Genocide- hopper

Ronald Ophuis is al bijna twintig jaar 'schilder van het gruwelijke'. Verkrachtingen, schietpartijen, hij zet het allemaal op doek. Zijn werken worden internationaal gelauwerd, maar roepen ook veel weerzin op.

Een schilderij, even groot als de achterwand van zijn atelier. Bomen, een muur, een straat, een huis met een golfplatendak. Drie mannen tillen een zwangere vrouw in de lucht, de vierde houdt een mes boven haar buik. De man bij het linkerbeen heeft een lege blik in zijn ogen: alsof hij net zo goed getuige kan zijn van het verwisselen van een autoband.


Dit is het verhaal, zoals Ronald Ophuis het vorig jaar hoorde van een groepje jongens in Sierra Leone: tijdens de burgeroorlog die tien jaar geleden eindigde, deden ze vaak een spelletje. Boy or Girl noemden ze het. Als ze een zwangere vrouw op straat zagen lopen, sloten ze een weddenschap af. Was ze in verwachting van een jongen of een meisje? Om daar achter te komen, sneden ze haar buik open. Terwijl de jongens het verhaal aan Ophuis vertelden, begon een van hen te lachen en deed hij het geluid van een pasgeboren baby na.


'Angstaanjagend', zegt de schilder in zijn Amsterdamse atelier. 'Die jongens waren echt getraumatiseerd. Ze hadden nog steeds nachtmerries. Maar die gingen alleen over wat hén was aangedaan: een zus die was verkracht, een vader of moeder die was vermoord. Wat ze zelf hadden gedaan raakte hen nauwelijks. Dat werden stoere Hollywoodverhalen. Ze zeiden dat er opnamen circuleerden van hun spel, op dvd. Wilde ik die zien? Dat konden ze voor me regelen.'


Ronald Ophuis is al bijna twintig jaar 'de schilder van het gruwelijke'. Hoewel zijn werk internationaal wordt gelauwerd, roepen zijn verbeeldingen van moord en geweld ook veel weerzin op. De verkrachting in een slaapzaal van concentratiekamp Birkenau, een executie in Srebrenica, kindermisbruik in een groezelige kantoorruimte, vrouwen in een verkrachtingshotel in Bosnië - waarom, is steevast de vraag, moeten wij dit zien?


Zijn recente werk is gesitueerd in Sierra Leone. De 'genocidehopper', zoals hij zichzelf gekscherend noemt, was daar om getuigenissen te verzamelen van toenmalige kindsoldaten. 'Ik had in een boek gelezen over een jongen die het hart van een ander uitrukte en opat. Ik wil dan weten hoe het werkt, psychisch, bij kinderen die tot zulke gewelddadigheden in staat zijn.'


In Painful Painting, de documentaire die Catherine van Campen maakte over Ophuis' werkmethode, en die tijdens het IDFA in 2011 in première ging, zien we hem praten met de jongens die nu mannen zijn geworden. Ze staan op de plek waar ze vrouwen verkrachtten, en Ophuis vraagt: 'Hielden jullie ze vast om ze vaker te kunnen misbruiken, of maakten jullie ze meteen daarna dood?'


Ophuis: 'Ik stel de vragen altijd zo dat de geïnterviewden zich vrij voelen om te praten. Daardoor word ik als mededader gezien. Of als medemens. Iemand die luistert zonder te oordelen.'


Draait je maag nog weleens om van de verhalen die ze vertellen?

'Ik had het in Sierra Leone één keer, toen een van die voormalige kindsoldaten vertelde dat ze jongens van de tegenpartij, 7 jaar oud, met machinegeweren tegenover elkaar hadden gezet met de opdracht elkaar neer te schieten. Dat vond ik zo wreed. Vanwege hun leeftijd.'


De rest raakt je niet?

'Er is geen tijd voor. Ik moet in de dagen dat ik ter plekke ben zoveel mogelijk materiaal verzamelen, het is zo druk dat er geen ruimte is voor emoties.'


Wanneer wel?

'Als ik thuiskom en de verhalen aan mijn echtgenote vertel.'


Zo werkt Ronald Ophuis: als hij een onderwerp te pakken heeft dat hem schokt, of raakt, of fascineert, gaat hij lezen. Boeken, romans, verslagen, rapporten, alles wat hij maar op internet en in de bibliotheek kan vinden. Vervolgens gaat hij op reis om getuigenissen te verzamelen. Srebrenica, Kosovo, Rwanda, Sierra Leone. De verhalen verwerkt hij ter plekke in schetsen.


Eenmaal terug in Nederland maakt hij een afspraak met Kemna Casting, waar hij met Hans Kemna acteurs uitzoekt die in zijn atelier het verhaal uitbeelden dat hij wil schilderen.


Schrijnend moment in de documentaire Painful Painting, als Ophuis vertelt over het spel Boy or Girl, uitlegt welke modellen hij zoekt en Hans Kemna bij de foto van een 15-jarige jongen zegt: 'Dat vindt hij vast leuk om te doen, die jongens spelen thuis ook al die games.'


Ophuis: 'Dat is inderdaad een banale scène geworden. En niet helemaal representatief voor onze samenwerking. Hans houdt van kunst, denkt vrij, vindt niks extreem, en gaat door tot hij de goede acteurs voor me heeft gevonden.'


Waarom werk je eigenlijk met acteurs? Is de verbeelding niet genoeg?

'Ze geven me houdingen en expressies die ik zelf niet kan bedenken.'


En die je ook niet op foto's of filmpjes op internet ziet?

'Ik kijk daar liever niet naar. Ik speur internet wel af, maar dan moet ik in een goede bui zijn. Ik bedoel: niet kwetsbaar zijn. Meestal kijk ik dan ook nog naar andere dingen. Kleding, locaties.'


Niet naar het geweld zelf?

'Ik kom het wel tegen, maar ik kan er niks mee. Het is te schokkend. Er is geen ruimte om de dader als méér dan een dader te zien, omdat je hem iets gruwelijks hebt zien doen. Voor mij wordt het interessant als je de rollen kunt omdraaien, als de dader ook slachtoffer kan zijn.'


Waarom de kunstenaar hen met zijn werk wil laten terugdenken aan de oorlog, terwijl de rust in het land net een beetje is teruggekeerd? De vraag wordt in Painful Painting gesteld door een radiopresentator. 'Om de mensen in Europa te laten zien dat je niet kunt oordelen over wat er is gebeurd, als je je niet eerst identificeert met de daders, of de slachtoffers', antwoordt Ophuis.


Lukt dat beter door naar een schilderij te kijken, dan naar een foto van bijvoorbeeld een oorlogsfotograaf?

'Ik denk het wel. Foto's zijn objectiever dan schilderijen. De fotograaf die ter plaatse is, heeft zijn beelden in principe niet gewild. Hij laat alleen zien wat voor zijn ogen gebeurt. De schilder daarentegen heeft het beeld wel gewild. Daardoor vraag je je als toeschouwer af: waarom moet ik dit werk zien? Door die bijvraag blijf je langer aan het beeld hangen en creëer je tijd om te reflecteren: wat gebeurt hier, zou ik een van hen kunnen zijn, wat vind ik ervan, wat voel ik er bij?'


In het begin van de documentaire zit een scène die is gefilmd op een kunstbeurs in New York. Een man die een schilderij van een kindsoldaat prachtig vindt, zegt dat het goede aan het werk is dat het zich overal kan afspelen: Amerika, Nederland, Sierra Leone. Al je werk voor niks, dacht ik.

'Het ergert me dat die scène er in zit. Het geeft een eenzijdig beeld van de kunstwereld. Het ging om een VIP-opening voor handelaars, waar heel snel moet worden beslist: kopen of niet. Er is dan geen tijd voor reflectie.'


Verkoop je goed in Amerika?

'Helemaal niet. Ik heb er tentoontsellingen, maar bij verzamelaars krijg ik geen voet aan de grond. De enige schilderijen die ik daar heb verkocht, zijn de schilderijen waarop duidelijk is dat het om slachtoffers gaat. Zodra verwarring is over of de afgebeelde mensen dader of slachtoffer zijn, haken ze af.'


Waar wordt je werk het meest gewaardeerd?

'In Frankrijk. Daar zijn ze opgevoed in de traditie van bijbelse schilderkunst. Het Louvre hangt vol met kruisigingen, onthoofdingen, verkrachtingen. En Fransen hebben behoefte aan een filosofisch discours. Die blijven niet steken in de vraag waarom ik dit werk maak, die betrekken het ook op zichzelf.'


Ronald Ophuis vraagt het zichzelf regelmatig af: waar komt de behoefte vandaan om de pijn van andere mensen onder ogen te zien? Toen een studente hem eens die vraag stelde, antwoordde hij: 'Om meer te voelen.'


Wanneer voel je het meest: tijdens de research, het werken met acteurs, of tijdens het schilderen?

'Als ik de schetsen maak.'


Wat voel je dan?

'Euforie. Niet alleen omdat ik dan voor het eerst besef dat ik het werk met anderen ga delen, ik weet ook dat het idee zo goed is dat ik de energie voel om er een jaar aan te werken. Dat is een fenomenaal moment: dat je jezelf kunt vergroten.'


Is het niet vreemd dat het meer gaat over je euforie dan over de verschrikkingen die andere mensen hebben meegemaakt?

'Ja. Maar toch: de euforie overheerst.'


Een paar jaar geleden overleed een goede vriend van Ophuis. In de rouwstoet overviel hem zo'n zelfde gevoel van euforie: omdat hij zich, niet ondanks, maar dankzij het verdriet, zo intens aanwezig voelde op aarde.


Dus je maakt dit werk omdat je verlangt naar intense momenten.

'Ja, maar het is niet egoïstisch of narcistisch. Het is om een moment te hebben dat ik me echt verbonden voel met andere mensen.'


Is er van al die projecten, in Birkenau, Srebrenica, Rwanda, Sierra Leone, één die je het meest heeft geraakt?

Zonder twijfel: 'Birkenau.'


Waarom?

'Vanwege het vooropgezette plan van vernietiging en de grootschaligheid.' Hij kijkt naar het schilderij van de zwangere vrouw en zegt: 'Ik heb de illusie dat het geweld in Afrika ophoudt als het er economisch beter gaat.'


Dat is naïef.

Voor het eerst in twee uur breekt een lachje door op zijn gezicht.


Vanavond wordt om 20.00 uur in De Balie in Amsterdam de documentaire Painful Painting getoond, gevolgd door een gesprek met Ronald Ophuis. Dinsdag 31/1 wordt de film uitgezonden in Het uur van de wolf.


Ophuis' loopbaan

Ronald Ophuis werd in 1968 geboren in Hengelo. Volgde zijn kunstopleiding aan de Rietveld Academie in Amsterdam en de AKI in Enschede. In 1997 werd het schilderij Sweet Violence, over kindermisbruik, verwijderd van een tentoonstelling. Ophuis spande een rechtszaak aan en won. Het werk werd teruggeplaatst. In 1998 won hij de Charlotte Köhlerprijs, in 2004 de Jeanne Oostingprijs. Van 3 maart tot 14 april is zijn werk te zien in AkkuH in Hengelo.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden