Gematigde moslims zijn onzichtbaar

Videobeelden van door extremistische moslims gedode gijzelaars krijgen volop aandacht. Geestelijk leiders die de terreur veroordelen worden nauwelijks gehoord.

De vrijlating van de twee Italiaanse Simona's tezamen met andere gijzelaars na weken in handen te zijn geweest van Iraakse rebellen is een welkome breuk met de aaneenschakeling van horrorberichten die uit Irak komen. Ditmaal toonden de gijzelnemers, radicale soennitische moslims, genade. Dat deden ze niet in het geval van Jack Hensley en Eugene Armstrong, de twee Amerikanen die kort na elkaar in september werden onthoofd.

De beelden van deze koelbloedige moorden schokten de wereld en vormden een nieuw hoofdstuk in de reeks van beelden van gewelddadigheden die tegenwoordig met grote regelmaat uit de islamitische wereld komen, variërend van Irak tot Beslan tot Saudi-Arabië.

In reactie op het gijzelingsdrama in Beslan schreef de bekende Arabische commentator Abdel Rahman al-Rashed dat 'het een feit is dat niet alle moslims terroristen zijn, maar het is ook een feit, en uitermate pijnlijk, dat bijna alle terroristen moslim zijn'. Meer specifiek lijken zij soennitische moslims te zijn, voornamelijk aanhangers van het wahabisme, een orthodoxe stroming van de islam die domineert in Saudi-Arabië.

Rasheds ongewoon kritische commentaar markeerde een nieuwe wending in het debat omtrent de islam en terrorisme, dat sinds de aanslagen van 11 september 2001 wordt gevoerd en dat onder invloed van de recente gebeurtenissen weer oplaait. Meer dan ooit lijkt er een strijd te woeden tussen twee stromingen binnen de islam, één die pleit voor een gematige koers, de ander die pleit voor radicaal geweld. Maar zelfs binnen dit debat neemt Rashed een afwijkend standpunt in, zoals hij zelf stelt: 'Laat ons beginnen met een eind te maken aan een geschiedenis van ontkenning. Laten we erkennen dat ze er zijn, in plaats van ze te negeren of de pogingen ze te rechtvaardigen met misplaatst aplomb.'

Rasheds column werd bekritiseerd omdat hij naliet op te merken dat er ook gewelddadigheden tegen burgers worden uitgevoerd door niet-islamitische groeperingen. Zijn gebruik van het woord terrorist wordt door velen oneerlijk gevonden omdat Rashed niet ingaat op de woede en bittere gevoelens die achter het geweld schuilgaan. In de regio is sprake van een Pavlov-reactie zodra kritiek wordt geuit op gewelddadigheden gepleegd door moslims - gesteld wordt steeds dat die acties in de juiste context geplaatst moeten worden.

Wanneer Palestijnse strijders een bus opblazen, volgt vanuit de Arabische wereld zelden een onvoorwaardelijke veroordeling, maar wordt een poging gedaan de beweegredenen te verklaren - zelfmoordaanslagen zijn het enige wapen dat Palestijnen hebben tegenover de Israëlische F16's. Wanneer geestelijken in Irak gevraagd wordt of ze de onthoofding van gijzelaars veroordelen, vermijden ze immer een direct antwoord en bekritiseren ze het Westen voor de vele aandacht die één onthoofde gijzelaar krijgt, terwijl dagelijks tientallen Irakezen gedood worden.

Degenen die het geweld veroordelen zeggen dat ongeacht hoe terecht of ernstig de woede binnen deze groeperingen ook is niets het vermoorden van kinderen of het onthoofden van een gijzelaar kan rechtvaardigen.

Op dit moment lijken degenen die een gematigde koers voorstaan in de minderheid. Tijdens een recente talkshow op de Arabische tv-zender Al Jazeera werd kijkers gevraagd of ze de ontvoeringen die in Irak plaatsvinden geoorloofd vinden. De uitslag: 96 procent antwoordde met 'ja'. Hoewel het allerminst een wetenschappelijk onderbouwde enquête is geeft de uitkomst toch een zeker inzicht in hoe de kijkers van deze tv-zender de gebeurtenissen in Irak ervaren.

Gelet op de populariteit van Al Jazeera in de regio rijst de vraag of dit standpunt in brede zin door Arabieren en moslims wordt gedeeld. Er lijkt momenteel zeker sprake van een trend in de Arabische wereld om via extreem geweld een boodschap uit te dragen, ongeacht wat de boodschap is.

Maar het is moeilijk te zeggen of de radicale groeperingen die deze bloedige acties uitvoeren een tendens representeren. Ze profiteren in ieder geval van de grote aandacht in de media, waardoor het lijkt alsof ze de moslimwereld domineren.

Als de meest vooraanstaande Egyptische religieuze leider, Mohammed Sayed Tantawi, verklaart dat de verminking van lijken in strijd is met de islam, en als Libanons hoogste shi'itische geestelijke, grootaytollah Seikh Mohammed Hussein Fadlallah, zegt dat de islam het ontvoeren en vermoorden van buitenlanders die werken en zich veilig voelen in een moslimstaat niet toestaat, moeten die uitspraken het opnemen tegen de aandacht die afgrijselijke video-opnamen van onthoofdingen krijgen.

Ook op het internet lijken de radicale moslims te domineren. Ze zijn de bron van de verspreiding van islamitische websites en chatrooms, die iedere iedere dag door honderden mensen bezocht worden die venijnige boodschappen achterlaten waarin ze het doden van gijzelaars - inclusief de kinderen in Beslan - toejuichen.

Deze websites krijgen weer veel aandacht in de media, omdat er ook berichten van de gijzelnemers in Irak en militante groeperingen in Saudi-Arabië opstaan. Websites als 'vrije moslims' en 'moslims tegen terreur', die het geweld veroordelen en aansporen tot dialoog worden nauwelijks in de pers genoemd.

Maar als de gematigden niet gehoord worden, betekent dat dan dat de radicalen aan de winnende hand zijn? Gilles Kepel, een bekende Franse arabist en islam-deskundige, heeft onlangs een boek uitgebracht getiteld The war for Muslim Minds. Hij zegt dat ondanks alle schijn de radicale moslims er niet in slagen om andere doelen te bereiken dan het gebruik van geweld om maar geweld te gebruiken.

De aanslagen van 11 september 2001 mogen dan wel beschouwd worden als de eerste officiële oorlogsverklaring van Osama bin Laden, zegt Kepel, maar in de drie jaar die sindsdien verstreken zijn heeft Al Qa'ida geen enkele islamitische regering in het zadel geholpen of meer gerechtigheid gebracht voor de moslimwereld. In plaats daarvan heeft het radicale islamisme tot strijd en onmin binnen de islam geleid.

Kepel omschrijft deze ontwikkeling met het Arabische woord fitna, dat strijd betekent. 'Het heeft een tegengestelde betekenis aan jihad', schrijft Kepel, 'het omschrijft een oorlog in het hart van de islam, een centrifugale kracht die tot desintegratie van de gelovige gemeenschap dreigt te leiden.

De Franse auteur betoogt dat de wereld niet getuige is van een oorlog tegen de VS, maar van een oorlog om de ziel van de islam. Echter, ook als de oorlog van terreur niet alleen om de VS draait, voedt het Amerikaanse beleid het geweld. Als de gematigde moslims als winnaars van de strijd tevoorschijn komen, zal het beleid van de VS in de regio kritisch onderzocht moeten worden, zal de situatie in Irak effectief moeten worden aangepakt, en zal vooral het Israëlisch-Arabisch conflict moeten worden opgelost. Op die manier zal radicale moslims excuses voor het gebruik van geweld worden ontnomen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden