Gemeenten mogen schoonmaakhulp niet zomaar stoppen

Gemeenten mogen de huishoudelijke hulp aan ouderen en chronisch zieken niet zomaar stopzetten. Zij moeten altijd eerst met hulpbehoevenden in gesprek gaan en naar de individuele omstandigheden kijken. Dat is de strekking van de gerechtelijke uitspraak in de zaak van een bejaard echtpaar uit het Friese Dantumadeel, dat hun hulp dreigde te verliezen. Zij houden ook na 1 januari 2015 voorlopig hun hulp.

Ter illustratie: een bejaarde vrouw drinkt koffie en eet een boterham. Beeld belga

De uitspraak die de voorzieningenrechter in Groningen vandaag deed is een forse streep door de rekening van veel gemeenten. Een kwart van hen wil net als Dantumadeel de huishoudelijke hulp voor iedereen afschaffen, bleek onlangs uit onderzoek van Binnenlands Bestuur. Het betreft vooral kleine gemeenten in Noord- en Oost-Nederland. De reden is dat zij door het Rijk dertig procent gekort worden op het budget voor schoonmaakhulp.

De rechter steekt nu een stokje voor deze noodgreep. 'Een categoriale stopzetting die voor alle burgers in een bepaalde gemeente geldt omdat de gemeente het beleid verandert kan niet. Zeker niet zonder deugdelijk onderzoek te doen en rekening te houden met de omstandigheden.'

Belangrijke jurisprudentie

Gemeenten mogen hulp in principe stopzetten, maar alleen nadat zij door middel van een zogeheten 'keukentafelgesprek' de persoonlijke situatie in ogenschouw hebben genomen. Dit betekent dat veel gemeenten deze gesprekken alsnog moeten voeren. De reeds ingeboekte bezuinigingen zullen zij daardoor voorlopig mislopen.

Op 30 september kreeg het Friese echtpaar van 88 en 89 jaar van de gemeente te horen dat hun huishoudelijke hulp per 1 januari zou komen te vervallen. Zonder de hulp kunnen ze niet thuis blijven wonen, zei hun dochter twee weken geleden tijdens de inhoudelijke behandeling van de zaak. 'Mijn moeder is incontinent, mijn vader bijna blind. Zonder hulp zal hun huis snel vervuilen.'

In 2012 had de gemeente Dantumadeel de situatie van het oude echtpaar nog bezien. Toen was de conclusie dat zij recht hebben op zeven uur hulp per week. 'Uit niets blijkt dat daarna de persoonlijke omstandigheden zijn verbeterd', stelde de rechter. Daarop verklaarde hij hun bezwaar gegrond.
Ieder(in), de koepelorganisatie voor mensen met een beperking of chronische ziekte die het echtpaar juridisch bijstond, is verheugd met de uitspraak. 'De rechter heeft duidelijk gemaakt dat hulp niet zomaar beëindigd kan worden omdat er bezuinigingen aankomen', aldus een woordvoerder. Ieder(in) gaat uit van een precedentwerking voor vergelijkbare gevallen. 'Iedereen die bezwaar maakt, gaat gelijk krijgen', aldus Matthijs Vermaat, de advocaat van het Friese echtpaar.

De rechter kwam tot zijn besluit op basis van de huidige Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) uit 2007. Volgend jaar geldt de nieuwe Wmo 2015. Daarmee worden gemeenten volledig verantwoordelijk voor ondersteuning. 'Maar ook onder de nieuwe wet zullen gemeenten door middel van een gesprek per geval moeten nagaan wat mensen nodig hebben en wat zij zelf kunnen', aldus Vermaat.

Een vrouw demonstreert op het Binnenhof tegen de bezuinigingen op de langdurige zorg. Beeld anp
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.