Gemanipuleerde soja is op weg naar uw keuken

De teller staat nu op 7 miljard mensen. In 2050 zijn er mogelijk 10 miljard. Hoe gaan we al die mensen voeden? Met genetisch gemodificeerde gewassen, geloven de onderzoekers van Monsanto.

Het gebouw in de voorstad van St. Louis, Missouri, blikkert in de zon. De oorzaak blijkt pas van dichtbij: op het dak staat een imposante batterij kassen. Achter glas worden hier duizenden maisplantjes getest, elk met een eigen streepjescode, die op de etages eronder genetisch zijn gemanipuleerd.


De Chesterfield Biotech Research Facility is het hol van de leeuw. Hoofdkwartier van mogelijk het meest omstreden bedrijf ter wereld, het gentech-concern Monsanto, protagonist van de industriele landbouw. Bekend van Roundup, het succesvolste onkruidgif ter wereld. En van genetisch gemanipuleerde zaden die bestand zijn tegen datzelfde gif.


De campus oogt echter als die van een gemoedelijke provinciale universiteit, niet in het minst door de busladingen rondslenterende bezoekers, maisboeren met honkbalpetjes. Iedereen lijkt hier vanzelfsprekend te geloven in gentechnologie, voor een Europese bezoeker een wat ontregelende ervaring.


Monsanto is wel veranderd, vindt Monsanto zelf. Het 110 jaar oude bedrijf (zie kader) presenteert zich tegenwoordig als groen. Het heeft de vuilste chemische onderdelen afgestoten en is zich behalve op gentech voor bulkgewassen als mais, soja en katoen gaan richten op de klassieke veredeling van groenten en fruit, onder meer door het opkopen van zadenhuizen als het Nederlandse De Ruiter Seeds. Het bedrijf heeft zelfs de gewone consument ontdekt.


De reden is nogal prozaïsch: Monsanto's octrooi op glyfosaat, het actieve bestanddeel van Roundup, is in 2000 verlopen. De meeste glyfosaat wordt inmiddels in China geproduceerd. In 2014 loopt ook het octrooi af op Monsanto's eerste transgene gewas, Roundup Ready Soja. Dan mag de gentechniek door de concurrentie worden gebruikt. Monsanto is daarom op zoek naar nieuwe sellers met toegevoegde waarde, al blijft de gentechnologie voorop staan.


Het bedrijf presenteert gentech als een ware missie. 'De wereldbevolking groeit tot 10 miljard in 2100', zegt Dusty Post, Global Corn Technology Lead. 'En al die mensen moeten eten, dus de vraag naar tarwe, mais en soja zal enorm toenemen. De hoeveelheden beschikbare landbouwgrond en water helaas niet. We moeten dus met dezelfde middelen meer produceren. Wij willen de opbrengsten, van mais, soja en katoen daarom gaan verdubbelen. Maar dat kan alleen met gentechnologie.'


We worden rondgeleid langs de dna-labs en de 104 klimaatkamers, waar prille sojaplantjes als ic-patiënten worden vertroeteld. Door lange gangen met ingelijste patenten en demonstratievitrines, blakende maisplanten mét en verwelkte zonder bescherming tegen insecten. En naar de 'seed chippers' in de kelder, robots die volcontinu flinters van zaden afschaven zodat hun dna gescreend kan worden zonder de kiemkracht van het zaad te vernietigen.


Wij zitten in de 'seed protection business', zegt rondleider Gary Barton. Zaad heeft de maximale opbrengst op de dag dat je het in de grond stopt. Vanaf dat moment wordt het voortdurend minder, door ziekte, stress (bijvoorbeeld droogte), onkruid, insecten. Een veld mais levert theoretisch 500 bushels per acre, in de praktijk maar 160 (in de VS, elders nog minder). 'Wij proberen de opbrengst te maximaliseren en schadelijke factoren te minimaliseren.'


Dat gebeurt door gewassen te ontwikkelen met zoveel mogelijk weerstand tegen alle aanslagen op het veld. Via klassieke veredeling, waarbij je goede genen door te kruisen zo goed mogelijk op goed geluk combineert, en via gentech, waarbij je genen gericht inbrengt, vaak over de soortgrens heen (vandaar transgeen). Het zijn complementaire 'platforms'. 'Het heeft geen zin kostbare gentech te combineren met slechte variëteiten. Je combineert je beste eigenschappen met je beste kruisingen.'


Ontwikkeltijd

Het ontwikkelen van gentechgewassen is een zaak van lange adem, vergelijkbaar met dat van een geneesmiddel. Een product ontwikkelen vergt gemiddeld tien jaar en een investering van 100 miljoen dollar (73 miljoen euro). Van het opsporen van nuttige genen, de genetische modificatie, het selecteren van de planten en het via gewone veredeling inkruisen van de traits in hoogwaardige variëteiten (voor mais worden elk jaar nieuwe hybriden ontwikkeld) tot aan het 'opbulken'van verkoopbaar zaad.


De ontwikkeling begon in de jaren negentig simpel met het inbrengen van één gen per eigenschap, zoals een gen dat de plant bestand maakt tegen een bestrijdingsmiddel (Roundup) of hem zijn eigen insecticide laat aanmaken (Bt), en werd daarna uitgebreid tot meerdere genen per eigenschap, en combinaties van eigenschappen, het zogenaamde stapelen of stacking.


Monsanto's nieuwste maisproduct, Genuity SmartStax, een maishybride met een uitgebreide herbicidetolerantie en een ingebouwde insectenbestrijding boven en onder de grond, is gebaseerd op acht gestapelde genen: twee tegen twee herbicides, Roundup en Liberty (van Bayer), plus zes Bt-genen: sommige doden rupsen op de grond, andere op de stam, weer andere op de kolf.


De belangrijkste drijfveer is de strijd tegen resistentie, zegt Dusty Post. Niet zozeer de resistentie van onkruid tegen Roundup - dat is vooral een kwestie van regelmatig van teelt wisselen - maar die van insecten tegen Bt. 'Insecten passen zich voortdurend aan, het is een soort wapenwedloop. Bij één enkel (Bt) gen kan resistentie optreden binnen 10 tot 20 jaar. Bij twee genen pas na 20 tot 40 jaar. We zijn inmiddels bezig met een derde gen. Het gaat daarbij overigens niet om een gen dat we inbouwen, maar om een rna-interferentie-techniek.'


Boeren zijn verplicht 15 procent van hun land met niet-transgene hybriden te beplanten, een refuge, om te voorkomen dat een hele lokale insectenpopulatie weerstand tegen een gen opbouwt. Voor het gemak verkoopt Monsanto nu Refuge in a Bag, waarbij elke zak zaaigoed reeds het vereiste percentage gewoon zaad bevat. 'De boer hoeft niet meer te becijferen hoeveel refuge hij moet zaaien, het zit al in de zak.'


Niet ver van St. Louis, aan de overkant van de Mississippi in Zuid-Illinois, zijn de resultaten van vijftien jaar gentechnologie overduidelijk. 'Hier in de corn belt van het Midden-Westen is gentech de norm', zegt Greg Guenther, mais- en sojaboer in Belleville, Illinois, die zijn bedrijf laat zien. Vrijwel alle soja op de akkers, tot aan de horizon, is genetisch gemanipuleerd, evenals bijna alle mais (92 procent van alle soja en 86 procent van de mais in de VS is transgeen).


Dat succes is volgens Guenther niet voor niets. 'Mijn maisoogsten zijn in dertig jaar meer dan verdubbeld, van 90 naar 187 bushels per acre. Het gewas is meer constant. Het kan beter tegen het weer, het verdedigt zichzelf tegen insecten en het groeit beter.' Is er dan geen nadeel? 'Jawel: het is duur; maar de voordelen wegen ertegenop. Ik weet dat jullie er in Europa, met jullie obsessie met eten, anders over denken, maar jullie boeren doen zichzelf te kort.'


Ochtendplant

De pijplijn van Monsanto bevat naast nieuwe versies van gewassen met een nog bredere tolerantie voor nog meer herbiciden en een nog betere bescherming tegen nog meer insecten inmiddels ook enkele projecten die gericht zijn op zogenoemde complexe eigenschappen, de tweede generatie genetisch gemodificeerde eigenschappen.


Zoals 'yield and stress', opbrengst en alles wat daar negatieve invloed op heeft. 'Dan heb je het over het hele organisme van de plant en zijn verhouding tot zijn omgeving, zegt Thomas Ruff, director Yield and Stress Traits. 'Dat gaat niet meer over een enkel gen, maar over families van genen.' Veel van dit kostbare bonderzoek wordt gedaan samen met de Europese concurrent BASF.


Ruffs team werkt aan planten die efficiënt omgaan met stikstof (en dus minder kunstmest nodig hebben) maar ook aan 'intrinsic yield'. 'We willen dat een plant zijn potentieel realiseert.' Dat is vooral een probleem bij soja. Gewone veredeling heeft al sojavariëteiten opgeleverd met meer bonen per peul, waardoor ze 7 procent meer opleveren. Ruff sleutelt nu ook aan een gen dat het dag-nachtritme van de sojaplant beïnvloedt, zijn inwendige klok. 'Om zijn opbrengst te vergroten proberen we er een soort ochtendplant van te maken.'


Een andere complexe eigenschap is droogtetolerantie, mede van belang vanwege de opwarming van de aarde. Een studie in Science (mei 2011) liet zien dat de landbouwopbrengsten de afgelopen dertig jaar minder zijn gestegen dan zonder opwarming was gebeurd (5,5 procent bij tarwe). Klimaatverandering kan dus oogsten in gevaar brengen. Het verst gevorderd is Monsanto met mais, waaronder variëteiten die zuiniger omgaan met water. Het eerste product, voorzien van een bacterieel gen, komt in de VS in 2012 op de markt.


De nieuwste tak van sport zijn gewassen met een verbeterde voedingswaarde, de derde generatie van genetisch gemodificeerde eigenschappen. Er zijn wat producten voor de veevoer, zoals alfalfa met minder houtstof, maar hoge verwachtingen zijn er vooral van twee gepimpte sojabonen voor humane consumptie. De ene boon heeft een extra hoog gehalte aan onverzadigde vetzuren, wat een stabiele bakolie oplevert zonder schadelijke transvetten. De andere boon bevat omega-3-vetzuren en is goed voor hart en bloedvaten.


Vooral dit laatste product, Soymega SDA Omega-3 Soybeans, is een hoogstandje, zegt projectleider Federico Tripodi. De beste omega-3-vetzuren komen uit vis; maar visolie ruikt, tja, naar vis. Ze is lastig te verwerken en vanwege de overbevissing weinig duurzaam. Tripodi's team heeft dus een sojaplant ontwikkeld die dankzij twee extra genen (afkomstig uit primula en uit een paddenstoel) stoffen (SDA) maakt die beter in de juiste omega-3 vetzuren worden omgezet, en die gekruist met de beste Roundup Ready soja. 'Het heeft ons 12 jaar gekost, maar het product is nu in fase vier, en vrijwel klaar voor de markt.'


Transgene producten voor menselijke consumptie stellen hoge eisen op het gebied van voedselveiligheid, zegt Tripodi, maar de voorzichtigheid in de Europese Unie acht hij overdreven. Volgens toezichthouder FDA zijn langdurige consumptieproeven onnodig zo lang transgene producten 'wezenlijk gelijkwaardig' zijn aan gewone producten. 'Een vreemd stukje dna is onschadelijk. We eten jaarlijks kilo's dna en dat verteren we gewoon. In theorie kan een vreemd eiwit een allergische reactie oproepen, maar om dat uit te sluiten volstaat simpel proefdieronderzoek.'


We moeten wel zorgen dat Amerikaanse consumenten op hun eigen wijze en in hun eigen tempo leren wennen aan deze technologie, zegt David Stark, ondervoorzitter Consumer Traits. Een transgene soja-olie die goed is voor hart en bloedvaten is alvast een fijne binnenkomer. 'Wij denken dat het helpt dat er straks eerlijke transgene producten in de supermarkt liggen, waarmee mensen zich kunnen identificeren en waarvoor ze bewust kunnen kiezen.'


Genetische modificatie, een nog altijd omstreden technologie

Bij genetische modificatie van een gewas wordt een gen met een gewenste eigenschap via recombinant-techniek in het dna van een kiemcel gestopt, meestal via een bacterie of virus. De plant wordt opgekweekt om te zien of de eigenschap is aangeslagen. Zo ja, dan wordt de plant met de nieuwe 'trait' vaak via klassieke veredeling gekruist met een gewone variëteit met bewezen hoge opbrengst.


De eerste transgene gewassen kwamen vijftien jaar geleden op de markt: soja met tolerantie voor het herbicide glyfosaat (Roundup Ready, RR) en katoen met een ingebouwd insecticide afkomstig uit de bacterie Bacillus thuringiensis (Bt). Voordeel: de boer hoeft minder te spuiten en haalt meer opbrengst (6 tot 29 procent meer). Het gros van de soja, de helft van de katoen en eenderde van de mais (in areaal) zijn wereldwijd nu transgeen.


Toch heeft gentech de hooggespannen verwachtingen niet ingelost. Hoewel de technieken beter zijn geworden, blijft het vooral beperkt tot de bestrijding van 'onkruid en beestjes'. Het inbouwen van complexere eigenschappen, zoals droogteresistentie, blijkt lastig. Voor menselijke voeding interessante eigenschappen stuiten op argwaan bij de consument.


Er leven talloze bezwaren tegen gentechnologie. Milieubeschermers vrezen de verspreiding van vreemde genen naar wilde soorten, iets wat beperkt gebeurt maar vermoedelijk niet bestendig is. Anderen menen dat voedingsmiddelen met transgene ingrediënten schadelijk zijn voor mens en dier. Gezondheidsschade is nog nooit aangetoond, volgens sommigen omdat niet lang genoeg is gezocht.


De regulering van gentech loopt internationaal sterk uiteen. De VS heeft het meest liberale beleid, beperkt tot wat milieubepalingen. De EU is het strengst. Sinds 1998 is er een moratorium op de toelating van nieuwe gentech-gewassen. Alleen Bt-mais mag worden verbouwd, in zes landen. Een aantal gewassen mag geïmporteerd en verwerkt worden. Sinds 2004 is de regulering aangescherpt. Zo is er een richtlijn voor het traceren en etiketteren van producten met gentech.


MONSANTO, EEN FAVORIET HAATOBJECT

Monsanto is een producent van vooral genetisch gemodificeerde landbouwzaden. Het Amerikaanse bedrijf is daarin wereldmarktleider met een omzet van 10,5 miljard dollar, een nettowinst van 1,1 miljard dollar en 21.400 werknemers (2010). Bijna een kwart van hen werkt in R&D, waarin 1,2 miljard dollar per jaar omgaat.

Decennialang was het in 1901 opgerichte Monsanto vooral een chemiebedrijf, actief in onder meer ddt, pcb's en groeihormonen. In 1970 introduceerde het glyfosaat, een breedspectrum-herbicide dat onder de naam Roundup het meest verkochte onkruidgif ter wereld werd. In de jaren tachtig stapte Monsanto in gentech. In 1996 was er een eerste product: een sojaplant met tolerantie voor Monsanto's eigen glyfosaat.

Vanaf 2000 verlegde Monsanto de koers. De meeste chemische onderdelen werden afgestoten. Via overnames van zaadbedrijven als Seminis (2005) en De Ruiter (2008) versterkte het bedrijf zich in klassieke veredeling. Het opereert nu fifty-fifty in gentech en veredeling en bezit een van de grootste genenbanken ter wereld.

Monsanto ('MonSatan') is een favoriet haatobject van tegenstanders van gentechnologie en globalisering. De kritiek richt zich onder meer op de veronderstelde schadelijkheid van transgene gewassen voor mens en milieu, het strenge octrooibeleid van het bedrijf en de rol die Monsanto's soja speelt bij de ontbossing van de Amazone. Glyfosaat zou bovendien geboortedefecten veroorzaken.

Monsanto wijst er steevast op dat al zijn producten door toezichthouders zijn goedgekeurd en er geen peer reviewed studies zijn die aantonen dat gentech onveilig of ongezond is.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden