Nieuws persoonsgerichte aanpak

Gemeenten houden geradicaliseerde moslims scherp in de gaten, maar deze aanpak kent ook een keerzijde

Afgelopen weken was er veel lof voor de persoonsgerichte aanpak bij radicale moslims. Aanleiding was de arrestatie in Arnhem van de 34-jarige Hardi N. Maar zo’n aanpak heeft ook zijn keerzijde.

Politie-onderzoek naar terreurverdachten in Arnhem, 27 september dit jaar. Beeld Foto EPA

Op een dag besluit Achmed vrouwen geen hand meer te geven. Dat mag niet van de islam, zegt hij. Achmed trekt ook steeds vaker op met jongeren die anderen in de buurt aanspreken op het feit dat ze niet bidden. Over een van Achmeds nieuwe vrienden wordt gezegd dat hij heeft geprobeerd om naar Syrië te reizen voor de jihad.

Voor een jongerenwerker die Achmed vaak in het buurthuis zag maar nu niet meer, is dit aanleiding om bij een politiecontact een melding te doen. Achmed is waarschijnlijk aan het radicaliseren, vertelt hij: wat te doen?

Zonder dat Achmed het weet komen allerlei instanties in actie. Achter gesloten deuren vindt een zogeheten ‘wegingsoverleg’ plaats tussen de gemeente, politie en het Openbaar Ministerie. Daar wordt beoordeeld of de zorgen over Achmed terecht zijn. Kan hij een gevaar voor de openbare orde opleveren?

Is het antwoord ja, dan wordt Achmed onderwerp van ‘casusoverleg’. Hier doen naast de gemeente, politie en het Openbaar Ministerie (OM) ook zorginstanties aan mee. Die kunnen specifieke kennis over hem hebben uit het verleden. Denk aan de reclassering, maar ook aan een leerplichtambtenaar. Soms zit er iemand van de Algemene Inlichtingen en Veiligheidsdienst (AIVD) aan tafel. Uit een casusoverleg kunnen vervolgens verschillende maatregelen vloeien, van ‘zachte’, zoals het aanbieden van hulp bij het vinden van een baan, tot ‘harde’, zoals een strafrechtelijk onderzoek.

Voor Achmed wordt het in eerste instantie een zachte maatregel. Hij krijgt een wijkagent aan de deur die zijn zorgen uit. Later, als Achmed steeds verder blijkt te radicaliseren, kan tijdens een casusoverleg besloten worden om een hardere maatregel in te zetten. Achmed zit op dat moment in het traject van de zogeheten persoonsgerichte aanpak en daar zou hij pas uit kunnen komen als duidelijk is vastgesteld dat er geen dreiging meer van hem uitgaat.

Politie-onderzoek naar terreurverdachten in Arnhem, 27 september dit jaar. Beeld Foto EPA

Lof

Het geval van Achmed is fictief, maar het beleid van de persoonsgerichte aanpak (PGA) bestaat echt. Afgelopen weken was er veel lof voor deze PGA. Aanleiding was de arrestatie vorige week donderdag in Arnhem van de 34-jarige Hardi N. Zijn arrestatie, en die van zes anderen, betekende het einde van een terreurcel die vergevorderde plannen voor het plegen van een aanslag zou hebben.

Volgens burgemeester Ahmed Marcouch van Arnhem konden N., de spil in de terreurcel, en twee andere Arnhemmers, worden gearresteerd doordat de gemeente tijdig zorgen uitte naar de inlichtingendiensten. ‘We hadden deze mannen al heel lang in beeld’, zei Marcouch. ‘Ze behoren tot een groep van circa 25 Arnhemse jongeren waarover we ons zorgen maken. We kennen hun vaders en hun moeders en al hun relaties. Dat is de basis van het succes. Zo kunnen we aanslagen voorkomen.’

Specifiek wordt met de persoonsgerichte aanpak lokaal beleid bedoeld waarbij politie- en inlichtingendiensten, gemeentelijke instanties en zorginstanties – reclassering, jeugdzorg, jongerenwerkers – samenwerken om geradicaliseerde moslims in de gaten te houden. De methode lijkt op de Top600-aanpak van Amsterdam, waarbij de gemeente samen met onder meer de politie en het OM de zeshonderd personen volgt die de afgelopen jaren zware criminele feiten pleegden. In het geval van de PGA gaat het om jongeren die terugkeerden van de jihadistische strijd in Syrië of Irak, die probeerden uit te reizen, of om personen die er radicaal islamitische ideeën op nahouden. Om te voorkomen dat zij overgaan tot terroristisch geweld, worden zij dicht op de huid gezeten. Hoe precies, daarover willen de inlichtingendiensten vanwege de aard van het werk niet uitweiden. Links- en rechts-extremisme kunnen ook onder de PGA vallen, maar dat lijkt minder vaak voor te komen.

Uit navraag van de Volkskrant bij 26 gemeenten blijkt dat minstens 160 geradicaliseerde moslims door Nederlandse gemeenten en politie- en veiligheidsdiensten in de gaten gehouden. Een compleet beeld is dit niet. Sommige gemeenten willen geen aantallen delen uit vrees dat dit is te herleiden naar individuen.

Twintig gemeenten

Een leidraad voor het onderzoek is een lijst van twintig gemeenten die sinds 2015 jaarlijks 6 miljoen euro ontvangen van het ministerie van Veiligheid en Justitie voor de versterking van de persoonsgerichte aanpak. De acht gemeenten die het leeuwendeel toebedeeld krijgen – Den Haag, Amsterdam, Utrecht, Rotterdam, Delft, Arnhem, Zoetermeer, Gouda – gelden algemeen als de gebieden waar de meeste Syriëgangers en terugkeerders vandaan komen.

Hardi N. had ook een geschiedenis die hem in aanmerking deed komen voor een persoonsgerichte aanpak. Vorig jaar werd hij in hoger beroep tot 24 maanden gevangenisstraf (waarvan 21 voorwaardelijk) veroordeeld wegens een poging tot uitreizen naar Syrië.

De PGA voor radicale moslims zoals die nu wordt toegepast, heeft volgens Jon Schilder, hoogleraar staats- en bestuursrecht aan de Vrije Universiteit van Amsterdam, een lange, soms rommelige geschiedenis. ‘Een jaar of twaalf geleden was er de aanpak van ‘bestuurlijk pesten’. Dat ging redelijk ver. Mensen van wie werd vermoed dat ze aan het radicaliseren waren, werden bij hun dagelijkse gang van zaken verstoord door de politie. Nu is de aanpak verbeterd. Naast repressie wordt ook, op een dwingende manier, hulp geboden bij het zoeken naar onderwijs of werk.’

Belangrijk in de evolutie van de PGA is de moord op Theo van Gogh in 2004 geweest. Toen is een structuur voor radicaliserende moslims ontwikkeld. In de loop van de tijd heeft deze Amsterdamse aanpak navolging gekregen in andere gemeenten en is het formeel bekend komen te staan als de PGA.

Het traject bij een persoonsgerichte aanpak loopt bij islamitische radicalisering vaak zoals bij de fictieve Achmed. ‘Soms wordt tijdens zo’n overleg iemand op vrijwillige basis aan een maatschappelijk werker gekoppeld’, zegt Annemarie van de Weert, onderzoeker aan het Kenniscentrum Sociale Innovatie van de Hogeschool Utrecht, waar ze onderzoek doet naar de lokale aanpak van extremisme. ‘Maar er kan ook worden besloten om hardere maatregelen te nemen zoals het opleggen van een gebiedsverbod. Dat kan met de tijdelijke wet bestuurlijke maatregelen die wordt ingezet om terreurnetwerken te verstoren.’

Politieonderzoek op 27 september in een woning in Vlaardingen in verband met een grote anti-terreuractie waarbij zeven mannen zijn aangehouden in Weert en Arnhem. Beeld Foto ANP

Schaduwzijden

Critici wijzen ook op de schaduwzijden van de PGA. Het is niet altijd even duidelijk waarom iemand eronder valt en ook wie nog nooit met justitie in aanraking is geweest, kan in een PGA-traject terechtkomen. Soms is het dragen van een baard genoeg, zeggen advocaten die cliënten bijstaan die met de PGA te maken hebben. Er juridisch tegen in verzet komen is ook lastig – de beslissing wordt achter gesloten deuren genomen en de instanties geven geen inzage in hun besluitvorming.

Neem bijvoorbeeld de Nederlandse moslim Mo – niet zijn echte naam – van wie eind 2016 plotseling zijn paspoort werd ingetrokken. Waarom dat gebeurde, was hem aanvankelijk niet duidelijk. Mogelijk had het iets te maken met zijn aanhouding in 2010 in Frankrijk vanwege het verstrekken van gegevens of financiering aan een terreurgroep, maar daarvan werd hij tot twee keer toe in hoger beroep vrijgesproken. Navraag bij zijn gemeente leerde dat het vermoeden bestond dat hij zou uitreizen naar Syrië. Waarop dat was gebaseerd, werd hem niet verteld. Mo wendde zich uiteindelijk tot de rechter en in 2017 kreeg hij zonder verdere uitleg plotseling zijn paspoort terug.

‘Je komt niet te weten waarom een paspoort wordt ingenomen en waarom het later weer wordt vrijgegeven’, zegt Jo-Anne Nijland, advocaat van Mo. ‘De gedachte erachter is misschien nog enigszins begrijpelijk, de overheid wil bepaalde risico’s voorkomen. Maar soms treffen ze daarbij mensen die niets misdaan hebben. Die kunnen zich niet verdedigen omdat ze niet weten waarom de overheid hen in hun vrijheid beperkt.’

Zorgen

Amnesty International deelt de zorgen over de gebrekkige rechtsbescherming bij de persoonsgerichte aanpak. Ook ontbreekt volgens de mensenrechtenorganisatie het toezicht op de PGA: wie oordeelt over de duur, of die proportioneel is en het niet leidt tot discriminatie?

‘Het monitoren van potentieel risicovolle mensen zit over het algemeen goed in elkaar’, zegt onderzoeker Annemarie van de Weert. ‘Maar uiteindelijk blijft het mensenwerk. Er worden ongetwijfeld inschattingsfouten gemaakt, omdat iedereen bij de beoordeling reageert vanuit zijn eigen referentiekader. Wat jij een risico vindt, is over het algemeen een puur subjectieve beoordeling. Dat kan vooral een valkuil zijn in de voorfase; de zogenaamde vroegsignalering van radicalisering.’

Van de Weert noemt het voorbeeld van een niet-islamitische jongen die op school had geïnformeerd naar de Koran. Dat was genoeg om een melding over hem te maken bij de autoriteiten. De gemeente stuurde daarop de politie langs om poolshoogte te nemen. Wat bleek: de moeder van de jongen had sinds kort een islamitische vriend. De jongen was daardoor nieuwsgierig geraakt. Volgens Van de Weert is dit de keerzijde van snelle signalering. De islam wordt soms te makkelijk gelijkgesteld aan potentieel terrorisme. Dat vergroot het gevoel van stigmatisering en kan tot maatschappelijke wrok leiden.

Terrorisme-onderzoeker Jelle van Buuren van de Universiteit van Leiden is bekend met deze kanttekeningen, maar waarschuwt ook voor een te simpele weergave. ‘Mensen die binnen de persoonsgerichte aanpak werken, nemen hun taak heel serieus. Ze weten dat je niet zomaar het etiket extremist moet opplakken. Een PGA wordt pas toegepast als er een uitgebreide analyse is gemaakt. Al die interventies bij een PGA vinden bovendien plaats binnen de wet. Er zijn voorbeelden van zeer kwetsbare jonge mensen die dreigden meegezogen te worden in radicale clubjes – als je ze daaruit weet los te weken dankzij een PGA, bescherm je ze in feite.’

Zorgelijker vindt Van Buuren de politieke druk op de instanties die verantwoordelijk zijn voor de PGA. Sommige dossiers kunnen niet gesloten worden omdat de politiek verlangt dat mensen tot in de lengte van dagen worden gevolgd. ‘De politiek is bang dat een van die mensen later een aanslag pleegt. Als dan blijkt dat hun dossier is gesloten, breekt de pleuris uit. Daarom wordt de persoonsgerichte aanpak soms niet afgesloten, terwijl daartoe volgens professionals wel aanleiding is.’

Voor de Arnhemse burgemeester Marcouch staat voorlopig het succes van de PGA voorop. Hij pleit ervoor de aandacht voor radicalisering ‘hoog op de agenda’ te houden, ‘opdat we er alles aan doen om te voorkomen dat er iets gebeurt’.

Met medewerking van Erik Verwiel

Lees meer over de persoonsgerichte aanpak:

Gemeenten volgen zeker 160 geradicaliseerde moslims op de voet
Zeker 160 geradicaliseerde moslims worden momenteel door gemeente en politie​- en veiligheidsdiensten actief in de gaten gehouden. Vooral de gemeenten Amsterdam (59), Den Haag (‘enkele tientallen’), Arnhem (20) en Rotterdam (38) volgen veel geradicaliseerde moslims. Deze individuen vallen onder de zogeheten ​Persoonsgerichte aanpak voorkoming radicalisering en extremisme (PGA).

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.