Column

Genocide op het wespennest

Beeld Thinkstock

Er zat een wespennest onder de luifel van ons vakantiehuis, dus ging ik een stukje genocide uitoefenen. Mijn vrouw protesteerde dat wespen nuttig zijn, welnu, dan gingen ze maar ergens anders nuttig zitten wezen. Wespen zijn eng. Sinds ik het 'wat te doen als iemand een wesp inslikt en in zijn keel wordt gestoken' op mijn 10de hoorde, heb ik dagelijks de dwanggedachte dat ik ooit een mes zal moeten pakken van de ontbijttafel, een sneetje in iemand z'n luchtpijp zal moeten zagen en er een ballpointhuls in zal moeten steken.

En nu hebben we dus kinderen.

Waarom zijn eigenlijk alleen de toffe diersoorten uitgestorven? Stel je een wereld voor waarin de wesp een bedreigde diersoort is en waar het lynxen en bevers zijn die elke zomer rond je karbonade kwamen zenuwpezen. Veel cooler en minder allergische reacties. En je zult nooit per ongeluk een bever inslikken. Hoewel, dan ken je mijn kinderen nog niet.

Enfin: Hoe moordt men een wespennest uit? Voorwaar geen ongevaarlijke exercitie. Er is een stam in Papoea-Nieuw-Guinea, waar de jongeling zijn mannelijkheid moet bewijzen door een fles Fanta over zich heen te gieten en daarna het oerwoud in moet trekken, gewapend met slechts een spuitbus haarlak en een aansteker. In het westen hebben we beschaafdere middelen. Bijvoorbeeld het elektrocuteerracket, een apparaat dat je in elke Franse supermarkt kunt kopen en in Nederland verrassend schaars is. Het is een klein plastic tennisracket bespannen met een metalen raster dat met een druk op de knop onder stroom wordt gezet, van nota bene een Nederlands merk: foetsie. Joost mag weten hoe de Fransen het uitspreken. Levensgevaarlijk. Toen ik er eens lusteloos vliegen mee zat te meppen voor de buis - ik had er al een stuk of vijf voor me op het salontafeltje liggen - mepte ik er per ongeluk mee op mijn blote been. Nou, dan voel je dat je leeft, zullen we maar zeggen.

Het was dus met enige relevante ervaring dat ik het nest besloop. Ik zette een wankel plastic stoeltje onder het nest en met het racket voor me uit, met gestrekte arm, zoals men een vampier afweert met een crucifix, beklom ik het wankele ding. Het nestje was nauwelijks groter dan een golfbal, maar er krioelden een stuk of tien venijnig zoemende beesten omheen. Kanjers. In mijn naïviteit had ik gefantaseerd dat ze keurig één voor één op het racket zouden vliegen, maar de eerste die ik raakte knalde van de schok terug naar het nest en woem! - woedend stoof de zwerm de lucht in, op zoek naar de dader. 'Sorry, sorry!', riep ik, terwijl ik met het racket in het wilde weg om me heen sloeg naar de wespen die met projectielsnelheid om mij heen schoten. Ik holde het huis in en knalde de deur dicht.

Ik rommelde door de keukenkastjes en vond een spuitbus gif. Technisch gezien mierengif, maar oorlog is improviseren. Voorzichtig deed ik de deur op een kier en gluurde naar buiten: afgezien van het omgevallen stoeltje leek alles vreedzaam. Het was stil. Té stil.

Ik zette het stoeltje overeind en haalde diep adem. Ik sprong er al spuitende op, terwijl ik het racket vlak voor mijn gezicht hield. Te dicht bij, zo bleek, want in de vaart raakte het puntje van mijn neus het metaal.

Toen mijn gezin thuiskwam van de kanotocht had ik een en ander uit te leggen.

Reageren? Mail naar t.vanluyn@volkskrant.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden