Genadeloos geconfronteerd met mijzelf

Ik doe mij graag voor als een fervent aanhanger van het stoïcisme, hetgeen door deze of gene nogal eens wordt verward met bot en harteloos. Alle kritiek glijdt van mij af, zo lijkt het wel. Niet voor niets noemde een van mijn gewezen verloofdes mij Tefal Tuur.

Deze week echter werd ik tot tranen toe geroerd door een ingezonden brief. De afzender was een mij onbekende dame op vermoedelijk gezegende leeftijd, want ze resideert in het statige Oosterbeek. Zij confronteerde mij genadeloos met mijzelve:

'Geachte redactie van de Volkskrant, ik las de column Kamasutra vandaag en ik moest bijna overgeven van de 'literaire' vunzigheid van Arthur van Amerongen. Ik geloof dat hij zijn smeerlapperij niet eens overdrijft en dat het naar waarheid is opgetekend, net zoals hij dat eerder deed in zijn 'romans' Brussel: Eurabia, Mambo Jambo en Paranoia Paraguay. Daarin bewierookt hij een leeghoofdig hedonisme, om nog maar te zwijgen over zijn weerzinwekkende fascinatie voor minderjarige straatprostituees en naar Zuid-Amerika gevluchte nazi's.'

Ik moest even in een papieren zak blazen. Van mijn vader - een uiterst rationele chemicus - heb ik geleerd nooit en te nimmer pardoes te reageren op kritiek, omdat je jezelf dan veel te kwetsbaar opstelt. Ik besloot dus de kritiek pas een paar dagen later een plekje te geven. Misschien was de dame wel buurvrouw geweest van de weduwe Rost van Tonningen of versleten door een flierefluitende echtgenote die al haar spaarcentjes er doorheen had gejaagd middels hoeren en snoeren.

Eindelijk bekomen van de schrik besloot ik het schrijfsel te gaan 'closereaden'. Pas toen ontdekte ik de subtiel verstopte liefdesverklaring.

'Van Amerongen kan geweldig schrijven, maar het is doodzonde dat zijn columns en romans slechts een bundeling zijn van grappig bedoelde losse flodders. Drugs en drank hebben dermate hun tol geëist dat die geniale literaire roman met een plot, een coherente levensvisie en een boodschap waar de lezer iets aan heeft, er vermoedelijk nooit zal komen en dat de manische schrijver zal blijven steken in banaliteiten over zijn zielige jeugd, zijn dode broertje, zijn krankzinnige moeder, zijn kapotte liefdes, drank, drugs, seks en andere perversiteiten. Maar als hij nu eens echt zijn leven zou beteren en flink zou gaan schrijven ... wie weet?'

Ik greep naar de doos Kleenex die altoos naast mijn laptop en de stapel papieren zakjes staat. Dit was het moment om aan mijn roman over de vliegramp van Faro te beginnen.

Foto Gabriël Kousbroek
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.