NieuwsSamenwerking jeugdzorg

Gemeenten moeten samenwerken in jeugdzorg om continuïteit zorg te waarborgen

Gemeenten moeten gaan samenwerken in de jeugdzorg. Er komen 42 regio’s waarin gemeenten de specialistische zorg samen regelen. Deze regio’s spreken dan in langlopende contracten reële prijzen af met zorgaanbieders. Dat staat in een brief aan de Kamer van ministers Dekker en De Jonge.

Vorig jaar staakten jeugdzorgwerkers voor het eerst in de Nederlandse geschiedenis vanwege crisis in de jeugdzorg.Beeld ANP

Het was eerder aangekondigd maar minister Hugo de Jonge van Volksgezondheid en minister Sander Dekker voor Rechtsbescherming gaan nu echt ingrijpen in de jeugdzorg. In een brief aan de Tweede Kamer hebben zij een reeks wetswijzigingen aangekondigd waarin zij de teugels in de jeugdzorg aanhalen. Een eerste wetsvoorstel is al gepubliceerd. Sinds 2015 zijn gemeenten verantwoordelijk voor alle jeugdzorg. Zij raken nu een deel weer kwijt van de vrijheid om de jeugdzorg naar eigen inzicht te regelen.

De overdracht van de jeugdzorg aan gemeenten is geen onverdeeld succes en heeft vooral voor kinderen met complexe problemen tot veel ellende geleid. Jeugdzorginstellingen kregen te maken met verschillende eisen die gemeenten stelden bij het afsluiten van contracten, die vaak ook kortlopend waren. De eerste specialistische instellingen zijn inmiddels failliet gegaan zoals Juzt, Lijn 5 en de Hoenderloo Groep. Als noodverband heeft De Jonge dit jaar een pot van 20 miljoen euro voor noodsubsidies beschikbaar gesteld.

Vrijblijvendheid

Gemeenten werken weliswaar vaak samen met buurgemeenten maar, zo schrijven de ministers, ‘de vrijblijvendheid van de samenwerking in de jeugdhulpregio zorgt ervoor dat het samenwerken de gemeenten veel tijd en energie kost’. Zo werkt Amsterdam nu nog samen met veertien omringende gemeenten, maar volgend jaar valt dat verband uit elkaar.

Gemeenten van hun kant probeerden de toeloop op de jeugdzorg in te dammen met eigen organisaties. Voor kinderen met complexe problemen zijn lange wachtlijsten ontstaan voordat zij hulp krijgen.

Het resultaat is dramatisch. Jongeren krijgen te laat passende hulp en worden vaker doorgeplaatst. Er zijn meer crisisincidenten en langere wachtlijsten. ‘De werkdruk en wachttijden’, schrijven de ministers, ‘voor de specialistische hulp nemen toe, met financiële zorgen, hoog ziekteverzuim en een hoog personeelsverloop tot gevolg.’ 

Contracten voor drie jaar

Juist voor kinderen met complexe problemen willen De Jonge en Dekker gemeenten dwingen tot samenwerking in zo’n 42 regio’s. Die moeten contracten van drie jaar afsluiten met gespecialiseerde instellingen, zodat die duidelijkheid krijgen over de continuïteit van de zorg die zij kunnen leveren. Het gaat bijvoorbeeld om intensieve ambulante vormen van jeugdhulp, jeugdhulp in het kader van een urgente crisissituatie, pleegzorg en gezinsvervangend verblijf, verslavingszorg en jeugdreclassering.

Voorlopig gaan De Jonge en Dekker uit van de bestaande 42 jeugdhulpregio’s. Zij zien daarbij wel een probleem. In 2015 werden gemeenten ook verantwoordelijk voor alle zorg aan zelfstandig wonende hulpbehoevenden en voor de Participatiewet. Deze zorg, de Participatiewet en de jeugdzorg heten samen het ‘sociaal domein’. De Jonge en Dekker ‘beseffen dat er een spanning is met andere regio-indelingen in het sociale domein. Dit belemmert een integrale aanpak binnen het sociale domein.’ De minister van Binnenlandse Zaken mag zich hier van hen over buigen. Samen met de minister voor Binnenlandse Zaken hebben De Jonge en Dekker wel een conceptwetsvoorstel gepubliceerd om het ideaal van ‘één gezin, één plan, één regisseur’ te realiseren. Het idee was dat mensen met ‘meervoudige problemen’ zoals schulden, handicap, verslaving door de gemeente in het sociaal domein beter geholpen konden worden. Nu blijkt dat privacyregels dat blokkeren. Die blokkade wil het kabinet opheffen.

Reële tarieven

De jeugdzorgregio’s moeten met zorgaanbieders in langlopende contracten voortaan niet meer de laagste prijs bedingen maar ‘reële tarieven’. Daarbij moet rekening worden gehouden met bijvoorbeeld de kosten van beroepskrachten, kosten voor niet-productieve uren van de beroepskrachten als gevolg van verlof, ziekte, scholing, werkoverleg en ‘overheadkosten’. Het conceptwetvoorstel over minimale tarieven die gemeenten moeten afspreken met jeugdzorginstellingen en thuiszorgorganisaties, de Wet maatschappelijk verantwoord inkopen Jeugdwet en Wmo 2015, is al gepubliceerd. Volgens de Wmo zijn gemeenten verantwoordelijk voor alle zorg aan thuiswonende hulpbehoevenden met bijvoorbeeld thuiszorg.

De afgedwongen samenwerking van gemeenten in jeugdzorgregio’s was al aangekondigd in het regeerakkoord in 2017. De Jonge en Dekker willen vóór de zomer een wetsvoorstel publiceren dat na een inspraakronde mogelijk in het najaar bij de Tweede Kamer wordt ingediend. Het is de vraag of het parlement de behandeling kan afronden voor de in maart volgend jaar geplande verkiezingen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden