Gelukkig gaat Carlos op zoek naar de boei

Vandaag in Ware Wetenschap: de boei van Jan-Berend Stuut raakt los en moet gered worden.

De boei wordt geborgen Foto de Volkskrant

Geoloog Jan-Berend Stuut zit net te vertellen over zijn onderzoek - hij wil weten hoe uitwaaiend Saharazand de algengroei op zee beïnvloedt - als een luide stem het gesprek onderbreekt.

'En, heb je al iets gehoord? Volgens mij hebben ze contact gelegd.' In de deuropening van Stuuts kantoor staat Yvo Witte, technicus bij het Nederlands instituut voor zeeonderzoek NIOZ, waar Stuut werkt.

'Je valt met de neus in de boter', zegt Stuut, terwijl hij naar de telefoon loopt. 'Het hoort natuurlijk wel bij onderzoek, die onvoorspelbaarheid.' Na meerdere telefoongesprekken schrijft hij een naam op: ene Carlos. 'We hebben iemand gevonden die bereid is ons te helpen', legt Stuut uit.

Carlos werkt bij het zee-onderzoeksinstituut INDP, op de Kaapverdische Eilanden. En nu staat hij op het punt om iets voor Stuut te doen: met een schip op zoek gaan naar Stuuts onderzoeksboei, die ergens nabij Kaapverdië op zee dobbert.

Tegenslagen
Als er in de reeks Ware Wetenschap één ding opvalt, is het wel hoeveel er mis kan gaan. Telepathie-onderzoeker Dick Bierman zijn medium is ziek, robotonderzoeker Guszti Eibens robotjes zijn niet op tijd af, en Jan-Berend Stuut zijn onderzoeksboei is losgeslagen en weggedreven. Goed dat de boei een GPS-baken heeft. 'Zodra hij buiten zijn zone komt gaat hij gillen. En roept hij eens in de paar uur: ik ben hier!' Zo zagen de onderzoekers toe hoe de boei naar het zuidwesten dobberde, helemaal van Mauritanië naar de Kaapverdische eilanden, zo'n 900 kilometer verderop.

Een paar dagen later ontvangt Stuut een e-mail, met het onderwerp 'Sabotage'. Dat belooft niet veel goeds. Maar het valt mee. Carlos heeft de ruim 2,5 ton kostende boei gevonden en is zo vriendelijk geweest om foto's te maken. Het gele, drijvende onderzoeksstationnetje ziet er nog goed uit, maar de ankerkabel is doorgesneden.

Stuut heeft een mogelijke verklaring: waarschijnlijk is een visser met zijn lijn komen vast te zitten in de kabel van de boei. Met het mes wist de visser zijn materiaal te redden, waarmee hij dat van het onderzoeksteam heeft geofferd.

'We willen opsporen welk schip het is geweest', zegt Stuut. 'Niet eens om verhaal te halen of zoiets, maar vooral om te weten of dat ook kan.' In theorie wel: uit de sensoren van de boei is af te lezen wanneer de boei werd losgesneden; aan de positiegegevens van de scheepvaart welk schip op dat moment in de buurt was.

Drie maanden zonder data
Aanzienlijk is in elk geval de immateriële schade: een gat van ruim drie maanden in de onderzoeksdata. Stuut telt zijn zegeningen: 'Ik ben blij dat hij weer terecht is. En als het goed is zitten er 20 monsters in. Die kunnen we alvast gaan onderzoeken.'

En de boei zelf? Die verlaat Kaapverdië per zeecontainer. In november wordt hij weer te water gelaten, als Stuut en zijn team de zee op gaan met hun eigen onderzoeksschip. En dan maar hopen dat de vissers hem met rust laten.

Meer over