Gemis van dierbare is niet de behoefte aan het diepe gesprek

Als vaders aan zonen verschijnen, stelt Arjan Peters vast, hebben ze aan weinig woorden genoeg.

Beeld Lisa Klaverstijn & Marie Wanders

Dit is een voorstel om het jaar op klassieke wijze te openen. Dat komt door Frank Koenegracht. Van de 71-jarige dichter verscheen Leidse epigrammen, met acht nieuwe gedichten en enkele tekeningen van eigen hand (Antiquariaat Klikspaan; euro 25). In 'Gedicht dat alles weglaat' beschrijft hij hoe zijn vader op een septembermiddag in de tuin stond, met hun oude kip Marjo aan zijn voeten. 'Mijn vader/ was goed gekleed', wat verwijst naar Gerard Reve die ooit zijn moeder in een droom terugzag, 'eindelijk eens goed gekleed'.

Maar dan. Franks vader rookt een sigaret. Ze drinken koffie. 'We zwegen.// 'Alles goed met Geeske en de kinderen,/ Is ze er niet?' Jawel ze staat/ op zolder te strijken, ze heeft een/ achterstand, blijf je nog even// dan zeg ik mijn afspraak af.' Maar de vader staat op, 'en begon te lopen,/ de oude kip voorop./ Ze verdwenen in zuidwestelijke richting.'

Dat is alles. En dat is heel veel.

Om te beginnen vroeg ik me af of Koenegracht het gedicht 'Soms, 's avonds' van Kees Buddingh' kent, uit De eerste zestig (1978): 'Soms, 's avonds, staat mijn vader in de kamer', staat daar. 'Slapen ze, Stientje en de jongens?', vraagt vader. 'We praten niet', schrijft Buddingh', 'maar 'hou je taai, hè!' knikken/ we als vroeger.'

Dan gaat vader weer weg: 'Het tuinhek piept. Ik luister naar zijn stappen,/ die vederlichte, bulderende stappen/ van iemand die terug moet in de dood.'

Frappante overeenkomsten: vader die alleen aan de zoon verschijnt, die vraagt hoe het met vrouw en kinderen gaat, en met wie niet echt wordt gesproken ('We zwegen', respectievelijk 'We praten niet'), voordat hij alweer gaat. Buddingh' schrijft dat vader terug in de dood moet, Koenegracht heeft het slechts over 'zuidwestelijke richting'. Maar zijn gedicht laat dan ook bijna alles weg. Dat de oude kip ook van de partij was, vermeldt hij nog wel.

Het kan dat Koenegracht het gedicht van Buddingh' niet kent, want het gaat hier om een universeel gevoel. Gemis van een dierbare is niet de behoefte aan het diepe gesprek dat bij leven ook nooit heeft plaatsgevonden. Wat je écht mist, zijn de zinnetjes van niks die de vanzelfsprekende aanwezigheid begeleiden.

Beide dichters laten dat zien op een manier die ik onmiddellijk herken. Eenentwintig jaar geleden is mijn vader gestorven - mijn rouw is volwassen geworden.

Gelukkig zie ik Jan Peters nog weleens.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden