Geniet!

Stop de moderne mens in een 'boerderette' of laat hem een duur grasperkje voor zijn nieuwbouw-cottage harken, en hij denkt dat hij in de wilde natuur leeft....

TOEN GPV-LEIDER Gert Schutte onlangs afscheid nam van de politiek en het Gereformeerd Politiek Verbond, gaf hij als reden daarvoor aan: 'Een mens wil ook wel eens iets meer dan alleen de zondagsrust.' Voor eens en voor altijd werd duidelijk dat wij leven in een vrijetijdssamenleving. Wanneer het alom gerespecteerde 'geweten van de politiek' vertrekt omdat hij niet langer tevreden kan zijn met alleen de zondagsrust, dan is het moment aangebroken om eens stil te staan bij het belang van vrije tijd.

Gelukkig heeft precies op dit moment De Vleeshal in Middelburg een tentoonstelling ingericht over The Leisure Society, de vrijetijdssamenleving. Willen we gedegen informatie krijgen over het menselijke verlangen naar nietsdoen, valt die hier te verwachten.

En, inderdaad, het begint goed. De folder bij de tentoonstelling belooft een onderzoek 'naar de kwaliteit van quality time, van de menselijke verhoudingen in het post-industriële tijdperk van globaal kapitalisme'. De moderne tijd heeft ons vrij gemaakt, leert de folder, maar door de individualisering en secularisering zijn we ook losgeraakt van sociale verbanden en van zin; we hebben geen andere opdracht meer dan te genieten en ons te vermaken.

Voor ons eigen bestwil worden we bij het vervullen van deze opdracht bijgestaan door architecten en projectontwikkelaars die boerderettes of urban villa's voor ons bouwen en onze binnensteden opleuken. Er is, zo begrijpen we, een vrijetijdsindustrie ontstaan, een belevenisproductie, een 'genietgat' in de markt, met Zeeland als het brandpunt van alle recreatieve ontwikkelingen. In Zeeland wordt per jaar 17 miljoen keer overnacht op 283 duizend overnachtingsplaatsen, wat 13 duizend arbeidsplaatsen oplevert en een omzet van 2,1 miljard gulden. In dit moderne Zeeland is het nietsdoen niet geheel zonder verplichtingen: we leven in een hypernerveuze spektakelcultuur die ons onophoudelijk dwingt tot nieuwe vormen van ontspanning.

De tentoonstelling in De Vleeshal belooft een relatie te leggen tussen deze cultuur van zelfbediening en nieuwe ontwikkelingen in bouwen en wonen. Welke invloed heeft onze vrijetijdsopvatting op het ruimtelijk beleid van de overheid? Hoe beïnvloedt het nietsdoen de stijl van onze tweede huizen?

Socioloog Hans Mommaas, die het ruimtelijke beleid en de architectuur bestudeerde, beschrijft in de folder hoe de overheid concurreert met het bedrijfsleven in een 'transformatie van de ruimtelijke omgeving tot een te consumeren belevenisproduct aan de hand van succesvol gebleken standaardformules', terwijl anderzijds 'historisch ontstane vormen in al dan niet ge-hercontextualiseerde vorm worden opgenomen in de gesimuleerde wereld van de attractievorming'.

Iets minder bloemrijk geformuleerd: naast de schaalvergroting van de attractie- en recreatieparken is er ook schaalverkleining, door het nabootsen van authentieke en streekgebonden architectuur. Enerzijds het bungalowdorp, anderzijds de traditionele Ierse cottage in Zeeland.

Met deze relatie tussen vrije tijd en wonen lijkt een eeuwenoud thema te worden aangesneden, een thema dat in het verleden vooral de aandacht heeft getrokken van idealisten en maatschappijcritici. Ideeën over werk en vrije tijd zijn immers altijd al gepaard gegaan met een visie op de gebouwde omgeving: in de vorige eeuw leverde elke sociale utopie haar eigen stad- en landdroom op. Van een glazen stad die met al zijn fragiele pracht het kwaad voorgoed zou uitbannen tot het consumentenparadijs van de Plug-In City, waar de burger zijn mobiele huis naar believen kon inpluggen op een netwerk van voorzieningen.

Een van de meest bekende van deze dromen is nog steeds de stad New Babylon van de Nederlandse kunstenaar Constant, een beweegbare en veranderlijke pleisterplaats voor nomaden. New Babylon was een utopie in de traditie van de beweegbare, verrijdbare stad; mobiliteit gold hier als een basisbehoefte van de mens, en de bewoner van New Babylon was dan ook flexwerker en flexwoner tegelijk.

Constant gaf met zijn ontwerp een antwoord op de utilitaristische samenleving, waarin de mens en zijn gedrag alleen werden beoordeeld in termen van nut. In een ludieke samenleving, dacht Constant, zou de spelende mens bevrijd zijn van de plicht tot productie en zou hij eindelijk vrij zijn om zijn creativiteit ten volle te ontwikkelen. Hij greep daarbij terug op de ideeën van Johan Huizinga, die in zijn boek Homo Ludens (1938) voor het eerst systematisch aandacht besteedde aan het sociale belang van spel en creativiteit.

Voor al deze utopisten was wonen een aspect van het maatschappelijke leven. Architectuur en ruimtelijke structuur speelden een rol in de vormgeving van individuele vrijheid en gemeenschappelijke binding. In de laatste decennia is echter het besef gegroeid dat er ook gevaar schuilt in dit sturende en dwingende karakter van de utopie: de droom van de utopie ligt niet ver af van het ontwaken in een distopie. Bovendien is zelfs vrijheid een vorm van macht, de macht van het individu over zichzelf, en het is verstandig om ons bewust te zijn van de gevaren die schuilgaan achter spel en onafhankelijkheid.

De tentoonstelling The Leisure Society scheert langs al deze idealen en bedenkingen. Maar wie commentaar verwacht bij recente ontwikkelingen in het bouwen komt bedrogen uit. Ontwikkelingen worden gesuggereerd, meer niet.

Tentoonstellingsmaker Brechtje van der Haak is ook de regisseur van de documentaire De Vrijetijdszone, onlangs uitgezonden door de VPRO; hierin wordt een portret geschetst van de nieuwe nietsdoende klasse die is neergestreken in Zeeland. Zowel de tentoonstelling als de documentaire gaat uit van de stellige overtuiging dat onze individuele vrijheid ons alleen nog maar aanzet tot genieten. Nog afgezien van de vraag of dat exclusieve genotzoeken een juiste beschrijving is van het gedrag van de Nederlandse burger, zou ik me kunnen voorstellen dat Van der Haak vragen heeft bij de individuele hang naar genot.

Vragen zijn er namelijk genoeg. Zullen we de schaarse ruimte in Nederland wel volbouwen met tweede of zelfs derde huizen? Wat verwachten we nog als bijdrage van burgers wanneer ze zijn gestopt met werken en zijn ontsnapt naar de Zeeuwse eilanden? Wat zijn de werkelijke wensen van de vrije mens? Wat is ons beeld van de natuur? Welke activiteiten willen we stimuleren, welke ontmoedigen? Hoe verhoudt de geschetste ontwikkeling zich tot andere maatschappelijke ontwikkelingen, zoals de flexibilisering van werktijden en werkplekken en de toenemende belangstelling voor vrijwilligerswerk?

Van een tentoonstelling over vrije tijd en woonomgeving verwacht ik niet meteen een definitief antwoord in de vorm van een nieuwe sociale utopie, een polderparadijs of een Eden in Zeeland, maar je hoopt toch dat de makers nog de mogelijkheid zien van een sociale visie op de mens. Maar helaas, met de vaststelling dat de mens niet meer tot gemeenschapszin valt op te peppen is het werk van de makers gedaan: ze organiseren nog een uitje met een rondleiding langs nieuwe vakantieparken en aansluitend een presentatie door projectontwikkelaar en architecten.

Zoals een van de tevreden bewoners in de documentaire zegt: 'Wat er in de oude wijken van de grote stad gebeurt - dat kennen we niet en dat willen we ook niet kennen.' Dit is niet eens meer het hoopvolle consumentisme van de Plug-In City, dit is het cynisme van de Plug-Out City.

Bij gebrek aan visie en commentaar is er van een tentoonstelling dan ook nauwelijks sprake. In De Vleeshal is vooral de documentaire De Vrijetijdszone nog eens te bewonderen. Verder hangen er wat VVV-gegevens over het aantal hotels en overnachtingsplaatsen in Zeeland; er hangen zonder context zinnen van de zoldering, ontleend aan romans, wetenschappelijke teksten en rapporten.

In een tweede kamer zijn schilderijen te zien van de Engelsman Tim Stoner, met afbeeldingen van zonovergoten gezinnen en echtparen die volgens de folder 'een uiting zijn van het verlies van collectieve doelstellingen en betekenis'. En in de derde kamer volgt wat groots is aangekondigd als een 'stijlkamer', ingericht door architect Zeelenberg, de architect van de recreatieparken. Het blijkt een schaars ingerichte boomhut.

Als belangrijkste troef vind je hier een leestafel met de boeken op basis waarvan de tentoonstelling eigenlijk gemaakt had moeten zijn. Alleen aan deze tafel werd mijn verbeelding voor een kort moment aangesproken: toen ik in een van die beduimelde boeken het visitekaartje vond van de ambassadeur van Pakistan, dat ik onmiddellijk in mijn zak heb laten glijden. Thuisgekomen beleed ik schuld tegenover mijn betere helft, maar die vergaf het me en zei dat de ambassadeur van Pakistan waarschijnlijk de rest van de tentoonstelling had meegenomen - wat het enige aanvaardbare excuus zou zijn voor de leegte in De Vleeshal.

'Voor de homo ludens van de 21ste eeuw is spelen ernst', schrijft Brechtje van der Haak in de tentoonstellingsfolder. Ernst betekent in dit geval de ernst van het optimaal genieten. Als ze de moeite had genomen het boek van Huizinga over de homo ludens op te slaan, had ze gezien dat voor hem in 1938 spelen al ernst was, maar dan in morele zin. Als we ons bij het bepalen van ons gedrag laten leiden door begrippen als waarheid, gerechtigheid en medelijden, schreef Huizinga, dan merken we dat het onderscheid tussen spel en ernst geen betekenis meer heeft. 'In ieder zedelijk bewustzijn dat gegrond is in erkenning van gerechtigheid en genade, komt de vraag spel of ernst, die tot het laatst toe onoplosbaar bleef, voor goed tot zwijgen.'

De morele betekenis van spel en creativiteit is in Zeeland spoorloos verdwenen, als we De Vrijetijdssamenleving en De Vrijetijdszone moeten geloven. We zijn weer terug bij het onvervalste utilitarisme waartegen Constant zoveel bezwaar had: al het menselijk gedrag wordt alleen nog in termen van nut beschreven. Recreatie is in deze benadering vooral een economisch fenomeen. 'Onze historische stadjes zijn een interessant product dat recreanten graag meepikken', zegt VVD-gedeputeerde Van Zwieten voldaan.

Tentoonstelling en documentaire stemmen moedeloos. De nieuwe vrijgestelden staan in een Zeeuws nieuwbouwdorp hun duurbetaalde grasperkje te harken en beschouwen zichzelf als bewoners van de wilde natuur. Ver van de gevaren van de grote stad kiest de vrijetijdsmens zich een huis met 'rebelse elementen' als rieten kap en overstek; het beeld doet in al zijn troosteloosheid denken aan het bord dat je wel bij campings in Frankrijk ziet staan: verboden voor reizigers - interdit aux gens de voyage. De mens heeft zich in zijn vrije tijd definitief losgemaakt van de mens die onderweg is. Naar wat dan ook.

Het valt te begrijpen dat sommige vroeggepensioneerden genoegen nemen met wat namaaknatuur en de activiteiten die ze krijgen aangereikt door de vermaakindustrie. Misschien beschouwt menige bewoner van een Zeeuwse Plug-Out City dit leven oprecht als de vervulling van zijn diepste wensen. Maar het is niet te begrijpen dat De Vleeshal en de VPRO hiermee genoegen nemen. In plaats van een rondleiding langs Zeeuwse bungalowparken met commentaar van de projectontwikkelaar en de architecten hadden de organisatoren ons op zijn minst een suggestie kunnen bieden van de mogelijkheden die ontstaan wanneer we weer inpluggen in het denken over vrijheid en gerechtigheid. Wanneer we spel en creativiteit serieus nemen. Wanneer we mensen niet alleen als economisch verschijnsel zien, maar als gens de voyage.

Toen ik wegreed uit Middelburg speelde de autoradio een operette van Franz Lehár. Ik belandde middenin het lied van een jonge vrouw die God bidt om lichtzinnigheid: 'Selig ist, wer die ganze Welt vergisst', zong zij. En op dat moment besefte ik wat documentaire en tentoonstelling ons te bieden hebben: niet de werkelijkheid van de Vrijetijdssamenleving, maar het schrikbeeld van een Operettesamenleving.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden