Genie Johan Cruijff, de engel op noppen

Johan Cruijff is als een kastbrede encyclopedie. Van de A van Amsterdammer tot de Z van Ziener. Waar te beginnen om Cruijff te beschrijven voor de sportcanon van Nederland?


Cruijff is immers overal, want hij is de beroemdste, vermoedelijk grootste sporter uit de Nederlandse geschiedenis, en later een van de succesvolste trainers bovendien. Daarnaast is hij taalvernieuwer, al dan niet op verzoek adviseur en visionair. Hij heeft zijn eigen foundation die overal kunstgrasveldjes aanlegt, plus zijn eigen universiteit. Miljarden wereldburgers kennen zijn naam.


Cruijff is overal, dus ook in huis bij Marcel van den Bos uit Amsterdam. Cruijff-adept en -verzamelaar, sinds kindsbeen gefascineerd door Cruijff om het 'onvoorstelbare gemak' waarmee hij voetbalde.


Van den Bos loopt telkens naar een andere hoek van de kamer om relikwieën te laten zien. 'Kijk, dit is lachen', zegt hij dan. Munten. Het Johan Cruijff Kwartetspel. Speldjes, of de eerste biografie, een flinterdun geschrift met een hoofdrol voor moeder Cruijff en haar stichtelijke woorden; Oog in oog met Johan Cruijff, van mr. F. R. Bonte. Het boek Klop maar op 'n deur, van Willard Motley, meermaals door Cruijff genoemd als zijn favoriete boek. Een tegel met zijn beeltenis, waarvan een hoek was afgebroken. Beide hoeken zijn toen aan de bovenkant zo afgesneden door een stratenmaker dat het lijkt of het altijd zo is bedoeld.


Van den Bos weet precies wanneer hij Cruijff heeft ontmoet en wat hij toen onder meer heeft gezegd tegen hem; dat Cruijff en hij bijvoorbeeld allebei de gewoonte hebben om te zwaaien en 'dag papa' te zeggen als ze langs het kerkhof in Amsterdam rijden waar hun vader ligt begraven, en dat Cruijff antwoordde toen Van den Bos hem dat vertelde: 'Iemand heeft ons ingegeven dat we dat moeten zeggen.'


Of Van den Bos het doelpunt kent dat Cruijff maakte op 2 januari 1972, in het Zuiderpark van Den Haag, is dus een overbodige vraag. Natuurlijk kent hij dat.


Om alle verhalen over Cruijff min of meer tot één punt te herleiden, is gekozen voor een verhaal rond dat doelpunt, de winnende treffer voor Ajax op die winterdag; de 1-2. Waarom dat doelpunt, op die dag? Omdat Cruijff en Ajax in die periode op hun absolute top zijn. Cruijff heeft voor de wedstrijd bloemen ontvangen van de Haagse aanvoerder Aad Mansveld, omdat hij een paar dagen eerder voor het eerst is uitgeroepen tot Europees voetballer van het jaar, als eerste Nederlander in de geschiedenis. Hij eindigt voor Mazzola van Inter en Best van Manchester United. Met ruime voorsprong.


Ajax heeft dan één Europa Cup gewonnen en is hard op weg naar de tweede in een drieluik. Ja, het is Ajax' beste seizoen, 1971-1972, als trainer Rinus Michels naar Barcelona is vertrokken en opvolger Stefan Kovacs het verzamelde talent alle ruimte geeft tot ontplooiing, onder meer door minder streng te zijn dan degene die het professioneel denken tot kunst heeft verheven. Zij van Ajax verslaan in dit legendarische seizoen Feyenoord, in die tijd eveneens een elftal van wereldklasse, in De Kuip met 5-1. De zege op Vitesse is nog immer de grootste in de geschiedenis van de eredivisie: 12-1.


Het doelpunt in Den Haag is een schitterend, door Cruijff bedacht en gecreëerd symbool van een wonderjaar. Een sublieme vrucht van zijn individualisme, tevens een uitvloeisel van een onverslaanbaar collectief.


Het doelpunt heeft zich trouwens laten aankondigen. Precies een week voor de treffer verschijnt in Elsevier een bijzonder interview van schrijver Godfried Bomans met Cruijff. Bomans opent het artikel als volgt: 'Johan Cruijff doet in zoverre aan een engel denken dat ook een engel niet aan zwaartekracht onderhevig is. Ik heb hem vaak zien spelen en mij dan telkens verwonderd dat hij dan na afloop gewoon met de anderen mee het veld afliep en niet opsteeg en over de tribunes heen aan de einder verdween. Vermoedelijk houdt hij zich in. Er is een grens aan populariteit en die wil hij niet overschrijden.'


Het doelpunt in de 53ste minuut is dus geen toeval, het is de daad van een alleskunner, van een engel op noppen. Lichtvoetig, bijna zwevend soms. De stand is 1-1, het is best een moeilijke wedstrijd voor Ajax daar in Den Haag, waar ook een topelftal staat dat nationale bekers wint en furore maakt in de Europa Cup. Cruijff staat even aan de zijlijn. Hij heeft van de kant een wit lintje ontvangen, om zijn sok op te houden. Even vastbinden en verder, daarvoor is wel even tijd.


Maar dan komt daar die bal van Krol aangezweefd. Opeens is Cruijff één en al oplettendheid. Hij kijkt omhoog, alsof hij een zwerm meeuwen aanschouwt, onderweg van het Zuiderpark naar Scheveningen. Hij kromt de rug. In één keer, vlak na de stuit, neemt hij de bal mee naar binnen, vanaf de zijlijn, op pakweg 35 meter schuin voor het doel. Van een voor Den Haag veilige houding, met de rug naar het doel, kiest hij opeens de aanval.


Kees Weimar, de enige verdediger in de buurt, is eigenlijk al te laat om te reageren. Hij had ook niet verwacht dat Cruijff opeens zou ontwaken uit zijn schijnslaap. Cruijff rent de bal achterna en kruist voor Weimar langs. De bal landt en draait door het meegegeven effect perfect naar binnen. Grofweg heeft Cruijff nu twee kansen om doelman Ton Thie te passeren.


Nee, Kees Weimar vindt het helemaal niet erg om gebeld te worden over het doelpunt en zijn machteloze rol in het koningsspel van Cruijff. Hij zegt: 'Soms zie ik het doelpunt nog. Het staat op internet. Mooi doelpunt.'


De verwachting is dat Cruijff verder zal dribbelen om doelman Thie, de enige die hij nog zal tegenkomen, te passeren met een van zijn schijnbewegingen. Maar Cruijff is een genie en genieën verzinnen oplossingen die voor gewone stervelingen moeilijk te bevatten zijn. Wie weet, tovert hij iets anders uit zijn dunne benen.


Om te benadrukken welk een genie in de destijds pas 24-jarige Cruijff schuilde, citeren we het volgende gedicht van Willem Wilmink uit 1971. Het heet De Heilige Johan:


Eens toen ik in floodlight


voetballers een doelpunt


zag spinnen zich bewegend


als elven over het gras,


wist ik dat uit deze hoek


de verlosser ophanden was.


en zie: Johan Cruijff de danser


de faun de adelaar


der dalen


maar toen we zijn bergrede kwamen


halen


had hij het over belasting betalen.


Belasting? Nou ja, daarover straks meer. Eerst die genialiteit van de verlosser. Cruijff, de dribbelaar, besluit dus tot een lob over doelman Thie, die weliswaar iets voor zijn doel staat maar ook weer niet zo heel ver. Hij is nog binnen het doelgebied. Voor een boogbal is eigenlijk helemaal geen ruimte, tenzij. . .


Cruijff is op 2 januari 1972 geen Cruijffie meer, maar een volwassen, getrouwde kerel wiens vrouw Danny haar tweede kind verwacht. Hij voelt verantwoordelijkheid voor zijn gezin en wil een eerlijke vergoeding voor zijn inspanningen. In het buitenland kan hij veel meer verdienen, heeft hij dan allang begrepen. Hij vraagt zich af of hij niet te veel belasting afdraagt (zie Wilmink), zijn contracten botsen met overeenkomsten van bond of club. Hij ageert tegen uitbuiting van zijn talent. Volgens velen is hij dus automatisch een geldwolf.


Kijk, die spelers van Den Haag, dat zijn nog halve amateurs in die tijd. Kees Weimar is anno 2010 nog steeds leraar. Binnenkort gaat hij met pensioen. Hij stond op zijn zestiende, zeventiende al in het eerste elftal van FC Den Haag. Hij was jeugdinternational, maar stopte noodgedwongen met topvoetbal op zijn 21ste, na drie operaties. Kapotte knie, daar konden ze echt niets aan doen in die tijd.


Mansveld had een sigarenzaak, De Zoete was fysiotherapeut. Een man of drie werkten bij de PTT, want voorzitter Choufoer was daar directeur. Theo van den Burch zat bij zijn vader in de zaak.


Zaakwaarnemers? Weimar: 'Haha, dat woord kenden we niet eens.' Zijn eerste contract leverde hem 600 gulden per jaar op, iets meer dan de krantenwijk die hij liep.


Dan was Ajax veel verder en dat kwam vooral door Cruijff. Cruijff had Cor Coster, schoonvader en zaakwaarnemer, die hem op een gegeven moment, veel later dan het doelpunt van 2 januari 1972 overigens, nadat Cruijff bijna failliet was gegaan door onbestemde financiële avonturen, zelfs opdroeg dat hij alleen nog mocht pissen zonder toestemming.


Cruijff kwam op voor de belangen van zichzelf en anderen. Doctor Robert Siekmann van het Asser Instituut in Den Haag zegt het als volgt: 'Cruijff kwam op voor de rechten van de voetballer; imago-, portretrecht. Het serieuze betaald voetbal is met Cruijff begonnen. Tegen hem konden bestuurders niet meer zeggen dat hij een snotneus was.'


Onlangs, in een interview met de Volkskrant, gebruikte Cruijff de volgende woorden: 'Piet Keizer werd door de spelers als aanvoerder aangewezen, terwijl ik 80 duizend dingen voor ze oploste en hun premies regelde. Toen dacht ik: ze zoeken het maar uit, ik zorg voor mezelf.' Maar dat was pas in 1973, vlak voordat hij naar Barcelona vertrok.


Eerst moest hij dat doelpunt tegen Den Haag nog maken, en heel veel andere doelpunten. Cruijff haalt de bal dus in, nadat hij die vanaf de zijlijn in één keer heeft meegenomen, en lobt van ongeveer 18 meter, links voor het doel, van even buiten het strafschopgebied. De bal heeft vaart en effect. Cruijff blijft een fractie van een seconde staan, om te kijken of datgene wat hij onderweg heeft bedacht ook lukt. Tuurlijk lukt het. Thie raakt de bal ogenschijnlijk heel lichtjes aan, waarna die vlak onder de lat in het doel valt.


Frans Ensink schrijft in de Volkskrant van 3 januari: 'Cruijff schonk Ajax de zege en zichzelf een doelpunt dat tot een van de gaafste in zijn carrière moet worden gerekend. Na de wilde trap van Krol klonk hij de neerdwarrelende bal langs de zijlijn direct aan zijn voet vast, degradeerde daarmee Weimar tot een machteloos figuur en passeerde vervolgens, als had hij een meetlat in de achterzak, de uitgelopen doelman Thie met een paraboolachtig schot, waarop wiskundigen langdurig kunnen studeren.'


In dat doelpunt zit alles van Cruijff: genialiteit, durf, technisch vermogen, een vleugje wiskunde. Plus al die symboliek. Ajax is top. Cruijff is de beste. De tv-beelden zijn in zwart-wit. Ze liggen min of meer op het snijvlak van een nieuwe tijd in het voetbal, de tijd van het fullprofessionalisme. Voetballers van Ajax zijn modebewust. Ze dragen hun haar lang, net als Best. Cruijff is een exponent van de in de jaren zestig toegenomen mondigheid. Later dat seizoen is de finale van de Europa Cup tegen Internazionale (2-0 voor Ajax, twee doelpunten van Cruijff) in kleur.


Frans Ensink schrijft op 3 januari 1972 over een ovatie in het stadion, na de treffer van Cruijff. Kees Jansma, destijds als verslaggever aanwezig en in zijn hart fan van de club uit zijn stad Den Haag: 'Dat doelpunt maakte iets speciaals los; bewondering voor wat een ander kon. Het Zuiderpark was afgeladen met 28 duizend man. Ik had het idee dat de hele tribune opveerde en applaudisseerde voor Cruijff. De hele wedstrijd is sindsdien ondergeschikt gemaakt aan dat ene moment. Weet je dat ik de uitslag helemaal niet meer weet.'


Terwijl linksbuiten Piet Keizer een stil idool was, kreeg Cruijff weleens het verwijt dat hij arrogant was en over het paard getild, door al zijn gepraat. Niet iedereen vatte zijn mondigheid. In Den Haag vonden ze het mooi om Cruijff uit te fluiten als hij het veld opkwam. Jansma: 'Maar op dat moment realiseerden wij ons met zijn allen dat hij geniaal was, dat hij voetbalde zoals voetbal moet zijn bedoeld.'


Cruijff zelf zegt een paar weken later over de wedstrijd, veelzeggend over de druk die ook op hem rustte: 'Daar sta je dan in het Zuiderpark, en dan komt Mansveld met die bloemen, het hele stadion overeind, applaus, het raakt je. Dan denk je: o God, er wordt weer heel wat van me verwacht. Dan loopt het niet in zo'n eerste helft, en niets lukt, en ik weet dat als er nog zo'n helft achteraan komt, ik mijn hart weer kan ophalen in de kranten. 'Voetballer van het jaar matig op dreef, Cruijff bleef onder de maat.' In de rust nam ik een aspirientje, vanwege hoofdpijn. Toen viel die goal van Pietje, en daarna die van mij. Toen was het weg, de pijn. Alles lukte verder.'


Op de zwart-witbeelden van 2 januari 1972 buigt Kees Weimar eventjes het hoofd, na het doelpunt. Cruijff rent weg en juicht op de van hem bekende manier, zoals hij destijds een doelpunt vierde als hij écht uitgelaten was, als een treffer zelfs voor hem bijzondere allure had. Dat was dus zo op deze 2de januari, en in mei opnieuw tegen Internazionale in Rotterdam, toen hij de finale van de Europa Cup I besliste door 2-0 in te koppen.


Wiekend met armen en benen rent Cruijff terug naar het midden. Hij heeft het lintje voor zijn sok meegenomen op zijn avontuur. Het danst in zijn rechterhand, als een slinger van geluk.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden