Georgië ís niet zo lief

Europa dreigt in zijn eigen achtertuin de fouten te herhalen die het eerder maakte in de Arabische wereld, schrijft Lousewies van der Laan, voorafgaand aan de verkiezingen in Georgië.

Een 21-jarige Georgische studente vertelde mij onlangs waarom ze politiek actief is geworden. Voor haar veiligheid zal ik haar Marina noemen. Na een demonstratie om openheid te krijgen over de bestedingen op de universiteit werden Marina en haar zus om elf uur 's avonds thuis aangehouden en de hele nacht verhoord op het politiebureau. 'Ze vroegen wie ons had aangespoord te demonstreren, wat voor werk onze ouders doen, of ze politiek actief zijn. We kregen geen advocaat en moesten ons uitkleden om gefouilleerd te worden.'


Op 1 oktober zijn er verkiezingen in Georgië, een land waar drie jaar geleden nog een oorlog met Rusland woedde. President Saakashvili, die na de Rozenrevolutie aan de macht kwam, is een fanatiek pro-Westerse koers ingeslagen. Hij heeft furore gemaakt toen hij alle Georgische politieagenten ontsloeg om corruptie tegen te gaan. Straatborden werden tweetalig: Georgisch en Engels. En dat in een land waar een groot deel van de bevolking nog Russisch spreekt.


Georgië leek een lichtpuntje in een onstabiele regio en stond in schril contrast met zijn Kaukasische buurlanden: het autocratische Azerbeidzjan en het geïsoleerde, arme Armenië. De regio is cruciaal voor doorvoer van energie, dus stabiele partners, die onafhankelijk lijken te opereren van Poetins Rusland, zijn voor Europa van levensbelang.


Maar het beeld van Georgië kantelt. In de opmaat naar de verkiezingen komen steeds meer rapporten over mensenrechtenschendingen naar buiten. Het lijkt erop dat de regering alles op alles wil zetten om aan de macht te blijven nu er voor het eerst serieuze weerstand komt. De oppositie is verenigd in de 'Georgian Dream'-coalitie onder leiding van de miljardair Boris Ivanishvilli, een wat verlegen zakenman die zijn fortuin in Rusland heeft gemaakt en vooral bekend was om zijn liefdadigheidswerk.


Afgelopen mei was ik in Georgië om bij te praten met liberale zusterpartijen. Ik had gesprekken met oppositie en regering, maar ontmoette ook jonge mensenrechtenactivisten zoals Marina. Die zei toen over haar behandeling door de politie: 'Ik was zo kwaad dat dit in mijn land kon gebeuren dat ik me wil inzetten voor een nieuw Georgië, waar je wel mag vragen wat er met je belastinggeld gebeurt en de politie mensen niet mag intimideren.'


Ivanishvilli krijgt veel tegenwerking van overheidsinstanties: zijn Georgische paspoort is afgepakt en de nieuwe Rijksaccountantdienst, die toeziet op campagnefinanciering, legde hem miljoenenboetes op. Human Rights Watch maakt melding van buitensporig geweld om demonstraties tegen het regime uiteen te drijven. Tientallen Georgiërs zitten vast zonder eerlijk proces en journalisten worden vervolgd zonder dat bewijs wordt vrijgegeven.


Transparency International maakt in een recent rapport over Georgië gehakt van het anti-corruptie-imago van de regering: 'De wetgevende en rechtsprekende macht zijn niet sterk en onafhankelijk genoeg om corruptie tegen te gaan.' Toch komt vanuit het Westen nog weinig kritiek. In de perceptie is het een electorale keus tussen de pro-Westerse koers van de regering en een onbekende nieuweling met wortels in Rusland en sterke banden met de aartsconservatieve orthodoxe kerk. Met Poetin in een steeds autocratischer Rusland en een Europese voorkeur voor secularisme lijkt de keus dan snel gemaakt.


Maar de vraag is of Westerse politici wel partij moeten kiezen. De vraag is of we de juiste les uit de Arabische Lente hebben getrokken. Decennialang heeft het Westen, onder aanvoering van de VS, Arabische dictators de hand boven het hoofd gehouden. Oud-president Mubarak van Egypte was een gewaardeerde bondgenoot van het Westen. Vrede met Israël, en de stabiliteit die dat met zich meebracht, wogen zwaarder dan rechten voor de Egyptenaren. En de autocratische oud-president Ben Ali van Tunesië gold als lichtend leider van Noord-Afrika, terwijl activisten in de gevangenis verdwenen.


Het is nu tijd om lessen te trekken. Nederland moet daarbij voorop lopen, vanwege onze grondwettelijke plicht om de internationale rechtsorde te bevorderen. Maar ook omdat we onze buren dezelfde vrijheid zouden moeten toewensen die wij zelf hebben. En voor de Hollandse koopman: in welvarende, stabiele landen is meer geld te verdienen.


De les die we geleerd moeten hebben, is dat politici die meer op onze lijn zitten net zo min de waarden van de rechtsstaat mogen schenden als ieder ander. We moeten onze buren echte verkiezingen gunnen. Dat kan betekenen dat in Egypte na democratische verkiezingen de Moslimbroederschap aan de macht komt. Dat er in Tunesië nu hevige discussies woeden over de rechten van vrouwen in de grondwet. En in Georgië zou een deel van de bevolking religie wel eens een sterkere rol willen geven in de politiek en een minder anti-Russische koers willen varen.


De les uit de ontwikkelingen sinds de Arabische Lente is dat het geen zin heeft lagere eisen te stellen aan regeringen die meer in ons straatje lijken te passen. Daar betaal je uiteindelijk een hoge prijs voor. De instabiliteit in Egypte en Syrië is de prijs van een dictatuur die de winst van economische groei in de zakken van een kleine elite stopte, tegengeluiden niet toestond en waar de moskee de enige plek was waar mensen elkaar vrij konden ontmoeten.


We hebben jarenlang het kaartenhuis in stand gehouden door de kant van de dictator te kiezen. Nederland en Europa kunnen en moeten het voortouw nemen in het bewaken van een eerlijk democratisch proces, in de regio en wereldwijd. Het minste wat wij kunnen doen, is de Georgische regeringen aanspreken op de mensenrechtenschendingen. Misschien kiezen de Georgiërs iemand die ons bevalt, misschien ook niet. Dat hoort bij een democratie. Andersom zal niet elke Georgiër staan te juichen bij de uitkomsten van de Nederlandse verkiezingen.


de auteur


Van D66-politica tot adviseur


Lousewies van der Laan (Rotterdam, 1966) is adviseur internationale betrekkingen. Van 1999 tot 2003 was ze fractievoorzitter voor D66 in het Europarlement. Daarna was zij Tweede Kamerlid en fractievoorzitter. Later werd zij stafchef bij het Internationaal Strafhof.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden