Genie getekend door de oorlog

Sinds dagen en weken denk ik aan niets anders meer dan aan de dood. Na een droomloze nacht sta ik elke ochtend vroeg op, hoewel ik normaal graag lang uitslaap. Ik voel me zo vol leven en sterk als ik me lang niet heb gevoeld. Ik begroet de nieuwe dag want hij brengt me weer de gedachte aan de dood. Bij elke ademhaling dringt hij dieper door tot in de meest verborgen uithoeken van mijn lichaam, hij vervult mij geheel. Het is de dood die nu mijn pen bestuurt. De dood. God weet welke ervaring deze gedachte als eitjes in mijn hersenen heeft gelegd, als eitjes die ongemerkt werden uitgebroed. Tot op een dag de schaal barstte en hij zich aan mij voorstelde. Aha, dacht ik toen hij de eerste keer in me opdook, daar is hij dus, en ik begroette hem zoals je een oude bekende begroet die een trein later is gekomen dan je verwachtte. De waarheid was dat ik helemaal niet op hem had gewacht, hij kwam me nog altijd te vroeg en te veel als een verrassing. Ik hoopte niet eens dat hij zou komen. Lang geleden, toen ik anderen hoorde vertellen over hun gedachten aan de dood - en mensen praten over niets liever dan wat zijn hun laatste ogenblikken noemen - schoot door me heen: en jij, hoe staat het tussen jou en de dood? Daarbij rookte ik dan rustig mijn sigaretje en dronk mijn zoete thee, luisterde naar hun verhalen en voelde me uitstekend. Ik dacht er verder niets bij. Ik was wat je noemt een neutrale toeschouwer. De dood? Laat maar komen, dacht ik. Of loop naar de hel. Nee echt, wat moet ik ermee.


Fragment uit: Hans Keilson: In de ban van de tegenstander. Oorspronkelijk verschenen alsDer Tod des Widersachers, 1959. Vertaald door M.G. Schenk / Frank Schuitemaker. Van Gennep, 2009.

In interviews vertelde de joodse psychiater en schrijver Hans Keilson dat de ondertoon van zijn leven er een van diepe treurnis was. Vanaf de Tweede Wereldoorlog rouwde hij om zijn ouders, die beiden in Auschwitz om het leven kwamen. Lang maakte hij zich verwijten over het feit dat hij hen niet had kunnen redden. Hij had hen wel naar Nederland laten komen, in 1939, maar hij was er niet in geslaagd hen te laten onderduiken: ze spraken geen Nederlands, begrepen de situatie niet goed en ze hadden geen geld. Keilson zag zijn ouders in de trein naar Westerbork stappen. Het laatste wat zijn vader tegen hem zei was: vergeet nooit dat je arts bent. Keilson zou het niet vergeten en zette zich zijn leven lang als psychiater in voor, zoals hij zei: 'de slachtoffers van de vijand die ook de vijand van mijn ouders en mij was.'


Keilson werd in 1909 in het Oost-Duitse Bad Freienwalde geboren. Hij studeerde in 1934 in Berlijn als arts af maar mocht vanwege de net ingevoerde rassenwetten zijn vak niet uitoefenen. Omdat hij ook een opleiding tot zwem- en gymnastiekleraar had gevolgd kon hij op vijf joodse scholen aan de slag als sportleraar.


Nog tijdens zijn studie verscheen zijn eerste, autobiografische roman Das Leben geht weiter (1933) over de neergang van een joodse winkelier, Keilsons vader, tijdens de Weimarrepubliek. Het boek zou al snel door de nazi's verboden worden. In 1936 verhuisde Keilson op aanraden van zijn uitgever naar Nederland, met zijn katholieke levensgezellin, Gertrud Manz. In Nederland vond hij aansluiting bij de literaire wereld. Hij schreef gedichten en stelde een aantal Nederlandse bundels samen onder het pseudoniem Benjamin Cooper.


Na de Duitse inval verbleef hij op verschillende onderduikadressen. Hij raakte betrokken bij het verzet en reisde op een vals paspoort door Nederland om joodse kinderen op onderduikadressen te bezoeken en mentaal bij te staan.


In diezelfde tijd begon hij aan zijn roman In de ban van de tegenstander, waarvan hij het manuscript in een trommel in de tuin van zijn onderduikadres verborg om het na de oorlog op te graven. Deze roman, die hij in 1959 voltooide en die speelt tijdens de opkomst van Hitler, gaat over de haat en de angst van zowel de vervolger als de vervolgde.


De strekking van het boek stijgt nadrukkelijk uit boven zijn eigen ervaringen in Duitsland. De naam Hitler en de woorden nazi en jood en komen er dan ook niet in voor. Zoals Keilson in het boek schrijft: 'Ik ben me ervan bewust dat ik een heel oude waarheid verkondig als ik zeg dat er altijd vijanden en haters op aarde zullen blijven. Zij rekruteren zichzelf uit vroegere vrienden.'


Zijn boek kende in de jaren na verschijning een bescheiden succes, net als de roman die hij over zijn onderduikervaringen schreef, Comedie in Mineur (1947).


Toch zou niet het schrijverschap Keilsons verdere leven bepalen, maar zijn werk met getraumatiseerde joodse kinderen. Hij specialiseerde zich na de oorlog tot psychiater en psychoanalyticus en promoveerde in 1979 met het proefschrift Sequentielle Traumatisierung bei Kindern. Hij vestigde met dit proefschrift de aandacht op het feit dat veel kinderen niet alleen door hun ervaringen in de oorlog waren getraumatiseerd, maar vervolgens ook nog eens door hun ervaringen in pleeggezinnen.


In 1969 overleed Keilsons eerste vrouw en in 1970 trouwde hij met de literatuurhistorica Marita Lauritz. Beide huwelijken brachten hem een dochter.


Tot op hoge leeftijd bleef Keilson zijn psychoanalytische werk met slachtoffers van de jodenvervolging voortzetten. Hij was gasthoogleraar aan de universiteit van Kassel, ontving een eredoctoraat van de universiteit van Bremen en werd geëerd met diverse prijzen en onderscheidingen.


Op zijn 100ste verjaardag werd hij benoemd tot Officier in de Orde van Oranje-Nassau. Naar aanleiding van zijn verjaardag verschenen herdrukken van zijn in de vergetelheid geraakte romans. Het succes was onverwacht groot en vooral te danken aan de Amerikaanse biografe van Anne Frank, Francine Prose, die de romans in The New York Times meesterwerken noemde, en Keilson een genie.


Betekende dat eindelijk gerechtigheid?, vroeg Matthijs van Nieuwkerk in De Wereld Draait Door. Gerechtigheid is een veel droeviger verhaal, antwoordde Keilson, met verwijzing naar de dood van zijn ouders in Auschwitz. 'Als u over gerechtigheid spreekt, dan roert u een thema aan dat veel sterker is dan een literair probleem.'


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden