Geplaagde leraar

STAKINGEN in het onderwijs zijn zeldzaam. Als de onderwijsbonden - die tezamen de helft van de 70.000 leraren in Nederland vertegenwoordigen - dit pressiemiddel inzetten om de lopende CAO-onderhandelingen in hun voordeel te beslechten, kan dan ook worden aangenomen dat er wat loos is in het voortgezet onderwijs....

De arbeidsvreugde van de leraar wordt de laatste jaren ondermijnd door een aantal tekortkomingen in het onderwijs. De naar verhouding grote omvang van de Nederlandse klassen is zo'n probleem. In het basisonderwijs wordt daar voorzichtig wat aan gedaan, maar op de middelbare scholen zijn klassen met dertig leerlingen geen uitzondering. Daarnaast brengt de Nederlandse (fulltime) leraar per jaar bijna duizend lesuren door in de klas. Dat is veel. Zeker in vergelijking met, bijvoorbeeld, zijn Noorse collega die met de helft van het aantal lesuren kan volstaan.

Gevolg is dat de leraar weinig tijd heeft voor individuele begeleiding van de leerling. Daaronder heeft niet alleen het onderling contact te lijden, maar ook het vermogen van scholen om leerproblemen tijdig te onderkennen en aan te pakken. Daarop kan de docent overigens wel worden aangesproken door mondige leerlingen en kritische ouders. Ten slotte heeft de leraar te kampen met allerlei herstructureringen die het vak er op termijn misschien wel aantrekkelijker maken, maar die vooralsnog veel overlast veroorzaken, zoals scholenfusies en - vooral - de constructie van de tweede fase met haar 'doorstroomprofielen'.

Het leraarschap geniet ook nog eens weinig prestige. In een poging de schade enigszins te herstellen, heeft minister Ritzen de aanvangssalarissen in het voortgezet onderwijs weliswaar opgetrokken tot boven het OESO-gemiddelde, maar daarmee is malaise in de sector niet meteen verdwenen. Maatschappelijke achting voor het vak is nu eenmaal niet afdwingbaar.

Dat de leraar zijn noden onder de aandacht van het publiek wil brengen is logisch, en dat hij zich daarbij bedient van een staking is begrijpelijk. Dat de bonden echter een tamelijk technisch detail van de nieuwe CAO tot inzet hebben verheven, is niet slim.

In de centrale CAO die al met het ministerie is afgesloten, is een (bescheiden) salarisverhoging en een arbeidsduurverkorting van drie procent opgenomen. De bonden liggen nu in de clinch met de schoolbesturen en -directies - hun gesprekspartners in het huidige CAO-overleg - over de vraag of die atv door de scholen zelf moet worden ingevuld, of dat voor de hele sector een reductie van het aantal lesuren per week moet worden afgesproken van 28 naar 26. Het valt te vrezen dat het voortgezet onderwijs zich met deze finesses geen hogere plaats zal verwerven op de politieke agenda. En daar zal toch de ruimte moeten ontstaan waaraan deze benarde sector zoveel behoefte heeft.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden