Genade voor het gengewas

De superaardappel, de gouden rijstkorrel en de onkwetsbare cassave zijn er eindelijk klaar voor. Na dertig jaar in het verdomhoekje - onnodig - loopt een nieuwe generatie genetisch gemodificeerde planten zich warm voor de akker. Wordt 2014 dan toch het jaar van de genetische revolutie op de boerderij?

Wie de toekomst van de landbouw wil zien, moet de handen ontsmetten en een beschermende stofjas aan voor hij de uiterst moderne kweekkas voor genetisch 'gemanipuleerde' planten van Wageningen Universiteit mag betreden.


'Hier staan ze nou', zegt onderzoeksleider Gerard van der Linden als we zijn aangekomen in het heiligste der heiligen. En daar staan ze inderdaad.


Tomatenplantjes.


Geen aardbeien die licht geven in het donker of maiskolven als watermeloenen zo groot, maar doodgewone tomatenplantjes. Het is toch een beetje zoiets als een raketbasis binnenstappen om te ontdekken dat ze er fietsen maken.


Een jaar of twintig, dertig geleden waren de verwachtingen wel anders. Op de eeuw van de natuurkunde zou de eeuw van de biotechnologie volgen, was de alom gehoorde gedachte. Nu wetenschappers eenmaal wisten dat alle wezens in feite draaien op dezelfde genetische 'software' - een systeem met genen gemaakt van dna - zou een tijd van wonderen aanbreken. We zouden het leven herprogrammeren, door genetische eigenschappen van de ene soort naar de andere te transplanteren. De rijstkorrel de vitaminen van het worteltje, de tomaat de zoutresistentie van de alg, de sojaplant de gezonde vetzuren van de vis, en de vis de groeisnelheid van de bamboeplant: de mogelijkheden leken eindeloos. Prompt zou er een tweede Groene Revolutie aanbreken, als ziektevrije gewassen, desnoods 'bioversterkt' met ingeprogrammeerde extra voedingsstoffen, de honger uit de wereld zouden verdrijven.


'Het klonk allemaal simpel. Het optimisme was groot', herinnert zich de Leidse hoogleraar moleculaire genetica Paul Hooykaas, een van de biotechnologen van het eerste uur. Maar zoals dat dan gaat met revoluties: 'Misschien hebben we toch onderschat hoe weerbarstig de praktijk is. De verbeterde planten uit het laboratorium bleken in veldproeven meestal niet beter, omdat er andere zaken aan mankeerden. Maar daarvan hebben we geleerd. Onze kennis is meer dan exponentieel gegroeid.'


Inderdaad. Zonder al te veel bombarie is de revolutie zich alsnog aan het voltrekken. Vooral de komende paar jaar, zo is het beeld dat opdoemt uit de rapporten, cijferoverzichten en analyses, barst de biotechnologische landbouwrevolutie in alle hevigheid los.


Het aantal genetisch gemodificeerde rassen dat commercieel beschikbaar is, zal dan naar verwachting verdrievoudigen: van de huidige 40 naar 120 in 2015. In aantocht zijn onder meer knallers als cassave die resistent is gemaakt tegen virussen, banaan die tegen Panamaziekte kan, en gewassen die gedijen in droogte, op zoute bodems of schrale grond. Intussen lopen de eerste patenten op belangrijke genetische technieken en gewassen af, zodat de biotechnologie in principe beschikbaar komt voor meer landen en bedrijven.


Ook de meer futuristische soorten komen in beeld. Een paar weken geleden werd in Canada de eerste oogst binnengehaald van een paarse tomaat vol anthocyanine, de antioxidant uit kruis- en bosbessen met kankerwerende en ontstekingsremmende eigenschappen. Laten dit jaar komt naar verwachting de zalm 'AquAdvantage' op de (Amerikaanse) markt, die twee keer zo snel groeit omdat een van zijn groeigenen een versnelling hoger is gezet.


Iets buiten Londen maakt het onderzoeksinstituut Rothamsted Research vorderingen met plantenrassen die natuurlijke vijanden van bladluizen aantrekken doordat ze een natuurlijk alarmsignaal voor luizen afscheiden. In Canada test men een appel die niet bruin wordt als je hem in stukjes snijdt; en in de VS werkt men aan pruimen die genetisch zijn geprogrammeerd om zonder pit te groeien. En aan gras dat zo langzaam groeit dat je het nauwelijks hoeft te maaien.


Zelfs de klassieker 'gouden rijst' - zo genoemd omdat hij goudgele korrels voortbrengt - wordt naar het zich laat aanzien dit jaar voor het eerst door boeren verbouwd. Dat is liefst twintig jaar nadat Zwitserse biotechnologen het gewas bedachten. Gouden rijst bevat twee genen uit de narcis, plus een uit een bacterie. Daarmee maakt hij bètacaroteen, een voorloperstof van vitamine A, die ook in worteltjes zit. Volgens de wereldgezondheidsorganisatie WHO worden jaarlijks tussen de 250 en 500 duizend kinderen blind door een tekort aan vitamine A, van wie de helft binnen het jaar sterft. Gouden rijst zou dat kunnen helpen voorkomen. Maar de tegenstanders zien gouden rijst vooral als symbool van hoe het niet moet: een lapmiddel, terwijl de diepere problemen - armoede en ongelijkheid - blijven bestaan.


Het zijn bedenkingen die losstaan van de techniek. 'De meeste genonderzoekers lijken ervan overtuigd dat de ergste problemen van de technologie voorbij zijn', oordeelde het Britse wetenschapstijdschrift Nature onlangs. Orlando de Ponti, oud-president van de International Seed Federation en oud-onderzoeksdirecteur van het groentezaadbedrijf Nunhems, is een van hen: 'De wetenschappelijke revolutie is geslaagd', zegt hij. 'Het enige probleem is dat de producenten er nog niet in zijn geslaagd de consumenten te overtuigen dat hier toekomst in zit.'


Want neem de tomatenplant in Wageningen. Die is eigenlijk slechts een soort kladblaadje, vertelt Van der Linden, een experiment om uit te vogelen welke genen de plant in- en uitschakelt om met zout om te gaan. Daartoe hebben de onderzoekers een soort genetisch gaspedaal ingebouwd, een zogeheten promoter, afkomstig uit een virus. 'We gooien een gen van die plant vol open, terwijl we hem pesten met zout. Zo hopen we aan de weet te komen welke genen hem een betere zouttolerantie geven.' Die kennis stelt Van der Linden beschikbaar aan kwekers en veredelaars. 'We maken hier geen genetisch gemodificeerde planten. We ontwikkelen alleen kennis.'


'Er zijn op dit moment gewoon geen bedrijven die zeggen: Wageningen, we willen een transgene tomaat', zegt agro-ecoloog Bert Lotz als hij bemerkt dat de verslaggever had gehoopt op een of ander nieuw, exotisch supergewas. 'Dat is nu eenmaal de realiteit.'


Want er is nóg een opmerkelijke ommekeer: voor het eerst in de techniekgeschiedenis doet Europa niet mee. Terwijl de aanplant van gengewassen in vooral de VS, Argentinië, Brazilië en India de afgelopen jaren met tientallen procenten per jaar steeg, liep het areaal in Europa juist iets terug. Zo'n 100 duizend hectare aan transgene gewassen telt Europa nu - een nietige 0,06 procent van de 170 miljoen hectare aan gengewassen wereldwijd. Anders gezegd: wereldwijd staat een oppervlak zo groot als West-Europa vol met gengewassen; maar het Europese areaal is kleiner dan de provincie Utrecht.


'De Europese industrie heeft het leiderschap in de plantenbiotechnologie al verloren', stelde een werkgroep van de Europese Commissie twee jaar geleden vast. In 28 landen planten 17,3 miljoen boeren gengewassen aan, en van die landen liggen er maar vijf in Europa (Spanje, Portugal, Tsjechië, Slowakije en Roemenië).


Reden: de diepe afkeer voor wat hier genetische 'manipulatie' is komen te heten. De afgelopen paar jaar trokken de grote biotechbedrijven zich, vaak hardop klagend, met proefvelden, laboratoria en al uit het oude continent terug: eerst Syngenta en Bayer, vorig jaar BASF en Monsanto. Intussen kelderde het aantal veldproeven: 113 in 2009, 51 in 2011, 44 in 2012 - amper eenzesde van het aantal proeven in de beginjaren, halverwege de jaren negentig.


Het autistische Europa, waar de mensen de neus optrekken voor gentechnologie en politici in de zak van de activisten zitten, klagen de voorstanders. 'Er zitten geen leiders in Brussel', zegt De Ponti. 'Op een gegeven moment moet je durven zeggen: waar doen we eigenlijk zo moeilijk over?'


'Europeanen hebben de neiging het voormoderne verleden te romantiseren, zonder besef van het lijden en de honger waarmee de lage oogstopbrengsten destijds gepaard gingen', aldus UvA-hoogleraar landbouw en voeding Louise Fresco begin vorig jaar in een giftig commentaar in het vakblad Science. 'De ironie is dat de generaties die het meest hebben geprofiteerd van de wetenschappelijke vooruitgang, nu het meest wantrouwend tegenover de wetenschap staan.'


Dan te bedenken dat de wieg van de biotechnologie gewoon om de hoek stond, aan de Universiteit van Gent. Daar deden Jeff Schell en Marc Van Montagu dertig jaar geleden een cruciaal experiment dat de biotechnologie op de kaart zette: ze transplanteerden een stukje dna naar een tabaksplant dat beschermende gifstoffen aanmaakt tegen insecten. Voor de eerste keer in de geschiedenis had de mens een gewas uitgerust met een totaal nieuwe eigenschap, een handigheidje dat de evolutie was vergeten.


Ironisch genoeg waren het wetenschappers zelf die op de gevaren wezen. Al in de jaren zeventig kondigden biotechnologen een zelfgekozen moratorium af op genetische modificatie, om na te denken over de risico's. Zo'n genetisch veranderde plant zal maar wegwaaien en ontsnappen en de gewone planten in de natuur verdringen. Of het genetische gewas zal onvoorziene ziekten opwekken, de ecologie van de omringende natuur verstoren, of aanleiding geven tot de evolutie van 'supertegenstanders' zoals onuitroeibaar onkruid of ijzersterke ziekten.


Inmiddels, na vijftien jaar veldervaring op grote schaal, blijkt dat mee te vallen. Het algehele beeld: genetische gewassen zijn veilig, ontregelen de natuur niet, ontsnappen wel naar de randen van de akker maar veroorzaken daar geen problemen en hebben door de bank genomen een gunstig effect op de welvaart van arme boeren, de biodiversiteit en het milieu, zo rapporteerde de Europese koepel van wetenschapsacademies EASAC afgelopen zomer.


'De conclusie uit de wetenschappelijke literatuur is dat er geen valide bewijs is dat de eerste generatie gengewassen, die nu meer dan vijftien jaar wereldwijd wordt gekweekt, verhoogd risico voor de omgeving of voor de voedselveiligheid oplevert', aldus de EASAC. Meer nog: 'Er is overweldigend bewijs dat gengewassen kunnen bijdragen aan duurzame ontwikkeling en voordeel kunnen bieden aan boeren, consumenten, het milieu en de economie.'


Ook de telkens weer opduikende verhalen over tumoren, vruchtbaarheidsproblemen en andere gezondheidsklachten verwijst de koepel van wetenschappers resoluut naar het rijk der fabelen. 'Gebaseerd op omstreden wetenschap', oordeelt de raad onder voorzitterschap van de Nijmeegse hoogleraar infectieziekten Jos van der Meer.


Minder pesticiden, minder ruimtebeslag, hogere opbrengsten: dat is ruwweg het beeld. Een recente studie volgde 500 Indiase boeren die overschakelden op Bt-katoen: hun inkomen steeg met gemiddeld 50 procent. Of neem de evaluatie die de Duitser Matin Quaim enkele jaren terug uitvoerde. De hoogleraar agro-economie analyseerde enkele duizenden deelonderzoeken: 'De beschikbare impactstudies wijzen uit dat deze gewassen grote welvaartseffecten opleveren. Gengewassen kunnen significant bijdragen aan voedselzekerheid en armoedereductie.'


Misstanden zijn er natuurlijk ook. Vooral Monsanto wordt beticht van chantage en koppelverkoop in arme landen, bijvoorbeeld door de boer te dwingen steeds weer nieuw zaad te kopen. Om nog maar te zwijgen van 'roundup-ready'-gewassen, die gebruikt moeten worden samen met het bestrijdingsmiddel 'roundup'. Te koop bij - jawel - Monsanto. 'Zo krijgt met Monsanto ook genetische modificatie een slechte naam', klaagt Lotz.


Een ander punt is de resistentie. Op veel plaatsen is onkruid immuun geworden voor roundup, waardoor het gengewas zijn voordeel feitelijk verliest en het gifgebruik weer toeneemt. Afgelopen zomer bleek uit een overzichtsstudie bovendien dat ook plaaginsecten resistent beginnen te worden tegen de oorspronkelijke, insectenwerende Bt-gewassen van Schell en Van Montagu.


Pijnlijk - en volgens tegenstanders het bewijs dat gengewassen de natuur wel degelijk verstoren. Maar ook de voorstanders eisen het gelijk op: de resistentie valt nog mee ten opzichte van wat men had verwacht, hetzelfde gebeurt bij rassen die via traditionele kruising worden versterkt, en door het gebruik van Bt-gewassen is het gebruik van insecticiden wereldwijd toch maar mooi 9 procent gedaald.


Een recente rekensom van de VN-landbouworganisatie FAO concludeerde dat de wereldvoedselprijs zonder gengewassen de afgelopen jaren 10 tot 30 procent meer zou zijn gestegen. Dat is cruciaal, want we zullen de genetische gewassen nog hard nodig hebben, zeggen agronomen. De voedselproductie groeit wereldwijd met zo'n 32 miljoen ton per jaar, maar om de groeiende bevolking bij te benen is er 44 miljoen ton groei per jaar nodig, becijferden Australische experts in het blad Science.


Tel daar de klimaatverandering, de groeiende vleesconsumptie, de stijgende vraag naar biobrandstoffen en de uitputting van landbouwgrond bij op, en het is niet vreemd dat landbouwexperts haast zonder uitzondering lonken naar moleculaire technieken.


Alleen: vertel dat maar eens in Europa. Wat er precies misging, weet eigenlijk niemand. Het zal iets te maken hebben met de moeite die we hebben met de technologisering van voedsel, denkt Frans Brom, hoogleraar ethiek van techniek in Utrecht en hoofd 'technology assessment' bij het Rathenau Instituut. 'We willen dat ons voedsel natuurlijk is, niet technologisch en fabrieksmatig', zegt hij. 'Gezellige biggetjes en Italiaanse vrouwtjes die met de hand olijfolie maken.'


Een groter contrast dan dat met de biotechbedrijven is nauwelijks denkbaar: winstbeluste multinationals die over de hoofden van de consument heen handelen in gewassen met kille catalogusnamen als GT73, MON810 of Bt11. 'We hebben hier in Europa toch een wat andere attitude tegenover grote bedrijven', zegt Bert Lotz.


Daar komt bij dat de huidige gengewassen zijn afgestemd op de grote landbouwarealen van de VS, merkt Brom op. 'In Europa is de situatie anders. De landbouw is hier onderdeel van het landschap. Wij gaan er wandelen.' Tel daarbij op de slechte Europese ervaringen met zaken als de gekkekoeienziekte BSE, en het wantrouwen is compleet. Hooykaas spreekt van 'een zekere paranoia'. Genen, wat zijn dat eigenlijk? En wat doen die enge wetenschappers allemaal?


Het gevolg is een patstelling. Van alle genetisch gemodificeerde rassen zijn er in Europa maar twee goedgekeurd - het insectenbestendige mais MON810 van Monsanto, en de zetmeelverrijkte aardappel Amflora voor de papierindustrie van BASF. In het Brusselse papiermoeras dwalen nog twaalf transgene rassen rond, op zoek naar de benodigde goedkeuringsstempels. Maar niets wijst erop dat ze die binnen afzienbare tijd krijgen.


Daarmee zou Europa zichzelf wel eens kunnen hebben, want ironisch genoeg spelen de strenge regels grote bedrijven juist in de kaart. 'De huidige langzame en dure regulering bevordert monopolies', schrijft de wetenschapskoepel EASAC in haar rapport. 'In feite zijn er maar zes grote bedrijven overgebleven die de gewassen kunnen maken', zegt ook de Wageningse hoogleraar biotechnologie Hans Tramper, doelend op Monsanto, Bayer, BASF, Dow, DuPont en Syngenta. 'Zes multinationals hebben de hele voedselketen in handen.'


En dat wreekt zich. 'Ik was vorig jaar op een workshop in India', vertelt Bert Lotz. 'Daar voelden we een sterk sentiment tegen Europa. Overal waar we kwamen, moesten we ons verdedigen. Europa onthoudt ons technologie, was het verwijt; jullie zetten een sfeer neer waardoor wij geen gebruik kunnen maken van gentechnologie.'


Het is kritiek die ook rondzingt in Afrika, weet moleculair-geneticus René Smulders van Plant Research International in Wageningen. 'Onder druk van Europa durven Afrikaanse regeringen niet goed voor gentechnologie te kiezen. Ze zijn bang voor problemen met de export naar Europese landen.'


Niettemin passeerde de wereld een paar jaar geleden stilletjes een belangrijke symbolische grens: voor het eerst vindt meer dan de helft van alle genetisch gemodificeerde landbouw plaats in niet-westerse landen. Het is een ommekeer die je ook in de Wageningse kassen kunt waarnemen. In de spinaziekas verzorgt Rafaël uit Costa Rica de plantjes, in de gangen lopen Afrikanen en Aziaten en is Engels de voertaal. 'Ik heb op dit moment niet eens Nederlandse promovendi', zegt groepsleider Van der Linden. 'Voor mensen uit landen als Ethiopië, Bangladesh en Vietnam is wat we hier doen heel relevant.'


Intussen wordt Europa steeds meer overspoeld door genproducten van buiten. Een kleine 50 voedingsgewassen zijn inmiddels toegestaan in de EU. Van al het Europese veevoer is inmiddels meer dan 70 procent transgeen. Wat dat betreft heeft Europa genetisch gemodificeerde boter op het hoofd, denken mensen die de cijfers kennen. 'Zelfs het eurobiljet is gemaakt van transgene katoen', zegt Clemens van der Wiel, een andere onderzoeker van Plant Research International. Ook de meeste kleding en steeds meer medicijnen, voedingsgrondstoffen en bijvoorbeeld vleesvervangers zijn in meer of mindere mate 'transgeen'.


'Europa is maar een eiland', zegt Hooykaas. 'En een steeds minder belangrijk eiland. In China, India, Zuid-Amerika en de VS gaan de ontwikkelingen gewoon door.'


...MAAR IS HET GENTECH?

Genetische modificatie was vroeger een grove techniek waarbij zelfs geweren werden gebruikt. Vooral de laatste tien, vijftien jaar zijn de technieken veel verfijnder geworden.

'Genetische modificatie' is het kunstmatig veranderen van de genetische opmaak van een levend wezen. Maar naarmate de technieken verfijnder worden, is steeds minder goed te zeggen wat dat precies inhoudt.


'De moleculaire plantkunde van dertig jaar geleden is niet meer te vergelijken met de plantkunde van nu', zegt de Leidse hoogleraar moleculaire genetica Paul Hooykaas. 'Totaal niet. Vooral de laatste tien, vijftien jaar is er veel gebeurd.'


Hooykaas brengt in herinnering hoe men in de beginjaren nieuw dna aanbracht in planten: door het mee te geven met een voor planten besmettelijke bacterie, of door het - letterlijk - in plantencellen te schieten, in de hoop dat het in het eigen dna van de plant zou belanden. 'Met een soort geweer schoot je dan op een petrischaaltje', zegt Hooykaas. 'Je had zelfs een wapenvergunning nodig'.


Tegenwoordig hebben de biotechnologen de vuurwapens afgezworen en is genetische modificatie weer gewoon een kwestie van druppelen met de juiste chemicaliën. Bij één techniek, met de poëtische naam 'zinkvinger-nuclease', infecteren de laboranten plantencellen met een enzym dat het planten-dna precies doormidden knipt op een plek die de laborant vooraf heeft vastgesteld. Daarna plakt de cel het doorgeknipte dna weer aan elkaar - met invoeging van een stukje kunstmatig dna, dat de laborant vlug in de cel heeft gestopt.


Zo zijn er meer vernuftige trucs, met laboratoriumnamen als CRISPR/Cas en Talens - afkortingen waarachter mondenvol schuilgaan als 'clustered regularly interspaced short palindromic repeats' en de 'transcription activator-like effector nucleases'. Soms draait het erom om op de juiste manier een nieuw gen bij een plantje in te bouwen; andere keren wil men een gen uitschakelen, harder laten draaien of beter vindbaar maken door er een 'merker' aan toe te voegen - een soort herkenningspunt in het dna.


Sommige technieken zijn zo verfijnd dat niet meer goed is te zeggen of het nou genetische modificatie is of niet. Neem 'cisgenese', waarbij men genen uit een wilde variant van een bepaald gewas overbrengt naar het kweekgewas. Dat kan met klassiek kruisen, maar met genetische technieken gaat het sneller, beter en accurater. 'Waar hebben we het dan nog over?', vraagt Hooykaas zich retorisch af.


Critici wijzen erop dat men ook bij cisgenese vaak genetische merkers of schakelaars van andere soorten inbouwt, maar biotechnologen op hun beurt bezweren dat ze al dat soort 'hulpgenen' kunnen wegpoetsen en hopen op soepelere regels. In Canada kijkt men bij de beoordeling van nieuwe gewassen bijvoorbeeld naar het resultaat van een veredelingstraject in plaats van naar de daarbij gebruikte techniek.


Een recente Zweedse analyse liet zien wat er op het spel staat: alleen al een Europese omschakeling op genetisch gemodificeerde suikerbiet, aardappel en koolzaad zou boeren naar schatting jaarlijks 2 miljard euro opleveren en 645 duizend hectare aan land vrijspelen - de provincie Flevoland keer vijf.


TABEE AARDAPPEL

Het leek een succesverhaal in de dop. Aardappelen produceren twee soorten zetmeel, maar voor de papierindustrie moet een van die soorten (amylose) eruit. Een proces dat veel energie en chemicaliën vergt. In de jaren negentig ontwikkelden aardappelbedrijf AVeBe en chemieconcern BASF daarom een genetisch gemodificeerde aardappel die geen amylose maakte. In 2010 werd de aardappel Amiflora toegelaten op de Europese markt.


Maar nog geen twee jaar later trok BASF de aardappel alweer terug, onder invloed van protesten. Nog altijd zijn biotechnologen verontwaardigd. 'De aardappel was niet voor de consumptie, het is geen gewas dat zijn genen verspreidt via zaden of pollen en het was niet eens een nieuw gen, maar een bestaande eigenschap die je uitschakelt', zegt hoogleraar genoverdracht Paul Hooykaas. 'Waar maken we ons nou zo druk over? Over wat knollen in de grond?'


NIEUW VERZET

Nieuwe gengewassen, nieuwe technieken - volgens campagneleider Herman van Bekkem van Greenpeace is het tijd voor nieuw verzet. Zijn bezwaren: de techniek is inherent onveilig voor mens en milieu, en de toepassing leidt tot machtsophoping bij grote bedrijven.


Van Bekkem: 'Wij denken dat een duurzame voedselvoorziening ook haalbaar is met conventionele technieken.'


Daarbij promoot Greenpeace bijvoorbeeld wel 'merker-geassisteerde selectie', een moleculaire techniek waarbij men gewassen kruist met hulp van genetische 'wegwijzertjes' op het dna. 'Dat heeft al geleid tot paprika met meer vitaminen en schimmelbestendige tarwe.'


'Fundamenteel' is Greenpeace' bezwaar tegen het inbrengen van 'vreemde genen', zelfs al zijn die afkomstig van hetzelfde gewas. 'De langetermijngevolgen zijn niet te overzien', zegt Van Bekkem.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.