Gelukkige herinneringen aan een avontuurlijke oorlog in Libanon

Omdat iedereen alles van voetbal en film weet, kan ook voor film een van de wetten van voetbalfilosoof Johan Cruijff gelden: elk nadeel heeft zijn voordeel....

Van onze verslaggever Peter van Bueren

ROTTERDAM

land valt weinig te melden, maar als de omstandigheden bar en boos zijn, liggen de drama's voor het opscheppen.

Andersom heeft elk voordeel zijn nadeel, en misschien komt het daardoor wel dat films uit een vredig land als Nederland weinig te zeggen hebben, zeker op een festival als dat van Rotterdam, met zijn tientallen aangrijpende filmische getuigenissen.

In de laatste categorie valt het debuut van Ziad Doueiri, die werd geboren in Libanon en op zijn twintigste verhuisde naar de Verenigde Staten. Daar werkte hij als assistent-cameraman voor onder meer Reservoir Dogs en Pulp Fiction. Ziad Doueiri was thuis al steeds met een filmcamera in de weer, bij Tarantino leerde hij genoeg bij om zelf een film te maken: West Beyrouth, een verwerking van jeugdervaringen.

In 1975, toen Ziad Doueiri 12 jaar was, brak in Libanon de burgeroorlog uit. Op school wordt nog het Franse volkslied gezongen, en Tarek Noueiri krijgt billenkoek als hij een nationale hymne aanheft. Er is voor straf al snel geen plaats meer, wanneer de veiligheid op straat afneemt. Pal voor de school worden passagiers van een bus doodgeschoten, geweld breekt uit op elke hoek van de straat, de moslims van West-Beiroet komen andere wijken niet meer binnen, zoals het leven van christenen niet meer veilig is wanneer zij zich juist in West-Beiroet vertonen.

In die snel uit elkaar vallende stad volgt de film twee moslimbroers,

van wie de een met een super 8-camera alles opneemt wat hij ziet, en een christenmeisje. Kinderen in de oorlog: vaak vertoond. Maar zijn ervaringen heeft Ziad Doueiri gebruikt om ook een sterke film te maken. Misschien ook wel om zijn eigen geheugen op te frissen, want achteraf meldt hij dat naar zijn herinnering die oorlog een niet echt

ongelukkige tijd was.

Dat heb je wel meer met oorlogsherinneringen: iedereen was één, er was veel huiselijke gezelligheid, gevaar en avontuur, net een jongensboek. Deze optiek zit ook in West Beyrouth, die ook levendige informatie verschaft hoe het er in die stad aan toeging. Twintig jaar

geleden nog maar, snel vergeten en door deze film weer even geactualiseserd.

Aan de kop van de publieksenquête op het festival staat, net vóór Festen, al enkele dagen My Name is Joe van Ken Loach, die vandaag nog

één keer te zien is. Het zijn vaak kleine, aandoenlijke en sympathieke films die in Rotterdam het hoogst scoren bij het publiek.

Aandoenlijk zijn bijna alle films van Loach, de Engelse regisseur die

het blijft opnemen voor de gewone man. De ene keer slaagt hij er beter in dan de andere om zijn betrokkenheid te tonen in een film die

ook goed van zichzelf is.

My Name is Joe is een betere Ken Loach-film. Loach heeft er al menige

prijs voor gekregen, en in zijn dankwoord wijst hij er steevast op dat er nog veel moet worden gedaan voor de kanslozen in de maatschappij. Veel van zulke kanslozen wonen in de arme buurten van Glasgow. De film is het portret van de werkloze Joe, die net van de drank af is, valt voor een sociaal werkster en zelf ook sociaal werk doet als trainer van een erbarmelijk slecht voetbalteam van medewerklozen.

De onweerstaanbaar natuurlijke hoofdrolspeler Peter Mullan won de acteursprijs in Cannes en presenteert in Rotterdam ook zijn regiedebuut Orphans, een krankzinnige geschiedenis van Schotten die het spoor bijster raken. Mullan lijkt Joe zelf, zoals hij hier rondloopt met zijn bijna onverstaanbare Schotse accent en een flesje bier als zijn beste kameraad. Eén ding moet je bij Mullan niet doen, zelfs al is het Rotterdam: hem herinneren aan de Europacupfinale waarin Feyenoord zíjn Celtic met 2-1 versloeg. Dan ontploft hij en wordt wordt Peter weer even helemaal Joe.

Vandaag ook nog die fantastische State of Dogs, een voornamelijk Belgisch-Mongolische coproductie, met een zeldzaam uitgangspunt. In Mongolië denken de mensen dat een hond na zijn dood als mens terugkeert op aarde.

De zwerfhond Baasar wordt neergeschoten door de plaatselijke hondendoder, een van de drukste baantjes in de hoofdstad Ulaanbaatar,

want er lijken daar wel net zo veel honden als mensen te wonen. Tot zijn lijk geheel is vergaan, zwerft de ziel van de hond nog rond, en in die periode vraagt Baasar zich af of hij wel een mens wil worden.

Ruimte genoeg voor allerlei prachtige beelden van Mongolië, poëzie en

volksmythen. Het originele gegeven en de schitterende vorm maken State of Dogs tot een film die zich nergens mee laat vergelijken.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden