Genot keert zich altijd tegen ons

Onder de groep jonge schilders die halverwege de jaren negentig voor het voetlicht traden met een knappe techniek en krachtige voorstellingen, viel Gé-Karel van de Sterren (1969) op door zijn belangstelling voor de ambachtelijkheid van de schilderkunst....

Al gauw viel het woord virtuoos om de manier waarop Van de Sterren de eigenschappen van stof en van dode en levende materie wist uit te drukken en zijn vaardigheid om beweging en perspectief te suggereren. Daarbij droegen zijn schilderijen van meestal groot formaat onmiskenbaar eigentijdse kenmerken. De mengeling van kleuren die pijn doen aan je ogen, de ongrijpbare compositie, het arsenaal van beelden waarin het alledaagse net zo goed een plaats heeft als het exotische, maakten Van der Sterren tot een typische vertegenwoordiger van de heftige kunst van de jaren negentig.

Op zijn tweede solotentoonstelling bij galerie Fons Welters heeft de onverzadigbare honger naar beelden en kleuren plaats gemaakt voor concentratie. De toeschouwer wordt niet langer door de technische beheersing geëpateerd, maar gedwongen om te onderzoeken en te verstaan wat van der Sterren te zeggen heeft. In negen doeken met dwingende voorstellingen rijst een thema op, dat diep in de traditie van de kunst is geworteld, maar zijn zeggingskracht niet verloren heeft.

Op verschillende manieren laat Van der Sterren ons in de afgrond kijken van schaamte, angst, onuitspreekbare fantasieën. Door veel weg te laten, winnen Van der Sterrens schilderijen aan dubbelzinnigheid. Ze staan open voor duiding zoals de zinnebeeldige schilderijen uit de 17de eeuw.

De expositie opent met een magistraal geschilderd vierkant doek van mosselen en rivierkreeftjes. In een uitgekiende compositie wervelen de zachte roze beestjes om de zwartgroen glimmende schelpen heen in een bodemloze zwartblauwe diepte. Alles op dit doek is in evenwicht. Misschien is niet meer voor iedere kijker de doodssymboliek van de dichte schelpen en de levensdrang van de naakte kreeften duidelijk, maar niemand zal zich kunnen onttrekken aan de dwingende suggestie van strijd om leven en dood die uitgaat van dit schilderij.

Op een volgend doek (titels geeft Van der Sterren zijn werk niet mee), keert een al eerder gebruikt thema terug, het alles verzwelgend moeras. Waar vroeger mensen, dieren, bomen, hele landschappen leken te strijden tegen de zuigende kracht van de blubber, heeft Van der Sterren zich nu beperkt tot een leger van boodschappenkarren uit de supermarkt, die vechten tegen het onstuitbaar geweld. Alle hilarische elementen die in vroeger werk de dreiging relativeerden, zijn nu weggelaten. Het landschap is desolaat, de sleur van boodschappen is veranderd in een nachtmerrie.

De knielende figuur die Van der Sterren in een arcadisch landschap neerzet, duidt zowel op onschuld als op schaamte. De felgekleurde kleding, vaag aan de 18de eeuw herinnerend, een halsband in het gras, maken van dit simpel opgezet geheel een dubbelzinnige voorstelling die je lang bijblijft. Beklemmend is de knielende figuur die met de handen op de rug gebonden gulzig slurpt uit een tobbe met aardbeien. Het thema gulzigheid zet zich voort op de stillevens van levensechte taarten, die pas op het tweede gezicht hun giftigheid verraden: genot, waarschuwt de schilder ons, terugkerend tot een oude, morele traditie in de schilderkunst, keert zich tenslotte altijd tegen ons.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden