George Maat ploetert voor nabestaanden

Op het tweede gezicht: George Maat

'MH17'-expert George Maat sprak in besloten kring over de slachtoffers. RTL Nieuws sprak er schande van. De bal ligt nu bij de Raad voor de Journalistiek: als de pers vrij is, moeten wetenschappers dan zwijgen?

Prof. Dr. J.R. (George) Maat begin 2016. Beeld Julius Schrank / de Volkskrant

Zeeuwse Uitkijk is onderdeel van de archipel die Spitsbergen wordt genoemd. Het is een klein eiland, zegt archeoloog Menno Hoogland. In een uur tijd ben je de hele kustlijn langsgelopen. In 1980 verbleef hij er zes weken met forensisch antropoloog George Maat. Als deelnemers aan een arctisch NWO-project deden ze onderzoek naar de stoffelijke resten van de ongeveer 120 Nederlandse walvisvaarders die er liggen begraven. 'Het was doorbeuken', erkent Hoogland. In een door permafrost getekende bodem. 'Maar George is een buitengewoon harde werker. En ikzelf houd er ook wel van om te graven en te hakken.' Ze stonden vroeg op en begonnen de dag met de inname van een liter calorierijk voedsel: havermoutpap waardoor suiker en 'een flinke klomp roomboter' was geroerd. 'We hadden 12,5 kilo boter bij ons.'

Ze werkten door tot een uur of vijf 's middags. De vrije avond werd ingeluid met de inname van bescheiden hoeveelheden jenever, stukken kaas en driedubbel gerookte worst. Soms hielden ze schietoefeningen op een oud olievat. George Maat - lid van een schietvereniging in Leiderdorp - met zijn Smith & Wesson. Hoogland met een jachtgeweer. Ze deden dat bij wijze van vertier, maar ook om zich eventueel tegen een ijsbeer te kunnen verweren.

Denkbeeldig was zo'n confrontatie niet. Bij een andere expeditie, op Nova Zembla, is Maat er eens een tegengekomen. 'Ik pakte mijn dubbelloops jachtgeweer en dacht: als het moet, schiet ik hem van zijn hoeven', zei hij later. 'Maar ineens rende de beer de bergen in, 40 kilometer per uur op die zachte poten. Het was alsof een wolk vertrok, want je hoorde niets. Bizar.' Op Zeeuwse Uitkijk zagen Maat en Hoogland pootafdrukken van een ijsbeer op het strand. Bij wijze van voorzorg spanden ze struikeldraad rondom hun slaaptent. Het alarm is nooit afgegaan.

Tijdlijn George Johannes Reinald Maat

1946 Geboren in Den Haag

1964 Studie geneeskunde Leiden (tot 1973)

1974 Promotie medische faculteit Leiden

1974 Wetenschappelijk medewerker MWI Paramaribo (tot 1976)

1977 Diverse wetenschappelijke functies Universiteit Leiden (tot 1986)

1986 Werkzaam in Koeweit (tot 1991)

1991 UHD Universiteit Utrecht (tot 1993)

1993 UHD, later hoogleraar, in Leiden (tot 2011)

1999 Onderwijsprijs, Universiteit Leiden

2012 Gastdocent aan de artsenopleiding in Kathmandu (Nepal).Maat is getrouwd en heeft drie dochters

Smeerenburg, Spitsbergen, 1980. Beeld Ben Bekooij

In wetenschappelijke zin was hun expeditie buitengewoon vruchtbaar. Op Zeeuwse Uitkijk groeven ze de botresten op van vijftig mannen. 'Ze waren in de regel keurig begraven', zegt Hoogland. 'Sommigen waren nog aangekleed. Dertig van hen droegen een wollen muts. Het skeletmateriaal en de kleren waren als het ware gevriesdroogd.'

Nog opmerkelijker was de bodemvondst op een van de grotere eilanden - bij Smeerenburg, de vroegere nederzetting van Nederlandse walvisvaarders. Daar stuitte Maat bij toeval op de resten van de zeven mannen die in de vroege 17de eeuw tijdens hun overwintering op Spitsbergen aan de gevolgen van scheurbuik zijn bezweken. 'Hun dood moet uiterst pijnlijk zijn geweest', zegt Hoogland. 'Scheurbuik manifesteerde zich eerst in bloedingen in de mond. Vervolgens werden de bloedvaten aangetast en traden botsplijtingen in de lengte op.'

Maat had een groot deel van zijn jeugd doorgebracht in de binnenlanden van Brits Borneo, waar zijn vader werkte als cartograaf voor Shell. Vanaf zijn 9de volgde hij onderwijs op een Nederlandse kostschool. Hij woonde bij een pleeggezin in Oegstgeest. Zijn ouders zag hij eenmaal per jaar. 'Een kloosterachtige toestand', zei hij hierover. 'Maar het heeft zeker voordelen alleen achter te blijven! Ik leerde alles zelf op te lossen.'

Avontuurlijkheid

In Leiden, waar hij vanaf 1964 geneeskunde studeerde, onderscheidde hij zich met een zekere avontuurlijkheid, zegt zijn clubgenoot - bij het Leidsch Studenten Corps - Floris Cohen. 'Hij voelde zich meer thuis in de sociëteit dan ik en hij deed dingen waarvoor de bezadigder boekenlezers in onze jaarclub echt niet te vinden waren. Hij was - en is - behept met een grote innerlijke en ook uiterlijke beschaving. Daarnaast is hij iemand die zich rijkelijk rechtlijnig, soms op het botte af maar toch ook weer heel hoffelijk kan uitdrukken.'

Cohen was met name onder de indruk van de manier waarop Maat zich heeft ontfermd over een jaarclubgenoot die met psychische problemen kampte. 'Normaal sta je daar op die leeftijd niet zo voor open. George is hem blijven opzoeken - tot het einde. Die trouw heeft me enorm geïmponeerd.'

Maat studeerde, in een beheerst tempo, af op de klassieke manier: na het behalen van zijn artsexamen schreef hij meteen zijn proefschrift (over een anatomisch onderwerp). Hij had een felbegeerde opleidingsplek voor kno-arts kunnen verwerven, maar koos - tot verbazing van velen - voor uitzending naar Suriname. Met zijn één jaar oudere studiegenoot Ab Verbout zette hij aan de Anton de Kom Universiteit in Paramaribo het anatomisch onderwijs in de steigers - als bijdrage van de Leidse universiteit aan de naderende onafhankelijkheid van Suriname.

George Maat in zijn studententijd.

Het was 1974. 'Het gistte enigszins in het land', herinnert Verbout zich. 'Er waren botsingen tussen de etnische bevolkingsgroepen en er was een grote uittocht gaande naar Nederland. Op het ene moment deed je boodschappen in een winkel, op het andere moment was de uitbater van die winkel vertrokken.' Soms werden Maat en hij aangesproken op de koloniale zonden van het moederland, een thema waarmee ze hoegenaamd niet vertrouwd waren. Maar van de minzame Maat ging altijd een kalmerende invloed uit.

In Suriname kwam Maats belangstelling voor de forensische antropologie, de tak van wetenschap waarbij persoonskenmerken worden ontleend aan onder andere botmateriaal, verder tot ontwikkeling. Hij onderzocht de skeletten van Indianen uit de tijd vóór Columbus die bij een zandafgraving waren geborgen, en hij ontwikkelde methoden voor de vaststelling van het geslacht en de leeftijd van de overledenen.

'In de forensische antropologie kwamen zijn pragmatisme en zijn wetenschappelijke belangstelling samen', zegt forensisch patholoog Hans de Boer. 'Hij is een probleemoplossend mens. Hij heeft zijn vakgebied verder geholpen met de ontwikkeling van eenvoudige en goedkope onderzoekmethoden. Zo heeft hij een simpele en doeltreffende manier gevonden om dna aan botmateriaal te onttrekken. Door zijn toedoen is Nederland op dit gebied echt toonaangevend.'

Maat was onder andere betrokken bij de identificatie van slachtoffers van de vuurwerkramp in Enschede, de tsunami in Thailand, de vliegramp in Tripoli en de burgeroorlogen in het voormalige Joegoslavië. In Koeweit onderzocht hij een massagraf van soldaten van Alexander de Grote - een project dat met de invasie door Saddam Hoessein (1990) plotseling ten einde kwam. 'Indiana Bones', noemen ze George Maat bij Scotland Yard. 'Heer tussen de lijken', werd hij in het blad Arts in Spe genoemd. In Leiden leverde de zoektocht naar de botresten van de familie Boerhaave hem de koosnaam 'kluivenduiker' op, zijn persoonlijke favoriet.

Vooral het werk in oorlogsgebieden viel hem zwaar. 'Als een vliegtuig verongelukt, is dat zuur', zegt Ad Verbout. 'Maar op de Balkan zijn doelbewust duizenden mensen vermoord, omdat ze tot een bepaalde bevolkingsgroep behoorden. Daar had George het moeilijk mee. 'In Kosovo was een heel dorp afgeslacht en in een massagraf gedumpt', zei Maat in een interview. 'Daar zaten baby's tussen. Hartverscheurend. Die moesten we met de hand opgraven, want een machine zou de resten te veel beschadigen. (...) De gedachte dat wat ik doe zinvol is, steunt me in mijn werk. Ik wil dat er in een oorlog recht gesproken wordt met het bewijsmateriaal dat ik in de massagraven verzamel. En bij vliegrampen of natuurgeweld, zoals de tsunami, wil ik de families iets teruggeven.'

Onderwijsman

'Hij wil zó graag kennis overdragen', zegt collega-anatoom en emeritus hoogleraar orthopedie Ab Verbout over Maat. 'En dat doet hij zó charmant.' 'Hij is een pur sang onderwijsman', bevestigt patholoog Hans de Boer - werkzaam aan het AMC en net als Maat lid van het MH17-identificatieteam. 'Hij was enthousiasmerend en geduldig. Althans: met studenten die enigszins gemotiveerd waren. Als je te laat bij een college kwam, mocht je er niet meer in. In die zin was hij de typische Leidse professor. Zodra de universiteit een onderwijsprijs instelde, in 1999, won George hem.'

MH17-teamlid

Uiteraard maakte Maat deel uit van het team dat 296 van de 298 slachtoffers van de MH17 heeft geïdentificeerd. 'Zijn toewijding was grenzeloos', zegt Verbout. 'Om zo weinig mogelijk tijd te verliezen, sliep hij vaak in de Van Oudheusdenkazerne in Hilversum, waar de stoffelijke resten naartoe waren gebracht. 'Ik zou de nabestaanden zo graag willen vertellen wat mijn werk inhoudt', zei Maat zelf. 'Hoeveel tijd en moeite het kost om die brief met naam en dat kistje met onder andere het dna-materiaal aan ze te kunnen retourneren.'

Hij wil dus graag getuigen. Niet alleen om nabestaanden te kunnen laten weten 'dat er voor ze geploeterd is', maar ook om bij (potentiële) geneeskundestudenten belangstelling te wekken voor de forensische antropologie - een vak dat in het medisch kerncurriculum ontbreekt. Met dat oogmerk hield hij op 9 april 2015 een lezing bij Santé, de Maastrichtse studievereniging voor studenten Gezondheidswetenschappen. In de veronderstelling verkerend dat het - zoals gebruikelijk - een besloten bijeenkomst betrof, trad hij in detail over de toestand van de stoffelijke resten van de MH17-slachtoffers en toonde hij (geanonimiseerde) foto's van botresten.

Identificatieproces

Bij de identificatie van slachtoffers van een ramp zijn in de regel drie teams betrokken: het ante mortem-team verzamelt materiaal van slachtoffers uit de tijd dat die nog in leven waren (vaak met hulp van nabestaanden). Het post mortem-team, bestaand uit forensisch antropologen, onderzoekt stoffelijke resten. Een derde team stelt op basis van de aldus verkregen informatie de identiteit van de slachtoffers vast. Deze werkwijze brengt met zich mee dat de onderzoekers niet op de hoogte zijn van de identiteit van de mensen wier botresten ze onder hun hoede hebben.

Hij had wel vaker dit soort lezingen gehouden. Alleen in maart 2015 al tweemaal. En altijd had hij de regels voor het gebruik van foto's van stoffelijke resten geëerbiedigd. De lezing zou dus zonder gevolgen zijn gebleven als zich onder zijn toehoorders niet twee verslaggevers van RTL Nieuws hadden bevonden die Maat ervan betichtten een 'enorme inbreuk op de privacy van de nabestaanden' te hebben gepleegd. De net aangetreden minister van Veiligheid en Justitie, Ard van der Steur, bekrachtigde die zienswijze zonder zich in het geval te hebben verdiept. 'Buitengewoon ongepast en onsmakelijk', noemde hij het optreden van Maat - die een dag later op non-actief werd gesteld. In de woorden van De Boer: 'De minister, de man voor wie wij werken, heeft hem voor de bus gegooid.'

Maat heeft de affaire met een 'stoïcijnse houding' ondergaan zegt De Boer. 'Hij heeft altijd vertrouwen gehad in een goede afloop. Terecht, zoals we inmiddels kunnen vaststellen.' Maar met de verontschuldigingen van Van der Steur voor zijn 'impulsieve' handelwijze is de zaak volgens De Boer nog niet ten einde. 'Een vraag van meer principiële aard is nog niet beantwoord: mag de journalistieke vrijheid prevaleren boven de academische vrijheid? Als een journalist zonder zich bekend te maken bij een college of een besloten lezing kan gaan zitten, durft geen wetenschapper zich nog te uiten over medisch-ethische of rechtstatelijke kwesties.'

De citaten van George Maat zijn ontleend aan Vrij Nederland.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.