Generaal VS bijna laan uit na invasie

De oorlog in Irak was nog geen week aan de gang toen de Amerikaanse opperbevelhebber, generaal Tommy Franks, dreigde de legercommandant William Wallace te ontslaan....

Vanaf de eerste dag van de invasie, in maart 2003, waren de Amerikaanse strijdkrachten verwikkeld in schermutselingen met paramilitaire strijdgroepen. Generaal William Wallace, die de veldtocht van het Vijfde Legerkorps naar Bagdad leidde, zei tegen twee verslaggevers dat zijn troepen hun opmars moesten uitstellen om af te rekenen met milities die een bedreiging vormden voor zijn achterhoede.

Kort hierna belde Franks met luitenant-generaal David McKiernan, de bevelhebber van de geallieerde, en waarschuwde hem dat hij van plan was Wallace te ontslaan. Voor McKiernan was dit reden om af te reizen naar Franks’ hoofdkwartier. En daar wist hij de opperbevelhebber op andere gedachten te brengen. Maar de episode liet zien dat de Amerikaanse legertop diep was verdeeld over het Iraakse militaire potentieel en de wijze waarop dit het best kon worden geëlimineerd.

Deze verdeeldheid had blijvende gevolgen. De onverwacht taaie weerstand van de Iraakse milities bij de gevechten om Nasiriya, Samawa en Najaf gaf aan dat er niet alleen gevaar was te duchten van Saddam Husseins elitetroepen in de vermaarde Republikeinse Garde. De milities waren talrijk, goed bewapend en kennelijk vastberaden om de strijd zo lang mogelijk vol te houden. Maar terwijl bevelhebbers te velde hen als een serieuze tegenstander zagen, vormden ze in de ogen van Franks en minister van Defensie Donald Rumsfeld niet meer dan een hobbel. Drie jaar later zijn sommige van de strijdgroepen nog steeds niet overwonnen. En bepaalde strategische beslissingen tijdens de oorlog blijven vragen oproepen. Zoals:

Na de slag om Nasiriya, de eerste grote confrontatie in de oorlog, waarschuwde een inlichtingenofficier van het corps mariniers dat veel milities na de val van Bagdad aanvallen zouden blijven uitvoeren, aangezien ze terwille van een snelle opmars goeddeels werden veronachtzaamd.

Van de ene op de andere dag besloot de legerleiding Ahmed Chalabi, de Iraakse balling die de favoriet van het Pentagon was, naar het zuiden van Irak over te brengen, in het gezelschap van enkele honderden bewapende volgelingen. Zijn militaire eenheid moest zorgen voor het ‘Iraakse gezicht’ van de invasie. Dit plan werd uitgevoerd buiten medeweten van hoge regeringsfunctionarissen als minister van Buitenlandse Zaken Colin Powell en CIA-directeur George Tenet.

In plaats van extra troepen te sturen na de val van Bagdad annuleerden Rumsfeld en Franks de voorgenomen inzet van de Eerste Cavalerie Divisie. Dit tegen de zin van McKiernan, die de extra divisie nodig achtte om de chaos in Irak te bestrijden.

Franks was geërgerd over wat hij zag als een gebrek aan voortvarendheid bij zijn commandanten te velde. Op 31 maart 2003 vloog Franks naar McKiernan in Koeweit, waar een verhitte discussie plaatsvond over het verloop van de oorlog. Franks verweet McKiernan dat hij de opmars wilde vertragen om het aantal slachtoffers tot een minimum te beperken.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden