Genetisch gesleutel voor een karmijnrode kanarie

'Op de ochtend van 2 augustus 1921 begaf de 40-jarige leraar Hans Duncker zich van zijn huis via de welvarende en drukke straten van Bremen naar de oude binnenstad....

Martijn van Calmthout

The Red Canary van Tim Berkhead begint als een roman, en in zekere zin blijft de lezer van dit waanzinnige avontuur ook het gevoel houden dat het meer fictie is dan realiteit. Maar het is echt gebeurd: in de eerste helft van de vorige eeuw was deze Hans Duncker de drijvende kracht achter het eerste experiment met genetische manipulatie in de geschiedenis.

Zijn doel was simpel en sprak tot de verbeelding: het creëren van een karmijnrode kanarie.

Wat biologieleraar Duncker op straat hoorde, was de zang van een nachtegaal. Niet van een echte, maar een eigengemaakte grammofoonopname die vogelfokker Karl Reich had opgezet. Duncker en Reich worden vrienden en zetten met Dunckers inzicht in Mendels wetten van de erfelijkheid fokprogramma's op voor nog betere zangvogels. Bijvoorbeeld door kruisen met nachtegalen.

Dan bedenkt Duncker echter zijn pièce de résistance, de rode kanarie, die hij wil maken door de roodheid van een zeldzame vink uit Zuid-Amerika, de kapoetsensijs (Carduelis cucullata) in de gele kanarie in te kruisen.

Wat volgt is een eindeloze en steeds frustrerender speurtocht naar methodes om de verschillende diersoorten met elkaar te laten paren. En, als dat uiteindelijk lukt, de nog frustrerender vraag waarom het nageslacht desalniettemin nooit rood is.

Het is uiteindelijk een Amerikaanse bioloog, Charles Bennett in San Francisco, die het raadsel opheldert. In de jaren veertig begint hij aan een reeks proeven die aantonen dat niet alleen genen de kleur van een vogel bepalen. Hij voert gele en witte kanaries wortel, en later alleen caroteenolie, en stelt vast dat sommige oranje worden, en andere niet. De verhoudingen waarin dat gebeurt wijzen, net als bij Mendels erwtenplanten, naar een genetische aanleg.

Maar zonder kleurvoer gebeurt er niks, wat er ook wordt gekruist en gefokt. Pas in combinatie met bepaalde voedseltypes komt de genetische aanleg voor, bijvoorbeeld, een karmijnrood verendek tot expressie.

Dat was voor Engelse kanariekwekers overigens geen nieuws. In 1873 had op de vogeltentoonstelling van Norwich ene Edward Bemrose uit Derby opzien gebaard met knaloranje kanaries. Eind van dat jaar deed hij in The Cottage Gardener zijn geheim uit de doeken: rode pepers door het voer.

Kort daarop voerde half Engeland zijn kanarie pepertjes. Volgens Birkhead was de Duitsers een en ander vooral ontgaan omdat die in de 19de eeuw vooral kweekten op zangcapaciteit in kanaries, en niet op kleur. Dunckers kompaan Reich was zelfs de eerste die ooit een grammofoon-opname van een zingende vogel maakte.

Birkhead, in het dagelijkse leven bioloog van de universiteit van Sheffield, grijpt de rode kanarie met zichtbaar genoegen aan voor een brede verkenning van de wereld van de zangvogelkwekers. Hij reisde naar de Canarische Eilanden en naar Bremen, en verkeerde onder liefhebbers in de Engelse mijnstreken. Het in karmijnrood gebonden The Red Canary lijkt daarmee op het eerste gezicht een boek voor liefhebbers en hobbyisten.

Maar Birkhead heeft wel degelijk een algemenere boodschap. De casus van Hans Duncker en zijn rode kanarie laat zien hoe contraproductief het kan zijn aan te nemen dat het in het leven draait om erfelijke eigenschappen en om niets anders. Wat, hoewel over een kwestie van bijna een eeuw geleden, een actuele visie is. In feite probeerde Duncker net als in de moderne genetische manipulatie soortvreemd DNA in de kanarie te krijgen, alleen dan langs de omslachtige natuurlijke weg.

'Het debat over nature versus nurture is onzinnig en betekenisloos', schrijft Birkhead als tegenwicht voor de huidige genetische obsessie. 'Er zijn geen vaste percentages in ons gedrag die aan genen toe te schrijven zijn, en de rest aan opvoeding. Het gaat altijd om de interactie tussen genen en omgeving.'

In de jaren twintig leidde de simplistische aandacht voor bloedverwantschap niet alleen tot gefrustreerde Duitse vogelkwekers. Birkhead laat zien dat Dunckers speurtocht naar de rode kanarie rechtstreeks aansluit bij de Duitse obsessie met erfelijkheid en raszuiverheid. Ruim voor de oorlog stond hij in Bremen te boek als publiek spreker met nazi-connecties, die niet alleen sprak over kanaries maar ook over raciale hygiëne.

In 1934 was Duncker enige tijd hoofd-onderwijsinspecteur met de opdracht te controleren of nieuwe biologieboeken voor scholen wel aansloten bij de officiële nazi-ideologie. Hij weigerde tegelijk lid te worden van de nationaal-socialistische partij. Dat werd hij in 1940 uiteindelijk toch. Onder zware druk, zei Duncker na de oorlog. Tijdens de denazificatie werd hij na verhoren betiteld als Mitläufer. Te mild, oordeelt Birkhead nu. 'Hij was meer dan een meeloper, maar wist voor zichzelf waar de grenzen van de eugenetica liggen.'

Waartoe in het tijdperk van het Human Genome de nieuwe obsessie met genen leidt, is natuurlijk afwachten. Maar we zijn gewaarschuwd.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden