Genieten van de Jamaicaanse sprintcultuur

De Nederlandse sprinter Patrick van Luijk trainde op Jamaica een half jaar met Asafa Powell, de voormalige wereldrecordhouder op de 100 meter. Het was een onvergetelijke ervaring. 'Ze zeiden: jij gaat 9,9 lopen.'

Er zit snelheid in het gaaf gespierde lijf van Patrick van Luijk. Jamaicaanse topsnelheid. Hij vermoedde het al vanwege zijn afkomst. Zijn vader is Jamaicaan. Maar zeker wist hij het pas dankzij een trainingstage op het Caribische eiland, met de snelste sprinters op aarde.


De vraag is alleen: wanneer komt al die snelheid eruit?


Zes maanden heeft de Rotterdammer (26) vorig jaar doorgebracht bij de eliteclub van Asafa Powell, de voormalige wereldrecordhouder op de 100 meter, die donderdag met een blessure afhaakte voor de WK atletiek in Zuid-Korea. Het was een unieke ervaring. Buitenlanders zijn doorgaans niet erg welkom bij de MVP Track and Field Club.


MVP staat voor Maximizing Velocity and Power. De club van de Jamaicaanse broers Stephen en Paul Francis heeft de afgelopen jaren precies gedaan wat die naam belooft. Naast Powell (persoonlijk record: 9,72) hebben ze tal van topsprinters voortgebracht, onder wie Nesta Carter (9,78), Michael Frater (9,88) en olympisch en wereldkampioene Shelly Ann-Fraser.


Tot Van Luijks verbazing stonden de gebroeders Francis meteen open voor zijn komst, nadat hij een lijntje uitgooide tijdens een buitenlandse wedstrijd. Hij vermoedt dat zijn Jamaicaanse wortels een rol speelden. Misschien heeft ook geholpen dat hij oorbellen draagt in de vorm van de Jamaicaanse vlag. En zijn lichaam lijkt op dat van Powell. Ze zijn even lang (1.88) en bijna even gespierd. 'Ze zagen potentie.'


Dat geloof in zijn talent bleek meteen na aankomst. Bij MVP trainen 50 tot 60 atleten: meer serieuze sprinters dan Nederland telt. Ze zijn verdeeld in vier groepen, op basis van hun snelheid: A, B, C en D. Van Luijk had geen idee in welke groep hij met zijn persoonlijke record (10,25) terecht zou komen, totdat coach Francis hem toevoegde dat hij Nesta Carter moest volgen.


'Ik zat in A! Ik kon het niet geloven joh', zegt hij in de kantine van Rotterdam Atletiek.


Van Luijk herinnert zich zijn verbazing en opluchting nog precies. Hij had vanaf kwart voor vijf in de ochtend alleen staan wachten op de grasbaan van de universiteit in Kingston. Het was begin november en donker. Langzaam druppelden de topatleten binnen voor de training die om vijf uur zou beginnen. De zenuwen gierden door zijn lijf.


'Toen bleek ik in de groep te zitten met Powell, met Carter, met Frater. Vier jongens die onder de 10 seconden lopen, twee van 10,1, nog eens twee van 10,2. En ik. Ze dachten allemaal dat ik heel hard zou gaan lopen!'


Van Luijk had geen idee wat hij van de trainingen kon verwachten, maar hij ontdekte al snel flinke verschillen met Rotterdam Atletiek. Tweemaal per dag trainen was regel, driemaal geen uitzondering. Meestal werd hij voor zonsopgang verwacht op de atletiekbaan voor de eerste training. De tweede training was aan het eind van de middag. Overdag, in de volle zon, was het vaak te heet om de trainen.


Warmte is voor sprinters een groot voordeel. Jamaicanen kunnen de hele winter trainen op topsnelheid. (In Nederland is het te koud en nat, waardoor het te riskant is spieren maximaal te belasten.) Dat doen ze niet op gewone atletiekbanen, maar op een 400-meterbaan van een stug soort tropisch gras. Die baan is zacht, waardoor de spieren minder worden belast en blessures voorkomen.


'Ik had nog nooit op zulk gras gelopen. Ik moest erg wennen, in het begin had ik spierpijn. Maar het is goed geweest. We deden alles, van 30 tot 300 meter sprinten. Ik ben niet geblesseerd geraakt.'


Van Luijk raakte onder de indruk van de ontspannen en toch serieuze sfeer bij MVP. Hij verbleef met veel atleten op de universiteitscampus, in eenvoudige kamers. Na de trainingen hadden de atleten onderling veel schik. Ze plukten eigenhandig rijpe mango's en kokosnoten uit de bomen. Hij ervoer dat die veel beter smaken dan dezelfde vruchten van Albert Heijn.


De atletiek werd professioneel benaderd, zonder dat er sprake was van luxe. Het krachthonk was vergelijkbaar met dat van Rotterdam Atletiek: simpel en effectief. De club verzorgde medische begeleiding en fysiotherapie. En de atleten kregen gebruikelijke supplementen als eiwit- en koolhydratenshakes.


In feite is een MVP vergelijkbaar met een bedrijf, ontdekte Van Luijk. De leiding investeert in sporters en verzorgt faciliteiten. In ruil daarvoor betalen de atleten de club, of ze staan een deel van hun inkomsten af. Wat hij heeft moeten betalen, wil hij niet prijsgeven. Maar het was te kostbaar om elke winter te doen.


'Het is een hard systeem, vooral voor Jamaicanen. Ze willen in je investeren, maar als je niet presteert, vlieg je eruit. Dan kost het ze geld.'


Van Luijk voelde zich al snel opgenomen in de groep, al hadden ze Jamaicanen moeite met zijn naam. Die werd al snel verbasterd tot 'Van Duke'. Hij kon beter meekomen dan hij had verwacht, al moest zijn lichaam wennen aan de vele trainingsuren en de felle onderlinge competitie.


In Rotterdam sprintte hij, op goede dagen, tegen andere nationale topatleten. Nu stond hij vaak naast Asafa Powell. In het voorjaar, toen MVP meestal trainde in het reusachtige atletiekstadion van Kingston, kon hij aan de overzijde Usain Bolt met zijn maten van de rivaliserende Racers Track Club sprintjes zien trekken.


'Dat is inspirerend. Je moet je van je goede kant laten zien. Je kan niet drie of vier meter achter die gasten gaan lopen.'


Voor nog meer inspiratie zorgde de bloeiende sprintcultuur op Jamaica. Het was een verademing in een land te verkeren dat atletiek belangrijk vindt. Het scholierenkampioenschap in het nationale stadion trok 30.000 toeschouwers en werd rechtstreeks op televisie uitgezonden.


Op alle scholen is aandacht voor de sprint. Kinderen met sprinttalent krijgen beurzen om een betere, duurdere school te bezoeken. Zo is ook Usain Bolt in de atletiek beland. 'Ook toen ik wedstrijden liep, voelde je de liefde van het volk. Ze schreeuwen en trommelen. Je voelt je net een gladiator.'


Van Luijk raakte er van doordrongen dat hij een flinke achterstand moet overbruggen om aansluiting te vinden bij de Jamaicaanse topatleten. Hij doorliep zijn hele schooltijd zonder dat iemand zei dat hij aan atletiek moest gaan doen. Ook zijn vader stimuleerde hem niet. Met hem had hij weinig contact. Hij was naar Jamaica teruggekeerd toen Patrick nog een peuter was.


Van Luijk stond op het voetbalveld te boek als een snelle rechtback, dat was het. Pas op zijn 20ste ontdekte hij de sprint. Een paar jaar later was hij al Nederlands kampioen.'In Nederland ga je als kleine jongen voetballen, op Jamaica ga je rennen. Daar was ik waarschijnlijk veel sneller ontdekt als atleet.'


Van Luijk vermoedt dat hij minder vaak geblesseerd was geweest als hij op jongere leeftijd meer had gesprint. Nu lijkt zijn lichaam soms niet bestand tegen de krachten die vrijkomen als hij 35 kilometer per uur loopt. Hij is vrijwel elk jaar langdurig geblesseerd geweest: aan zijn liezen, aan zijn knieholten en aan zijn buikspieren. 'Ik moet veel inhalen. Dat is een risico.'


Ook na terugkeer uit Jamaica raakte hij snel geblesseerd. Hij denkt dat hij op het eiland te hard heeft getraind. Bovendien wilde hij dolgraag laten zien wat hij had opgestoken. Zijn Jamaicaanse trainingsmaten waren ervan overtuigd dat hij snel onder de 10 seconden zou duiken. Bij trainingswedstrijden had hij weinig onder hoeven doen voor Powell.


'Die jongens zeiden: Van Duke, you're gonna run 9,9 or 10,0. Op trainingen liep ik harder dan ooit. Maar toen kwam ik terug en was het steeds 10,4 of 10,5. Daar raakte ik zo gefrustreerd van. Ik baalde dat die potentie er niet uitkwam.'


Ook dit seizoen is het nog niet gelukt. Van Luijk zal bij de WK atletiek niet uitkomen tegen zijn Jamaicaanse makkers. Op de 100 en 200 meter wist hij zich niet te plaatsen. Hij doet wel mee aan de 4x100-meterestafette.


Toch wanhoopt hij niet. Het halve jaar op Jamaica heeft hem doen inzien dat de atleten van het eiland (2.8 miljoen inwoners) niet beschikken over geheimzinnige gaven. Het weer is beter voor de sprint dan in Nederland. De liefde voor de sport is inspirerend. De onderlinge concurrentie werkt motiverend. En er is een economische noodzaak geld te verdienen met sport.


Maar uiteindelijk is sprinten volgens Van Luijk een kwestie van slim trainen, lichaamskracht en techniek. Al zijn Jamaicaanse trainingen heeft hij nauwkeurig opgeschreven. Nu is het zaak om met zijn Nederlandse trainer Errol Esajas de juiste formule te vinden.


Want sprinten in Nederland heeft ook voordelen. Op Jamaica ging de meeste aandacht van de trainer uit naar Asafa Powell, in Rotterdam is alle aandacht voor hem. Dat telt, want uiteindelijk komt het aan op het verfijnen van zijn looptechniek. Sprinten is geen kwestie van 'dom rammen', meent Van Luijk. Het is een uiterst gestileerde beweging, die net zo veel lichaamsbeheersing vergt als turnen.


'Kracht en uithoudingsvermogen kun je snel aanleren. Techniek moet je erin slijpen. Op Jamaica doen die jongens dit al vanaf de lagere school. Ik doe het pas zes jaar. Op trainingen gaat het goed, maar in wedstrijden gaat het nog vaak mis. Daardoor haal ik niet uit mijn lichaam wat erin zit. Maar het komt heus wel, als het nu niet is dan volgend jaar.'


'Wie snel is, kan geld verdienen en zorgen voor zijn familie'

Usain Bolt en Asafa Powell zijn van onbesproken gedrag, maar Jamaica is niet langer gevrijwaard van dopingschandalen. Onlangs werd topsprinter Steve Mullings voor de tweede maal betrapt. Een aantal andere topatleten zat vorig jaar korte schorsingen uit.


Tijdens zijn verblijf op Jamaica heeft Van Luijk niets gemerkt van moedwillig bedrog. Hij kan zich niet voorstellen dat de atleten van de MVP-club bewust prestatiebevorderende middelen gebruiken. 'Ik heb nooit iets geks gezien. Ik heb niet het idee dat een van die gasten aan het spuiten is.'


Zijn verblijf op Jamaica heeft zijn kijk op doping genuanceerd. 'Ik keur het niet goed. Ik heb er geen begrip voor, maar ik begrijp de manier van denken wel.'


Op Jamaica is veel armoede en criminaliteit. Zo werd Van Luijk in een poging de dieven op afstand te houden bij aankomst door zijn vader aan de hele buurt voorgesteld. Er werd bij verteld in welke auto hij reed. 'Iedereen wist wie ik was. Anders is het heel gevaarlijk.'


Atletiek is voor veel jongeren de enige weg uit de troosteloze situatie, ontdekte hij. Wie snel is, kan geld verdienen en zorgen voor zijn familie. Dat plaatst atleten soms voor moeilijke keuzes.


'Stel, je loopt 10,1 en er komt een man naar je toe die zegt: met dit spul loop je 9,8. In plaats van nul euro per wedstrijd verdien je dan 10.000 euro. Wat doe je dan? Dat is een ethische keuze die ik niet hoef te maken. Ik kan de huur toch wel betalen. Maar zij moeten zien te overleven.'


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden