets. Zo'n magisch moment waar jazzmuzikanten altijd naar zoeken. McCaslin speelt dezelfde melodielijn als hij op de plaat deed maar hij begint vervolgens een solo die met iedere noot doorleefder lijkt te gaan klinken. Steeds vuriger voert hij de toch al zo fraaie compositie naar een climax.

Om even stil van te worden zo laat op de avond. Blij dat je toch even het ook al intense concert van Kamasi Washington hebt verlaten. Zoals het hele weekend veel keuzen gemaakt moesten worden. Zeker wie de jazzroute volgde, moest drie dagen lang kiezen tussen steeds minstens twee in ieder geval op papier interessante concerten. Als zondagavond het danslustige poppubliek op zijn wenken wordt bediend door Jamiroquai die een greep doet uit zijn jarennegentighits, staan elders in het Ahoy complex de zaal twee jazzgrootheden met een blik op de toekomst gericht.

Hoe verschillend de aanpak van beide saxofonisten ook is, ze benaderen jazz elk even fris en inventief. Washington speelt met een voor zijn doen kleine band, waarin ook zijn vader op dwarsfluit meedoet in Malcolm's Theme. Het lijkt wel alsof hij muzikaal meer in de richting van funk gaat, de groove die zijn band te pakken heeft is een nieuw element in zijn muziek. Krachtig zijn nog altijd zijn saxsolo's, zeker wanneer hij het opneemt tegen zijn trombonist Ryan Porter.

Washington en McCaslin onderstrepen zondag de conclusie dat de geprogrammeerde jazz veel minder op het verleden teert dan de pop. Eigenlijk appelleren alle grote popnamen, Solange uitgezonderd, dit weekend aan gevoelens van nostalgie.

Ook Mavis Staples en Erykah Badu zondag. Staples zingt een dag voor haar 78ste verjaardag vooral het oude materiaal van de Staple Singers terwijl ze recent toch een reeks sterke albums vol gospelsoul heeft opgenomen.

Maar het werkt wel in en rond de stampvolle Congo-tent. I'll Take You There, Respect Yourself en een dampende cover van de Talking Heads-hit Slippery People zijn gangmakers in een fraaie gospeldienst, waarin Staples zelf steeds vrolijker groeit in haar rol als innemende voorganger.

Het zijn dit jaar vooral de vrouwen die het popaanbod domineren. Na souldiva's als Gladys Knight, Solange en Mavis Staples staat zondag Erykah Badu nog op het programma, en die maakt het in de grote Nile-zaal voor meer dan tienduizend man nog even spannend. Ze laat haar band wachten, die zichzelf uit verveling begint voor te stellen. Maar daar is ze dan toch, gekleed in een bont bedrukt gewaad. Ze kijkt de zaal in met een blik die het midden houdt tussen streng en sereen. Het is twintig jaar geleden dat haar debuutalbum Baduizm verscheen, en dat mogen we weten. De show leunt van On & On tot en met Tyrone erg op haar vroegste werk, maar de sound is prachtig. Een diep, naar hiphop neigend geluid met een stevige funkgroove.

Badu blijft een curieuze enigmatische verschijning, die wel wat meer los mag komen, maar haar optreden is wel spannender dan de wel heel erg op meezingen en -klappen aansturende concerten van nostalgie-acts als de New Power Generation (Prince-0hits als een soort karaokefeestje) en Jamiroquai die het popprogramma zondag afsluiten.