Geobsedeerd door Dostojevski

LEONID TSYPKIN was een Russische arts, die voornamelijk gewerkt heeft als medisch onderzoeker en die zijn leven lang een diepe verering koesterde voor de literatuur....

Daar zit een metafysisch luchtje aan, of tenminste een mystieke, misschien wel pseudo-religieuze kant. De schrijver, die de verteller is, maakt in het boek een reis naar Leningrad en verstaat zich gedurende die reis met de autobiografische aantekeningen van Dostojevski's tweede vrouw. Die vrouw, Anna Grigorjevna, was tegelijkertijd Dostojevski's secretaresse en zijn belangrijkste fan. Ze nam, in een sfeer van aan devotie grenzende peilloze toewijding, in stenoschrift het dictaat van haar man op. Die moest toen zijn belangrijkste boeken nog schrijven, maar koesterde al wel alle belangrijke zorgen en eigenaardigheden die de kleur, geur en smaak van zijn biografie uitmaken.

Tsypkin heeft zijn roman in de avonduren geschreven en er vermoedelijk eindeloos aan zitten schaven. Zijn eigen levensgeschiedenis is het cliché van waar een schrijvende, intellectuele, joodse Rus in het heilige communistische rijk van de 20ste eeuw op kon rekenen. Discrimineren, dwarsbomen, treiteren: het onvermoeibaar toegepaste recept trof ook hem. Toen hij zijn boek voltooid had, werd het het land uitgesmokkeld en in een Russisch emigranten-tijdschrift in de Verenigde Staten gepubliceerd.

Dat was in het voorjaar van 1982, een week voor Tsypkin stierf. 'Hij was zeven dagen lang een schrijver geweest', zegt de Amerikaanse essayiste Susan Sontag enigszins larmoyant in het uitvoerige voorwoord dat de Nederlandse uitgave van zijn boek nu begeleidt. Indertijd is Tsypkins boek wel opgemerkt, maar niet op een spectaculaire manier ontvangen. Dat komt pas nu, nadat Sontag het boek heeft 'herontdekt' en er een beschouwing aan wijdde. Nu wordt Zomer in Baden-Baden in allerlei talen uitgebracht, begeleid door het klaroengeschal van Sontag.

Zij onthult biografische bijzonderheden over de auteur, zij doet een eerste poging het boek een plaats te geven in de westerse literatuur van de tweede helft van de 20ste eeuw. Dat gaat met lawaaiige uitspraken en forse vergelijkingen gepaard: 'Ik zou Zomer in Baden-Baden tot de mooiste, origineelste en meest verheven werken van een eeuw fictie en aan fictie verwante literatuur willen rekenen', schrijft Sontag. Zij verheft Tsypkins stijl - eindeloze, meanderende zinnen, uitdrukking van een spookachtig dromende en associërende geest - tot een bijzonderheid en vergelijkt de schrijver met José Saramago en Thomas Bernhard. Op een gegeven moment heeft ze het zelfs over de 'Tsypkin-zin', als een uniek en belangrijk literair verschijnsel.

Omdat zij ook veel werk maakt van de reconstructie van Tsypkins levenslot, is het oppassen geblazen. Dat levensverhaal is een aaneenschakeling van narigheid. Tsypkins ouders, ook al medici, kwamen uit Minsk en zijn te beschouwen als permanente slachtoffers van zowel het nazistisch antisemitisme als dat van communistische makelij. Dat heeft zijn jeugd vergald. Zijn loopbaan werd vervolgens gehinderd door zijn achtergrond en zijn belangstelling. Hoewel hij een begaafd onderzoeker moet zijn geweest, heeft hij nauwelijks carrière kunnen maken. Toen, in de jaren zeventig, zijn zoon ook nog eens uitweek naar de Verenigde Staten, was het met een vredig Sovjet-burgerschap, hoe beperkt dat op zichzelf ook was, helemaal gedaan. Zijn literaire ambities kon hij slechts thuis uitleven; hij schreef, zoals dat toen heette, 'voor de bureaulade'.

Zo'n levensgeschiedenis, gevoegd bij de pathetische toon die zijn pleitbezorgster aanslaat over de 'herontdekking', gaat gemakkelijk de literaire kwaliteit van het werk overschaduwen. Het is ook een aangrijpend verhaal, zoals de hernieuwde presentatie van zijn werk door iemand die ervan onder de indruk is, een aanstekelijke, romantische kant heeft. Uiteindelijk zijn dat allemaal echter bijzaken, waar bij enig herkauwen slechts de laffe smaak van publicistische smaakmakers van overblijft. Je ziet dat, vooral in de Amerikaanse kunstindustrie, wel vaker: 'The making of' wordt belangrijker dan wat er gemaakt is.

Het boek zelf is bijzonder én het draagt alle kenmerken van literaire huisvlijt. De bijzonderheid schuilt in de overgave aan Dostojevski, aan diens werkwijze, diens ambitie en diens levensstijl. De episode uit Dostojevski's leven die Tsypkin in Zomer in Baden-Baden op het obsederende af bezighoudt, is misschien wel een sleutelmoment uit diens leven. De schrijver komt terug uit West-Europa, staat op het punt door te breken als schrijver, is juist getrouwd en tobt met zijn schulden. De koortsachtigheid waarmee hij werkt en leeft, straalt op alles af, ook op zijn jonge vrouw.

Tsypkin verdiept zich daarin en gaat erin op. Onvermijdelijk leidt dat tot identificatie: de zorgen van Dostojevski dicteren de vragen die hij zichzelf stelt. Hij gaat er enigszins van malen en dat veroorzaakt weer de eindeloze zinnen van zijn verhaal: alles roept onder die omstandigheden immers zijn tegendeel op. Hij stelt, hij nuanceert, hij herroept, spreekt tegen, komt weer terug bij waar hij begonnen was, probeert aan zijn obsessies te ontsnappen, maar belandt er vervolgens weer middenin. Het verhaal is een voortdurende reeks schakelingen tussen het heden van Dostojevski en zijn vrouw in 1867 en dat van hemzelf, eind jaren zeventig van de 20ste eeuw.

Doordat Tsypkin de aantekeningen van Dostojevski's vrouw als tegenstem koos, is dat ook een liefdesverhaal. Maar doordat bij mevrouw Dostojevski de liefde voor een man en de grenzeloze bewondering voor diens schrijverschap een weefsel vormen, is het geen simpele liefdesgeschiedenis. Het hoort bij de Russische literatuur en zeker bij Dostojevski om de schrijver als een soort profeet te beschouwen, een sjamaan bijna, een bemiddelaar tussen het hogere en het banale. Die hoge toon vind je in veel Russische schrijfsels over de literatuur en Tsypkin is er danig mee besmet.

Daar grenst bewondering aan naïviteit en die grens kan niet strak getrokken worden. Vermoedelijk geloofde ook Tsypkin in die mystieke mogelijkheden van de literatuur; de mate waarin hij één probeert te worden met zijn onderwerp getuigt daarvan. Daar zitten zowel virtuoze als knullige kanten aan: bewonderend onderzoek verglijdt in dweepzieke overgave. Het is daarom de vraag of Sontags stelling dat deze curiositeit een uniek literair fenomeen is, houdbaar is. Tsypkin heeft wel degelijk, al schrijvend, iets gevonden, misschien zelfs wel iets uitgevonden. Maar dat verheffen tot een hoogtepunt uit de moderne literatuur is pathetisch; daarvoor mist het te zeer het raffinement.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden