Genbiet smijt met genen

Gifbestendige suikerbieten steken gemakkelijk hun wilde verwanten aan. Waarna de boer met een superonkruid zit. En zo'n gen-gewas al snel niet meer loont....

In landbouwersjargon heten ze 'schieters': hoog boven de rest uittorenende suikerbietplanten waarvan er op elke hectare wel een paar opduiken. Een verkoopbare biet maken ze niet, maar wel duizenden zaden per plant. Laat dat spul zijn gang gaan, zegt ir. Jan Wevers van suikerbieten-researchcentrum IRS in Bergen op Zoom, 'en de volgende oogst staat het vol met onkruidbieten'.

Schieters zijn eigenlijk wilde bieten. Stuifmeel ervan komt in de zaadproductiegebieden in Frankrijk, Italië en Rusland altijd wel in enige mate in het teeltgewas terecht - via kruisbestuiving.

Zaaigoed wordt sinds de jaren vijftig in die gebieden geproduceerd. De telers stapten destijds massaal over op een nieuwe kruising met een gen uit de plaatselijke wilde biet die éénkiemig zaad levert. Dat scheelt een hoop wieden. Maar de nadere verwantschap van wilde biet en teeltbiet maakt dat er meer schieters zullen binensluipen.

Wevers en zijn door de suikerproducenten en telers gefinancierde IRS voeren daarom onvermoeibaar campagne onder de Nederlandse landbouwers. Schieters trekken, moeten ze, verwijderen met wortel en tak. Dat is de enige remedie tegen de altijd loerende onkruidbietenplaag die in landen als Frankrijk tot wel 10 procent productieverlies leidt. 'Iedereen weet dat ook, maar ik heb helaas de indruk dat men er momenteel wat minder aandacht voor heeft dan voorheen.'

Wat, zegt Wevers, vooral een gevolg is van de voortgaande schaalvergroting in de suikerbietenbouw. Vroeger deed de boer het schieters trekken zelf, nu moet hij een contingent scholieren de immense akkers opjagen. Dat is duur en door gebrek aan kennis van zaken niet absoluut waterdicht.

Persoonlijk ziet Wevers alleen al om die redenen wel wat in de nieuwste gedachten over het uitroeien van de schieter via de moderne biotechnologie.

Het idee is simpel: zet een extra gen in de echte suikerbiet waardoor die bestand is tegen een zogeheten totaal-herbicide, dat elke onbehandelde plant platlegt. Onkruid is dan inclusief eventuele schieters dood te spuiten. Bijvoorbeeld met het befaamde middel Round-up dat producent Monsanto in combinatie met genetisch gemanipuleerde maïs op de markt brengt. Diverse fabrikanten, waaronder de Nederlander Ten Have, werken aan iets dergelijks.

Wevers: 'Nederland heeft nog het voordeel dat de wilde biet er niet van nature groeit. Kruisbestuiving kennen we dus niet, er is alleen besmetting via het zaaigoed. Voor de Fransen, met hun enorme arealen en een omgeving waar de wilde biet gewoon voorkomt, zou de gen-biet zonder meer een uitkomst zijn.' Toegelaten, haast hij zich, is de gen-biet overigens nog nergens.

Maar goed ook, zegt prof. dr. Henk van Dijk van de universiteit van Lille in Villeneuve D'Ascq in Noord-Frankrijk. In het jongste nummer van het vaktijdschrift Journal of Applied Ecology analyseert de van oorsprong Groningse evolutiebioloog met twee Franse collega's de kans dat het gebruik van gentechnologie uitloopt op het creëren van een superonkruidbiet. Die kan ontstaan als het gifresistentie-gen van de teeltbiet terechtkomt in de wilde biet.

De kans daarop, zeggen zij, is zeker niet nul. Proeven in de kassen van de universiteit laten zien dat wilde en teelt-variëteiten via kruisbestuiving voortdurend genen uitwisselen. Daar is geen ontkomen aan, zegt Van Dijk. 'Zeker als er in zaadproductiegebieden massaal genetisch gemodificeerd stuifmeel gaat vrijkomen.'

Veel, zegt Van Dijk, hangt af van de boer. 'Als die zorgvuldig met zo'n resistent gewas omspringt, kan het jarenlang voordeel opleveren. Dat betekent nog steeds alert blijven en wieden wat er toch nog doorkomt. Vertrouwt hij alleen op de gifspuit, dan is de hele operatie binnen de korste keren terug bij af.'

Waarmee de vraag is of het voor bedrijven überhaupt zin heeft gemanipuleerde suikerbieten in de markt te zetten. Eventueel, zegt Van Dijk, is er wel wat te winnen als het genetisch gemanipuleerde gewas wordt uitgerust met een dubbel aantal chromosomen - een zogeheten tetraploïde plant. Die afwijking maakt genetische vermenging met de wilde biet een stuk onwaarschijnlijker. 'Maar niet onmogelijk', waarschuwt Van Dijk, die in het algemeen overigens niet afwijzend staat tegenover genetische manipulatie van gewassen.

Van Dijk: 'Ecologisch zie ik niet zoveel problemen, al was het maar omdat de wilde biet in feite ook door de mens is geïntroduceerd. De vraag is agro-economisch. Loont het de moeite om iets te introduceren dat na verloop van tijd zijn nut verliest?'

Niettemin zal de gemakkelijke overspraak van extra genen naar onkruid tegenstanders van de biotechnologie opnieuw in het geweer brengen. Naar schatting de helft van de grote landbouwgewassen natuurlijke verwanten die in dezelfde gebieden voorkomen, van granen en grassen tot koolzaad. Vorige week meldden onderzoekers van de universiteit van Ohio in Columbus dat zonnebloemen met een insecten werende genetische aanpassing (Bt) die eigenschap onomkeerbaar overbrengen op wilde soortgenoten in de buurt. Veel Amerikaanse boeren zien die variëteit als puur onkruid.

Anders dan teamleider dr. Allison Snow van de veldproeven in Colorado en Nabraska had verwacht, deed kruisbesmetting de wilde zonnebloemen enorm goed. Generaties na de besmetting maakten ze nog tot anderhalf keer zoveel zaad en werden minder aangevreten door mottenlarven.

Terwijl de plant toch tot iets onnatuurlijks wordt gedwongen, zei ze in New Scientist van 17 augustus. Hoe waardevoller het gen voor een plant is, aldus Snow,des te beduchter moet men zijn voor het weglekken ervan.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden