Genootschap van de struikelkapstok

'Het beslissende jaar van. . .' Over dit onderwerp zijn twee boeken verschenen, die heel verschillend zijn uitgewerkt...

In De lachaanval van Tjibbe Veldkamp observeert de ikfiguur haarscherp het kuddegedrag van zijn leeftijdgenoten en spaart daarbij zichzelf niet. Scholieren zijn verdeeld over 'de kring' en de aula-zitters. In de kring worden standaardgrappen gebezigd, voorbijgangers afgezeken en wordt er neergekeken op de aulazitters. Totdat Auke (een aulazitter) op een dag voorbijloopt en aan de ikfiguur (in de kring) vraagt samen met hem een eindje op te lopen. Hoe durft hij!

Toch sluit de ikfiguur vriendschap met Auke, en zij ontwikkelen een absurde, geheel eigen humor. Op de eerstvolgende schoolavond verzorgen ze een revolutionair optreden, geïnspireerd door de dadaïstische humor van Duchamp. Ze zijn arrogant, discussiëren over waanzinnige stellingen en richten het struikelkapstokgenootschap op. Maar als Auke verliefd blijkt op meisje met wie de ikfiguur al maanden heimelijk dweept, wordt alles anders. Het opgewekte getheoretiseer verandert in getob, in malende gedachten, slapeloosheid en plannen voor bizarre grappen. De ikfiguur denkt dat als hij het meisje op wie hij verliefd is kan laten lachen, hij haar voor zich zal winnen. Hij vindt dat iets grappig is als het anders is dan je verwacht. Maar een sombere vriendin legt uit: lachen, dat is altijd uitlachen. Uiteindelijk ontdekt de ikfiguur dat je ook kunt lachen uit vertedering of verliefdheid. Dat liefde en humor de twee dingen zijn die je ervan weerhouden voor de trein te springen.

Maar de mooiste dingen uit het leven zijn meteen de moeilijkste om over te schrijven. Dat geldt voor liefde en zeker voor humor, die bijna onmogelijk valt te beschrijven, maar in dit prachtige, gedurfde verhaal lukt het Veldkamp wel.

De lachaanval speelt op een keurige school. Ook Iris, de hoofdpersoon in Witte raven, zwarte schapen, heeft op zo'n school gezeten, in een Wassenaar-achtige buurt. Als haar ouders gaan scheiden en haar moeder geen geld van vader wil aannemen, verhuizen moeder en dochter naar een achterstandsbuurt. Iris kiest daar voor de zwarte school. Haar vader denkt dat ze dat doet om hem te pesten. Tientallen nationaliteiten lopen er rond. Enkele meisjes gaan gesluierd, maar er zijn ook witten die gewoon Jan, Lia of Anneloes heten. Iris sluit vriendschap met Negar, die is gevlucht uit Iran. En met oer-Hollandse Tim, zoon van twee kunstenaars.

Door de ogen van Iris kijkt de lezer mee naar het leven in de achterbuurt en op de school. Naar het verdriet van haar moeder, die is ingeruild voor een jongere vrouw, en de oppervlakkige praat in de kakbuurt waar haar vader is blijven wonen. De rotjongens die overlast veroorzaken in haar nieuwe buurt en andere jongens die hard studeren om het Nederlands onder de knie te krijgen in de vurige hoop hier te mogen blijven. En ook: de groeiende verliefdheid tussen Iris en Tim. En het gevecht van de schoolleiding om, na 11 september, het respect voor elkaars religies te bewaren en geweld buiten de school te houden. Het is een levensecht en positief verhaal geworden, vol engagement maar zonder politiek correct gezeur.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden