Gelukkig, de computer vervaagt

Wie zit er te wachten op nog sneller internet? Iedereen, vindt de Amerikaan Robert Grossman, want dan kan elke computer alle andere bijstaan....

Veel computergebruikers benutten het grootste deel van de tijd maar een fractie van de capaciteit van hun harde schijven, werkgeheugen en processoren.

Eeuwig zonde, want er zijn tegelijkertijd ook mensen die regelmatig computercapaciteit tekort komen, en daarom kostbare nieuwe computers aanschaffen die dan weer een groot deel van de tijd niets staan te doen. Het probleem is dat computerkracht verdeeld is over aparte kastjes die elkaar niet te hulp schieten als dat nodig is.

Dat gaat veranderen. In wetenschappelijke kringen gebeurt het steeds vaker dat computers zo gekoppeld worden, dat ze van elkaars capaciteiten gebruik kunnen maken. Als de ene onderzoeker een zware rekenklus op zijn pc draait en de ander is even lunchen, dan geeft de processor van de laatste een seintje dat hij wel wat extra werk kan gebruiken. Zo is die rekenklus sneller af. Grid-technologie heet dat.

Idealiter gebruik je niet alleen de overtollige rekenkracht van de collega in de kamer naast je, maar ook de rekenkracht van een complete onderzoeksgroep in Australië die thuis op één oor ligt. Dan moet je wel een heel snelle verbinding hebben, zodat het eigenlijk niet uitmaakt of je eigen processor data van je harde schijf haalt of dat de processor van een Australische computer dat doet.

Zulke verbindingen zijn er sinds kort, in Nederland in de vorm van het supersnelle academische netwerk SURFnet5. Nederlandse en Amerikaanse onderzoekers vestigden onlangs samen een nieuw wereldsnelheidsrecord: binnen een minuut pompten ze 6,7 gigabyte door een glasvezel van bijna 11.000 kilometer lang. Dat is vele malen sneller dan nodig is om die informatie van de harde schijf te halen en in het werkgeheugen van een computer te zetten. Anders gezegd: afstand is nauwelijks een belemmering meer.

Hartstikke leuk allemaal, maar niet zo erg interessant, betoogde Robert Grossman vorige week tijdens een seminar in Amsterdam, georganiseerd door isoc.nl, de Nederlandse vereniging van internetprofessionals. 'Want wie is er nou geïnteresseerd in het gebruiken van andermans processorcapaciteit? Weerkundigen, hoge-energiefysici, een paar mensen bij defensie, dan heb je het wel gehad.'

Grossman, directeur van het Laboratory for Advanced Computing aan de University of Illinois in Chicago, had lef, want hij sprak onder andere tot prof.dr. Cees de Laat, onderzoeker aan de Universiteit van Amsterdam en medehouder van het snelheidsrecord.

De Laat glimlachte. Hij had Grossman zelf uitgenodigd. De Amerikaan wil namelijk een stap verder. Als alle op internet aangesloten apparaten zich meer en meer gaan gedragen als één enkele computer, komt namelijk ook een enorme hoeveelheid data beschikbaar. Die is veel interessanter dan de kale rekenkracht.

Pardon? Iedereen die data wil delen kan die nu toch al op internet zetten? Grossman: 'Als iemand in de krant iets zegt over de oorlog in Irak, kan ik een paar termen bij zoekmachine Google intikken om de bronnen te verifiëren. Dat is waar. Maar als iemand een wetenschappelijke bewering doet, bijvoorbeeld over het verband tussen El Niño en de verspreiding van cholera, dan vind ik misschien wel gegevens over El Niño en over cholera, maar vervolgens moet ik nog een paar maanden lang een student aan het rekenen zetten om de bewering uit de krant te kunnen verifiëren. Dat zou ook in een paar seconden moeten kunnen.'

Grossman droomt, met andere woorden, van een wereld waarin grote hoeveelheden gegevens voor iedereen vrij toegankelijk zijn, en wel op een systematische manier, waardoor ze eenvoudig gebruikt kunnen worden. Je tikt in: 'Bestaat er een verband tussen de stand van de sterren rond Jupiter en de koers van Ahold?' en de software raapt astronomische en economische data bij elkaar, analyseert die en geeft uitsluitsel.

'De hoeveelheid beschikbare data op de wereld groeit sneller dan het aantal wetenschappers', stelt Grossman. 'Dus moeten we een manier vinden om dat gat te dichten.' Bij wijze van proef heeft hij een dienst opgezet die via een eenvoudig in te vullen formulier op internet data over eiwitten en chemicaliën uit allerlei bronnen bij elkaar zoekt en combineert. Dat kan wellicht nieuwe ideeën voor medicijnen opleveren.

En daarmee raakt hij meteen een probleem. Farmaceutische bedrijven, bijvoorbeeld, zullen niet staan te springen om hun data openbaar te maken. En als ze het wel doen, wie zegt dan dat ze de data niet bewust vervuild hebben om anderen zand in de ogen te strooien? Net als op het gewone internet zal de betrouwbaarheid van gevonden informatie een probleem worden.

Dat zal best zo wezen, denkt Grossman, maar er zijn genoeg mensen die wel betrouwbare informatie (al dan niet tegen betaling) beschikbaar willen stellen. Het menselijke genoom, een uiterst waardevol bestand van 4 gigabyte groot, is bijvoorbeeld voor iedereen gratis te downloaden. Hij trekt een analogie met sofware: sommige fabrikanten bewaken hun broncode met hun leven, terwijl anderen hem gratis weggeven, in de overtuiging dat dat opweegt tegen wat ze gratis terugkrijgen van gelijkgestemden. 'Op dezelfde manier zullen ook processortijd, verbindingscapaciteit en data zaken worden die je gewoon kunt krijgen. De waarde zit in de dingen die je er vervolgens mee doet.'

Het gaat bij zogenaamde 'datagrids' dus vooral om twee zaken. Enerzijds het suffe deel van analyses te veraangenamen door het zoeken en bewerken van grote hoeveelheden data te automatiseren. En anderzijds het mogelijk leggen van creatieve nieuwe verbanden tussen datasets uit verschillende hoeken.

Dat is niet alleen voor wetenschappers interessant, maar ook voor data-intensieve bedrijven, zoals banken en verzekeraars. Analyses waar nu duurbetaalde consultants aan te pas komen, zullen in een handomdraai zelf te genereren zijn. Dat wil zeggen, als je weet wat de relevante analysevraag is. Maar daar wil een consultant dan wel weer bij helpen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden