Analyse Ruitengooier

Gemeente was gewaarschuwd over ‘ruitengooier’, verandert dat de zaak?

Eind 2017 kwamen er bij de gemeente al signalen binnen dat de 29-jarige Syrisch-Palestijnse vluchteling Salah A. radicaliseerde. Een paar weken later sloeg hij toe.

Exterieur van het Joodse restaurant HaCarmel. Foto ANP

Heeft de gemeente Amsterdam een inschattingsfout gemaakt?

Daar lijkt het wel op. NRC Handelsblad meldt woensdag dat een medewerker van de Dienst Werk- en Inkomen eind 2017 het Meld- en Adviespunt Radicalisering van de gemeente waarschuwde over Saleh A. Dit was enkele weken voordat A. begin december de ruiten insloeg van het Joodse restaurant HaCarmel, en een Israëlische vlag stal. Zelf droeg hij een Palestijnse vlag bij zich en riep ‘Allahu akbar’ en ‘Palestina’.

De gemeente wil de melding om privacyredenen bevestigen noch ontkennen. Maar Willem van Vliet, de advocaat van Saleh A., zegt dat ook hij ‘informeel’ van de melding heeft gehoord.

Bij zo’n melding - waarvan er jaarlijks tientallen bij de gemeente binnenkomen - moeten de antiradicaliseringsambtenaren van de gemeente de casus bespreken met politie en justitie. Aan de hand van een ‘beoordelingskader’ wordt het risico ingeschat. Hoe die afweging in het geval van zijn cliënt precies is verlopen, weet Van Vliet niet. ‘Maar de uitkomst ken ik wel: hij is doorverwezen naar de geestelijke gezondheidszorg.’ Na zijn daad is A. alsnog toegewezen aan de veel zwaardere Persoonsgerichte Aanpak Radicalisering (PAR).

Wat betekent die persoonsgerichte aanpak?

Dat verschilt, de naam zegt het al, per persoon. Het kan relatief bescheiden zijn met periodieke gesprekken en hulp bij het vinden van een baan, tot bijna permanent toezicht met bijvoorbeeld een enkelband. Het doel is in elk geval om ‘mensen te bewegen radicaal of anti-integratief gedrag te staken’. In totaal zitten er zo’n vijftig Amsterdammers in de persoonsgerichte aanpak. Een grove rekensom leert dat ongeveer één op de vijf personen over wie een melding binnenkomt in de PAR terecht komt.

In het geval van Saleh A. bestaat de aanpak volgens zijn advocaat naast psychische hulp ook uit afspraken met de reclassering, hulp bij financiën, en gesprekken over de manier waarop hij zijn geloof beleeft. Advocaat Van Vliet begrijpt dat zijn cliënt na de vernieling onder veel strengere controle staat. ‘Meneer heeft gelukkig gezworen dat hij het niet nogmaals zal doen, maar ik vind het logisch dat de autoriteiten daar na de vernieling ook zeker van willen zijn.’

Overigens staat helemaal niet vast dat A. niet had toegeslagen als hij wel direct was toegelaten tot de PAR. Ook binnen dat regime zijn bijna altijd momenten waarop de deelnemers alleen in de publieke ruimte zijn en dus de kans hebben om zich te misdragen.

Het Openbaar Ministerie noemt Saleh A. een verwarde man. Hij wordt ‘slechts’ vervolgd voor vernieling en diefstal en niet voor terrorisme, wat afgelopen maanden tot veel publieke verontwaardiging heeft geleid. Werpt dit nieuws een ander licht op die beoordeling door het OM?

Nee. In het artikel in NRC wordt de suggestie gewekt dat politie, justitie en de gemeente ontkennen dat de daad van Saleh A. politiek-ideologisch gemotiveerd was. Maar daarover heeft nooit twijfel bestaan. Het doelwit, de obsessie met de vlag en de kreten van A. tijdens de vernieling spreken op zich al boekdelen. A. verklaarde bovendien dat de actie een reactie was op de erkenning van Jeruzalem als de hoofdstad van Israël door de Amerikaanse president Trump.

Hoezeer dergelijke politieke motieven kunnen samengaan met verwarring - of geestesziekte - bleek uit de conversatie tussen A. en de rechter tijdens de eerste zitting half januari. De rechter vroeg hem daar naar het feit dat A. in verhoren heeft gezegd dat hij een ‘vulkaan is die op uitbarsten staat’.

A.: ‘De woede die ik heb, komt door Israël. Ik blijf mij omdraaien, omdraaien tot ik aan Palestina kom. Ik wil dat leger alleen met de hulp van God tegenkomen.’

Rechter: ‘Ik probeer het te begrijpen.’

A: ‘Ik kom hier naar Nederland om papieren te krijgen en terug te keren. Maar deze idioot Trump maakt het onmogelijk.’

A. is, in de woorden van zijn eigen advocaat, ‘een psychologisch wrak’. Hij liep trauma’s op in Syrië, waar hij zou hebben gevochten tegen Al Nusra en IS. Ook in Nederland kreeg hij volgens zijn raadsman een mentale tik toen hij een kind verloor.

Waarom wordt A. ondanks die politieke motivatie alleen vervolgd voor vernieling en diefstal en niet voor een terroristische daad?

Radicale opvattingen gekoppeld aan een misdrijf zijn volgens de wet nog geen terrorisme. Daarvoor moet de dader ook aantoonbaar het doel hebben de bevolking of een specifieke bevolkingsgroep angst aan te jagen, of de bedoeling een overheid of organisatie te dwingen iets ‘te doen, na te laten of te dulden’. Dat kan volgens het OM in deze zaak niet worden aangetoond.

Advocaten die optraden namens de Joodse gemeenschap hebben via het gerechtshof geprobeerd het OM te dwingen toch een terroristisch oogmerk ten laste te leggen. Dat heeft het hof echter op alle punten afgewezen. De hoofdofficier heeft wel steeds benadrukt dat het feit dat A. met zijn actie veel Joden heeft geschokt en bang heeft gemaakt uiteindelijk wel in de strafmaat tot uiting zal komen.

Ook leidde de zaak al tot parlementaire acties. De Tweede Kamerfracties van ChristenUnie en GroenLinks werken aan een initiatiefwet om  hate crimes apart strafbaar te stellen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.