Gemanipuleerde zonnebloem maakt pas op de plaats

VanderHave mag niet verder met zijn genetisch veranderde zonnebloemen. De vergunning klopt niet. Bovendien veroorzaakte het ingebouwde sneeuwklokjes-gen net een rel in de Britse pers....

Rik Nijland

DEZE WEEK sloegen tegenstanders van genetische manipulatie twee vliegen in één klap. Dinsdag schorste de Raad van State een vergunning voor veldproeven met transgene zonnebloemen door VanderHave. De Raad stelt daarmee vraagtekens bij een nieuwe wijze van risicobeoordeling in de agrarische biotechnologie.

Daarnaast wordt door deze uitspraak een omstreden gen tijdelijk van de Nederlandse velden geweerd. De bewuste zonnebloem is namelijk onder meer uitgerust met het zogeheten sneeuwklokjes-gen, dat bekendheid verwierf dank zij dr. Arpad Pusztai, de onderzoeker die vorig jaar augustus bij het Rowett-instituut in Aberdeen met pensioen werd gestuurd nadat hij zich in de pers negatief had uitgelaten over genetisch gemanipuleerde aardappelplanten.

In deze piepers was een gen uit het sneeuwklokje ingebracht dat planten beschermt tegen insectenvraat. Dit gen regelt de aanmaak van een lectine, GNA, dat insekten slecht bekomt, maar de mens, naar werd aangenomen, ongemoeid laat. Ook al bleek naderhand dat Pusztais aantijgingen op wetenschappelijk drijfzand waren gebaseerd, toch is het sneeuwklokjes-gen sindsdien verdacht.

In 1995 deed het onderzoekslaboratorium van VanderHave in Rilland een aanvraag voor veldproeven met genetisch gemanipuleerde zonnebloemen, waarin enkele tientallen genen inclusief het sneeuwklokjes-gen zouden worden ingebouwd. Wereldwijd is zonnebloemenzaad voor VanderHave-moederbedrijf Advanta een miljoenenhandel.

De inbouw van het sneeuwklokjes-gen is volgens Cees Noome van VanderHave geen reden tot zorg. 'Ik heb de ophef in Groot-Brittannië nooit zo goed begrepen. We weten dat lectines in principe gevaarlijk kunnen zijn. Daarom zijn de planten ook niet bestemd voor menselijke consumptie. In de olie die uit de zonnebloemzaden worden geperst, zit in principe geen lectine meer. Uiteraard zullen we dat heel goed controleren. Is dat toch het geval, dan is het over en uit.'

De oorspronkelijke vergunningaanvraag die VanderHave eind 1995 bij VROM indiende om de genetisch gemanipuleerde zonnebloemen buiten uit te mogen zaaien, stelde de commissie die de veiligheidsaspecten beoordeelt van dergelijke aanvragen, de Cogem, voor problemen.

Tot dan toe had de commissie alleen geoordeeld over aanvragen voor de inbouw van slechts enkele genen. In dit geval werd een waslijst van ruim vijftig genen ingediend voor heel verschillende doeleinden, bijvoorbeeld voor schimmel-, herbicide- en insectenresistentie. VanderHave wilde de ruim vijftig genen in wisselende combinaties toepassen om zo tot een optimale plant te komen. Een 'scheppingsproces' dat doorgaans achter laboratoriummuren plaatsvindt.

Hoewel niet duidelijk is welke gencombinaties er precies op het veld komen te staan, stemde de Cogem in met de aanvraag. Daarmee haar eigen stelregel negerend om 'geen plannen te beoordelen, maar planten'. De commissie ging door de bocht omdat zij weinig problemen voorzag met de individuele genconstructen en omdat er weinig kans bestond dat de genen zouden ontsnappen naar wilde familieleden of naar cultuurvariëteiten in de omgeving.

De afgelopen jaren werkte VanderHave op basis van de verleende vergunning, aangevuld met twee wijzigingen om nog wat extra genen aan de zonnebloemen te mogen toevoegen. De derde wijziging is het bedrijf echter fataal geworden. Twee particulieren, L. Eijsten en J. van der Meulen betoogden in hun pleitnota voor de Raad van State dat de risicobeoordeling door de Cogem en VROM tekort schoot, omdat dient uit te worden gegaan van een 'precies gedefinieerde plant met een precies gedefinieerde modificatie'. De Raad schorste daarop de wijzigingsvergunning. Pas over enkele weken volgt de motivatie, waardoor voorlopig, ook voor VanderHave, onduidelijk is of de hele vergunning onderuit is gehaald of alleen het derde wijzigingsvoorstel. En al over een maand moeten de zonnebloemen de grond in.

VanderHave is niet de enige in Nederland met het sneeuwklokjes-gen als biotechbouwsteen. Vorig jaar diende Bejo-zaden in Warmenhuizen een vergunningaanvraag in voor veldproeven met spruit- en bloemkool die door het ingebrachte gen moeten worden beschermd tegen de melige koolluis en rupsen van het kleine koolwitje. Insecten waartegen nu nog gespoten wordt.

'Het gekke is dat we onder meer op grond van de literatuurgegevens van Pusztai tot de conclusie zijn gekomen dat dit lectine veilig is. Als blijkt dat het in de praktijk inderdaad werkt tegen de plaaginsecten, zullen we gezien alle ophef en voordat we verder nog een gulden investeren, een uitvoerig toxicologisch onderzoek doen', stelt Bert Schrijver van Bejo.

In april gaan de eerste gemanipuleerde zaden van de kool de grond in, verwacht Schrijver, en in mei zullen de plantjes buiten worden uitgepoot. Enkele weken later zal blijken of de proef doorgang mag vinden, als de Raad van State bezwaren tegen de vergunningverlening behandelt.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden