Generalissimo Hu omarmt de Kuomintang

Historische en tegelijk wat beangstigende beelden, woensdag op de Chinese staatstelevisie. Live uit de voormalige hoofdstad van het diep corrupte Kuomintang-regime van generalissimo Chiang Kai-shek: het bezoek van Lien Chan....

Lien is voorzitter van de huidige Kuomintang, de voornaamste oppositiepartij van Taiwan. De bedevaart naar het oude nest vormde de start van een zevendaagse rondreis door China, op uitnodiging van de Chinese Communistische Partij. Vandaag volgt het hoogtepunt: een tête a tête met collegapartijvoorzitter en Chinees president Hu Jintao. Daarmee wordt na 56 jaar formeel een punt gezet achter een vijandschap tussen twee partijen die na de Tweede Wereldoorlog tot een Chinese burgeroorlog leidde .

In Nanjing boog Lien voor het gedenkteken van Sun, de frèle arts die bijna een eeuw geleden trachtte China uit het feodale keizerlijke tijdperk te leiden. Daarna sprak hij bewogen over de grote, sterke natie die zal aantreden als China en Taiwan elkaar weer in de armen sluiten. Hij oogstte er warme commentaren mee op de staats-tv. Wat een patriot, die Lien!

De romance tussen de CCP en de Taiwanese oppositie loopt al een tijdje. Vorige maand legde Peking de rode loper uit voor Liens rechterhand. Volgende week is ook een feestelijk onthaal gepland voor James Soong van de Het Volk Voorop Partij, de tweede oppositiepartij van Taiwan.

Prachtig dat het grote en het kleine China elkaar opeens zo weten te vinden, kun je zeggen. Alles beter dan de Koude-Oorlogsretoriek die Peking en Taipei gewend zijn op elkaar af te vuren, sinds de communisten van Mao de Nationalisten van generalissimo Chiang in 1949 van het vasteland verdreven. De afvallige eilandprovincie en het rijk van het midden, economisch al intens verstrengeld, zullen op een dag toch ook een politieke modus vivendi moeten vinden.

De flirt riekt echter naar nationalistisch opportunisme. Natuurlijk, Peking en de Kuomintang hebben een gezamenlijke tegenstander, de Taiwanese president Chen. Hij maakte met zijn Democratische Progressieve Partij in 2000 een einde aan de lange Kuomintang-heerschappij in Taiwan, en streek vervolgens Peking tegen de haren met het O-woord – Onafhankelijkheid voor Taiwan.

Peking wil Chen daarom uitschakelen. De handigste manier is het paaien van de oppositie en het voorhouden van meer economische wortels aan de Taiwanezen, waardoor Chen binnenlands in een isolement wordt gedreven en de volgende verkiezingen verliest. Om extra druk te zetten heeft China ook een anti-onafhankelijkheidswet afgekondigd die met geweld dreigt als Taiwan zich niet goedschiks plooit. Maar er is iets veel wezenlijkers dat China en de Kuomintang anno 2005 bindt. Het is het verlangen naar een machtig land. Een trotse Chinese natie die eindelijk de frustraties over het zwakke, smadelijke verleden kan omruilen voor een hoofdrol op het wereldtoneel.

Er loopt een rode lijn van Taiwan naar het algehele buitenlandse beleid van Peking. Dat mag de laatste tijd bijzonder assertief heten. Regionale concurrent Japan werd vergast op een scherpe haatcampagne, en verder loopt er een ongekende reeks staatsbezoeken van president Hu en premier Wen. Geschraagd door het snel groeiend economisch aanzien van China trekken zij de wereld rond om grondstoffen en olie te arrangeren voor de Chinese economische expansie, en cadeautjes uit te delen aan landen die bereid zijn voor Peking te applaudisseren.

De Chinezen beginnen wat dat betreft steeds meer op de Amerikanen te lijken. Peking heeft er ook duidelijk plezier in zich te begeven onder de traditionele clientèle van Washington. Zo was Hu deze week in de Filipijnen, waar hij 1,7 miljard dollar rondstrooide voor infrastructuur, mijnbouw en zelfs wat militaire samenwerking.

De wijze waarop Hu en Wen hun leiderschap ontwikkelen stemt niet vrolijk. De start oogde twee jaar geleden redelijk hoopvol, met nieuwe openheid in de SARS-crisis. Maar het laatste halfjaar, sinds Hu ook chef van de militaire hiërarchie in China is, ontpoppen de nieuwe leiders zich geleidelijk als antidemocratische hardliners die niks moet hebben van lastige 'westerse' fratsen als scheiding der machten en een vrije pers.

China moet wereldmacht worden, luidt hun devies, en dat kan alleen als de Partij de teugels strak in handen houdt. De versleten communistische ideologie wordt daarbij soepeltjes ingeruild voor een nieuw bindmiddel: Chinees nationalisme. Daarom zijn de nazaten van generalissimo Chiang Kai-shek ook van harte welkom. Dat zijn goede patriotten, klaar om naar orders uit Peking te luisteren.

Het is een koers die om ongelukken vraagt. China heeft geen nieuwe nationalisten nodig die een tot corruptie uitnodigend machtsmonopolie koesteren, maar een nieuwe leidersgeneratie van het type Sun Yat-sen: Aziatische sociaal-democraten die het waagstuk aandurven het gigantische Chinese rijk met hervormingen de moderne tijd in te leiden.

Gebeurt dat niet, dan zit de wereld straks opgescheept met een autocratische moloch die een grote economische macht rond slingert, maar niet over fatsoenlijke checks and balances beschikt. Dan krijg je een eeuw van Azië, aangestuurd door nieuwe generalissimo's. Een angstaanjagend vooruitzicht.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.