Genieten van de reis die een ander maakt

Jeanne Prisser bericht over wat zich afspeelt in de voorhoede van de beeldende kunst. Deze week: genieten van de reis die een ánder maakt; het kan via werken van Lana Mesic en Sybren Renema.

Priestess Beeld Lana Mesic

Den Haag, 2 december

Dear Hermes, god van het reizen, lang hing ik bedwelmd aan jouw infuus. De wereld was een boek en ik moest meer dan één pagina lezen (vrij naar Augustinus), waar ik mijn hoed legde was mijn thuis (letterlijk Marvin Gaye). En wat zo erg was: ik gelóófde het ook echt. Al die rammelende treinen, voetpaden, kerosine, gesleep met valiezen, maar als ik thuiskwam draaide mijn hond zich drie keer in zijn mand en ging liggen en kwam ik steeds mijn oude ik weer tegen.

Tegenwoordig laat ik jonge kunstenaars voor mij reizen en dat bevalt uitstekend. Aan residenties geen gebrek, mijn hemel. Van ski-oord Banff in Canada, via een pompgemaal in Den Helder tot Medellín in het doodenge Colombia - die plekken, en nog zoveel meer, bestaan als officiële, vanuit Nederland gestimuleerde kunstenaarsateliers en stuk voor stuk gaan zij daar liever heen dan ik. Ik zit klaar voor de diashow.

En die kreeg ik, in hedendaagse vorm natuurlijk, van Lana Mesic (Kroatië, 1987). Zij verbleef zes maanden in het immense São Paulo en ging op zoek naar 'de verborgen stad'. Dat klinkt vaag, maar zoeken we dat niet allemaal als we op reis gaan? Wat er schuilgaat achter de oppervlakte?

Enfin. Mesic pakte het grondig aan: overdag fotograferen, 's nachts tekenen. Van slapen kwam niet veel, zo te zien. Aan de ene kant van galerie Liefhertje en Grote Witte Reus hing één enorme tekening van een zich herhalend, uitwaaierend blaadjespatroon - meditatietekenen, een innerlijke reis , waaraan maanden was gewerkt. Aan de andere kant een wand vol opgeprikte foto's en korte, handgeschreven teksten erbij, zoals tegenwoordig (en een beetje te vaak) te doen gebruikelijk. Die wand gaf de stad gefragmenteerd weer. Slapende mensen op het trottoir, schaduwen van palmen, structuren op wanden, zonlicht op een hand en fel-turkooizen, felgroene, felgele accenten, een bestofte autoruit - we waren in een stadsjungle in de tropen. Mesic vond misschien niet wat ze zocht, maar spoorzoeken kan ze.

Ik raakte overtuigd in de kelder. Daar was een vrij sombere presentatie van grote, dof afgedrukte foto's van attributen en personen uit de Afro-Braziliaanse Umbanda-cultus. En het mooie was: liet São Paulo zich al niet lezen, deze spirituele afgezanten nog veel minder. Mesic had ze niet in actie gefotografeerd, maar tegen een donkere of zalmroze achtergrond geplaatst. Hun geheimzinnigheid werd alleen maar groter. Reiziger, wat denk je wel - dat je ons in een half jaar ons geheim kunt ontfutselen?

Moon van Lana Mesic Beeld Lana Mesic
Oxóssi van Lana Mesic Beeld Lana Mesic

Den Haag, 2 december

Ik vervolgde mijn tocht door de Haagse Schilderswijk, de buurt waar politici eens zo enthousiast op expeditie gingen. Nu zag ik ze niet. Wel ontmoette ik er mijn ideale toekomstige reisgenoot: Sybren Renema. Geïnteresseerd in 'travel and explorations', zoals dat zo elegant heet in het Engelstalige interview dat gratis beschikbaar was in galerie Dürst Britt & Mayhew. Maar vergeet airmiles en rolkoffer, denk: David Livingstone, of de eerste beklimming van de Mont Blanc. Romantici, smachtend op een bergtop, mooi midden in beeld gezet, dat werk. Reizen dat zich in het verleden afspeelt - en dus reist Renema (Dordrecht, 1988) vooral in archieven. En hangt bovendien het principe aan dat er al genoeg beeld is, dus dat er geen nieuw hoeft te worden gemaakt.

Sybren Renema maakt collages van pagina's uit oude National Geographics, toen landschappen nog grof gerasterd en in technicolor verspreid werden. Hij doet er iets moois mee, klapt de rechterpagina omgekeerd onder de linkerpagina. Zo ontstaat een vreemd, bijna-gespiegeld, bijna-abstract landschap. Mooi - ook wel een beetje keurig, die minutieus omgevouwen bladzijden. Het verlangen naar een weidser vergezicht groeide.

Ik werd op mijn wenken bediend: los in de ruimte stond een vierregelig neonkunstwerk, waarin de eerste zin uit een brief van de negentiende eeuwse dichter Samuel Taylor Coleridge aan een vriend die hij lang niet heeft gezien. Vrij vertaald staat er: 'Als ik kon zou ik het uitzicht uit mijn raam in een opiumpil stoppen en aan je toesturen'.

Was ik daar even dankbaar dat Renema voor mij op exploratie was gegaan in de brieven van Coleridge, vader van de romantiek, groot drugsgebruiker ook? Dit neonwerk zou ik wel permanent voor mijn eigen raam willen hebben. Wat een bijzonder 19de-eeuws futurisme, tijd- en ruimtereizen ineen. Oké, die opium misschien niet op dagelijkse basis, maar verder lijkt het me dat Coleridge hier een uitvinding doet die preludeert op internet, Google-glass en teleportatie tegelijk. En dat door Renema aan de vergetelheid ontrukt en opgedist in neon, de schriftuur van alle grote wereldsteden. Mijn reis was volmaakt.

Info
Lana Mesic, Dear Kublai Khan, Liefhertje en Grote Witte Reus, Den Haag. T/m 19 dec.
The Milk of Paradise, Sybren Renema. Galerie Dürst Britt & Mayhew, Den Haag. T/m 20 dec.

Sybren Renema Beeld Gert Jan van Rooi
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden