‘Genocide misdrijf aller misdrijven’

Frans van Anraat is vrijdag veroordeeld tot vijftien jaar cel wegens medeplichtigheid aan oorlogsmisdaden. Met dank aan het Team Internationale Misdrijven van de Nationale Recherche, dat veel onderzoek verrichtte naar de zaak....

De leden van het Team Internationale Misdrijven van de Nationale Recherche raken altijd weer onder de indruk als ze merken hoe groot de impact is van strafzaken rond genocide of oorlogsmisdrijven.

Zoals bij de vervolging van twee Afghaanse generaals in Nederland wegens martelpraktijken bij de geheime dienst. Dat was een sensatie in Kabul. Of bij de aanhouding van Frans van Anraat op verdenking van het leveren van grondstoffen voor gifgas aan het Iraakse regime van Saddam Hussein. Breaking news op CNN.

Martijn van de Beek, leider van het team, herinnert zich nog hoe hij in dorpen in Iran en Irak het vege lijf moest redden, samen met officier van justitie Fred Teeven. ‘De hele bevolking liep te hoop voor het onderzoek naar de gifgasaanvallen van Saddam. Het riep enorme emoties op.’

De slachtoffers van die aanvallen zagen in ons onderzoek een begin van gerechtigheid, zegt Joost van Slobbe, unit-hoofd Midden Nederland van de Nationale Recherche en de baas van Van de Beek. ‘Dat telt zwaar voor hen, ook al gaat het om een rechtszaak aan de andere kant van de wereld, in een ver en vreemd landje als Nederland.’

Van de Beek: ‘Genocide is het misdrijf aller misdrijven. Het betekent veel als daar een rechter naar kan kijken. Je kunt het vergelijken met de Neurenberg-processen, maar dan in Den Haag.’

De recherche-chefs vinden het gek dat er in Nederland relatief weinig belangstelling bestaat voor deze zaken. Van de Beek: ‘Je zou bijvoorbeeld meer aandacht verwachten van de universiteiten. We betreden echt nieuw terrein. Wat moet je bij een Nederlandse rechter bewijzen voor genocide in het buitenland? Wanneer gaat oorlog over in terrorisme? Het vonnis in de Afghanen-zaak was niet voor niks 75 pagina’s dik.’

Nederland zegt al veel langer op te willen treden tegen internationale misdrijven. Maar pas sinds duidelijk werd dat het Internationale Strafhof naar Den Haag ging, heeft het urgentie gekregen. Als gastland van het hof kan Nederland niet meer ongestraft internationale misdadigers op zijn grondgebied laten rondlopen.

Van Slobbe: ‘Het Openbaar Ministerie opereerde eerder wat behoedzamer.’ Van de Beek: ‘Men probeerde de zaken te veel van achter het bureau op te lossen, in plaats van af te reizen naar de plaats van het delict. Terwijl je daar je getuigen vindt. Vanaf 2002 zijn we het gaan aanpakken als normaal rechercheonderzoek. Je kunt het zien als cold cases op wereldformaat.’ Van Slobbe: ‘Het aanbod van zaken is groter dan we kunnen verwerken.’

Het gaat om langdurige, gecompliceerde onderzoeken, zeggen de twee recherchechefs. Van de Beek: ‘We werken vaak in onstabiele gebieden, waar een tijdelijke regering zit, of waar de Verenigde Naties actief zijn. Veiligheid moet je zelf regelen. In Afghanistan konden we gepantserde wagens van de ambassade gebruiken. In Liberia logeerden we op een compound van de VN. Dat reizen lijkt mooier dan het is. We moeten vaak meevliegen met vrachtvliegtuigen van de VN voedselhulp. Mensen denken vaak: ‘Kabul, geweldig!’ Maar het is vaak doorbijten. En koud.’

Aan elk onderzoek gaat een uitgebreide culturele voorbereiding vooraf. Van Slobbe: ‘Alleen dan kun je de zaak begrijpen. Wat zegt een getuige nou werkelijk?’ Van de Beek: ‘Alleen al het vinden en horen van die getuigen is heel bewerkelijk. Je gaat vaak eerst naar de ambassade, dan naar de minister, vervolgens naar een politiechef en de hoogste aanklager en dan moet je verhoor nog beginnen.’

Nederland moet de ‘uitstraling’ hebben dat het korte metten maakt met oorlogsmisdadigers. Daarom wil het team zijn zaken tactisch spreiden over de verschillende werelddelen. Van Slobbe: ‘We willen dus niet alleen Afghanen doen, ook al hebben we daar nog meer dossiers van liggen. We willen van Azië tot Afrika opereren.’

De Nederlandse inmenging kan politieke problemen veroorzaken, beseffen ook de rechercheurs. Wat als in Afghanistan hard bewijs was opgedoken over betrokkenheid van Russische militairen bij dezelfde martelingen als waarvoor de Haagse rechtbank twee Afghanen veroordeelde? Van Slobbe: ‘Politieke en diplomatieke afwegingen worden door anderen gemaakt, zoals het Openbaar Ministerie. Natuurlijk bepalen die beslissingen onze speelruimte. Wij doen aan waarheidsvinding.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden