Genitale verminking vereist gerichte aanpak

Besnijdenis van meisjes is een ernstig misdrijf, waarvan de voorkoming en de bestrijding volslagen ineffectief zijn gebleken. Het delict wordt sporadisch gemeld (het Advies- en Meldpunt Kindermishandeling inventariseerde slechts 44 gevallen) en van vervolging is al helemaal geen sprake....

Het is dan ook winst dat staatssecretaris Bussemaker van Volksgezondheid en vele fracties in de Tweede Kamer tot het inzicht zijn gekomen dat een minder vrijblijvende aanpak is vereist. Tot nu toe overheerste de beduchtheid voor discriminatie en aantasting van de lichamelijke integriteit, en werd te veel verwacht van voorlichting en gedragsverandering onder de risicogroepen.

Genitale verminking is een cultureel bepaald delict dat gemeengoed is in met name Afrikaanse landen als Somalië, Eritrea, Ethiopië en Soedan. Ook onder meisjes die uit die landen naar Nederland zijn geëmigreerd, komt besnijdenis veel voor. Het wordt gedaan door familieleden of verpleegkundigen die daarvoor speciaal uit Afrika overkomen, of tijdens een verblijf van de meisjes in het land van herkomst.

Veel ouders uit die landen weten niet eens dat besnijdenis in Nederland een misdrijf is. Culturele dwang en afhankelijkheid van de familie of clan belemmeren de slachtoffers zelf in actie te komen. Aangifte doen is eveneens taboe, als gevolg van de groepsdwang in gemeenschappen waarin iedereen elkaar kent.

De genitale verminking is vijf jaar geleden door het toenmalige VVD-Kamerlid Hirsi Ali op de agenda gezet als delict met een culturele dimensie. Zij vroeg aandacht voor de culturele legitimatie van vrouwenbesnijdenis en eergerelateerd geweld. Ze wees erop dat de eer van de familie op het spel staat. De familie stijgt in achting wanneer aan de culturele verplichting van de besnijdenis is voldaan. Dat betekent dat de omgeving eraan meewerkt.

Hirsi Ali pleitte voor gerichte controle door schoolartsen van meisjes uit de risicogroepen na elke zomervakantie. Daar was toen geen draagvlak voor. In de eerste plaats bij gebrek aan schoolartsen en in de tweede plaats omdat het als discriminerend werd ervaren alleen een bepaalde groep meisjes aan het – belastende – onderzoek te onderwerpen. Om diezelfde reden werd gekozen voor verbreding van het vraagstuk naar kindermishandeling in het algemeen.

Nu blijkt dat de benadering van Hirsi Ali juist was: alleen een stringente, op de risicogroepen gerichte aanpak biedt enige kans op succes. Daarbij moet niet te veel worden verwacht van een beroep op de gemeenschappen en hun geestelijk leiders om besnijdenis af te wijzen.

Verplicht periodiek onderzoek door schoolartsen van meisjes uit de betrokken groepen is een voor de hand liggend begin. Ook verdient het plan van Bussemaker steun om contractueel vast te leggen dat ouders hun dochters voor besnijdenis zullen behoeden bij reizen naar het land van herkomst.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden