Genengedoe

Het zou kunnen dat we over enige tijd op blikjes en potjes in de supermarkt kunnen lezen of er genetisch gemanipuleerde planten in zitten....

De vraag die opkomt, is natuurlijk: kan dat kwaad? Bestaat het gevaar dat het slecht is voor de gezondheid? Wetenschappers zullen die vraag beslist negatief beantwoorden.

Maar helaas is het tegenwoordig moeilijk voedselgenetici te vinden die niet in dienst zijn van grote firma's die zulk zaad aan de man brengen. Daar komt bij dat het grote publiek weinig snapt van dat genengedoe. In het boek A Grain of Truth: The Media, The Public and Biotechnology schrijft Susanna Hornig Priest dat volgens een onderzoek in de VS in 1998 slechts 20 procent van de bevolking in staat bleek een redelijke omschrijving te geven van DNA. Veel mensen beperken zich tot de gedachte dat het niet goed is, als er genen door het voedsel zitten.

Vorige week was ik in Zuid-Portugal. Daar hingen druiven boven een terras. Ik plukte er één en stak hem in mijn mond. Een seconde geleden was hij nog deel van de rank. Hij bevatte miljoenen druivencellen, elk met een complete set duivengenen, gemaakt van DNA.

In iedere druivencel waren duizenden eiwitten met elkaar in wisselwerking. Met gebruikmaking van de genen als mal stelden sommige eiwitten andere samen. Andere eiwitten zonden boodschappen naar elkaar. Weer andere gebruikten genen als mal om de genen zelf te repliceren voor de constructie van nieuwe druivencellen.

Zo werkt het leven. Genen vormen mallen voor eiwitten, die kopiëren de genen, die weer als mal dienen voor nieuwe eiwitten, enzovoort. Ik stopte de druif in mijn mond, en kauwde op al die miljarden vreemde druifgenen en druifeiwitten. Toch veranderde ik niet in een druif.

Het verschil tussen genen en eiwitten is belangrijk. Genen vormen de informatiebank. De eiwitten zijn de gebruikers van die informatie. Zonder eiwitten zijn genen als een gebruiksaanwijzing zonder lezer. Zonder genen zijn de eiwitten als een bevolking die alles vergeten is en geen enkele manier heeft om erachter te komen wat de bedoeling was.

Van verkeerde eiwitten kun je ziek worden, je kunt er zelfs van dood gaan, als je ze opeet. Van genen krijg je niks. Eiwitten kunnen gemakkelijk in onze cellen komen en daar schade aanrichten. Voor genen is dat veel moeilijker. Er zijn maar twee manieren waarop ze dat wél kunnen. Door virussen en door seks met nauw verwante soorten.

Bedacht moet worden dat we dagelijks enorme hoeveelheden vreemde genen opeten. Wanneer we een haring verorberen, krijgen we triljoenen kopieën van de volledige haringgenenset binnen. Toch veranderen we niet in een haring.

Tegelijkertijd slikken we zonder probleem miljoenen kopieën van bacteriegenensets in. We worden pas ziek wanneer die bacteriegenen als mal gediend hebben voor giftige eiwitten.

Genen kunnen dus geen kwaad. Dit zal het consumentengedrag overigens niet erg beïnvloeden. Mensen maken beslissingen niet op wetenschappelijke, rationele wijze. Emotionele, romantische en sentimentele beweegredenen geven altijd de doorslag. Het gevoelen is dat grote multinationals aan het klooien zijn met de bouwstenen van het leven zonder dat ze er zeker van zijn dat dat geen kwaad kan. Niet iedereen juicht dat toe.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden