Gelukkig geen gelijk

Ik krijg graag ongelijk. Nu het regime van Saddam is verdampt, roepen voorstanders van de Amerikaanse inval de tegenstanders van de oorlog ter verantwoording: 'Als het aan jullie had gelegen, had Saddam nog stevig in het zadel gezeten....

Via The New York Times was een gitzwart scenario uitgelekt. Volgens Amerikaanse inlichtingendiensten was Irak van plan om bruggen op te blazen, dammen door te prikken en de voedselhulp aan het zuiden van het land te staken. Zestien miljoen mensen, van wie de helft kinderen, zijn afhankelijk van voedselhulp. Het regime wilde de opmars van de geallieerden stoppen door een humanitaire ramp te veroorzaken. Mijn vrees was dat juist omdat de regering van Saddam nooit is betrapt op veel scrupules, een oorlog tegen het regime ten koste zou kunnen gaan van de mensen waarvoor de Amerikanen zeggen op te komen. Ik heb gelukkig ongelijk gekregen.

Wat zegt dat over mijn oordeel destijds? Is angst een slechte raadgever? Ik geloof het niet. De paradox is dat wie niet denkt in termen van wit en zwart zich eerder vergist, maar toch zinniger redeneert. Het zijn kleine verschillen die de doorslag geven. Oog krijgen voor die verschillen verbetert het oordeel. Voor strenge pacifisten is politiek gemakkelijk. Ze zijn tegen elk gebruik van geweld. En ook mensen die om juridische redenen tegen de oorlog waren, hebben weinig reden om te wikken en wegen. Een snelle overwinning maakt niet dat de Amerikanen en de Britten met terugwerkende kracht een mandaat krijgen van de veiligheidsraad. Een rechtsgrond laat zich niet antedateren.

Lastiger is het voor mensen zoals ik die politieke keuzes willen beoordelen op basis van de gevolgen. Zij zijn gedwongen om telkens onvergelijkbare grootheden tegen elkaar af te wegen. Het is winst als Saddams regime valt. Het is verlies als daar veel slachtoffers bij vallen. Het is winst als de soevereiniteit van een staat niet langer een vrijbrief is voor grootscheepse mensenrechtenschendingen. Het is verlies als de internationale rechtsorde wijkt als dat Amerika goed uitkomt. Het is winst als landen in het Midden-Oosten democratischer worden. Het is verlies als het Amerikaanse optreden leidt tot een religieuze radicalisering in de islamitische wereld. Een moreel oordeel is in deze optiek onherroepelijk verbonden met een inschatting van de effecten. Gelukkig heb ik het verloop van de strijd verkeerd ingeschat.

Voorstanders van de oorlog vinden nu dat tegenstanders moeten ophouden met hun gezeur. Al dat pessimisme leidt tot niets. Dat is me iets te gemakkelijk. De relatief eenvoudige overwinning van Amerikanen en de Britten, betekent nog niet dat het eindoordeel over de oorlog positief uitvalt. Voor een eindoordeel is het nog te vroeg. Nog steeds hebben veel Irakezen geen schoon water. Nog steeds is het de vraag wat er met de voedselhulp gebeurt nu het bestuurlijk apparaat amper functioneert. Nog steeds maak ik me zorgen of de Amerikaanse politiek niet leidt tot een religieuze radicalisering.

De Amerikanen onderschatten hoezeer ze in het Midden Oosten worden gehaat. De beelden van het neerhalen van het standbeeld van Saddam waren indrukwekkend. Maar het scanderen van de leuze 'Saddam is een vijand van God', vergeet ik evenmin. Afgelopen zondag stond in The Observer een indrukwekkend portret van radicale shi'iten in wat vroeger Saddam City heette. Zij maken de dienst uit in de sloppenwijk en streven onverbloemd naar een islamitische staat. De massale pelgrimstocht van dinsdag naar Karbala zou heel goed kunnen uitlopen op een massaal politiek protest tegen de aanwezigheid van de Amerikanen.

In tegenstelling tot de euforische voorstanders geloof ik dat zeuren zin heeft. Het is aan de halsstarrigheid van de tegenstanders te danken dat de Amerikanen steeds meer de nadruk zijn gaan leggen op het vestigen van een democratie in Irak. Dat is een dure belofte. Dat lukt alleen als de overgangsregering het vertrouwen weet te winnen van de Irakezen. Het bewaken van het ministerie van olie terwijl de ziekenhuizen worden overgeleverd aan de plunderaars, helpt daarbij niet. Net zo min als het bevoorrechten van de ene politieke groepering (het Irakees Nationaal Congres) boven andere. Het zou verstandig zijn als de Amerikanen een stap terug doen ten gunste van een bewind met een breder draagvlak. Helaas wijst er weinig op dat de regering Bush dat van plan is. Mijn vrees is dat de ramkoers van de Amerikaanse neoconservatieven, leidt tot een religieuze radicalisering. Dan komt er weinig terecht van de democratisering van het Midden Oosten. Maar ik hoop van harte dat ik ongelijk krijg.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden