GELUK GEHAD

Hij zit met MS in een rolstoel, zij heeft hernia en altijd pijn. Kees en Ineke Lambers. Het duo Kreuk en Deuk, firmanten in aandoening en ongemak....

INEKE Lambers-Hacquebard, staatssecretaris van Milieu ten tijde van Van Agt, draagt schoenen met hoge zolen. Het is werkelijk een crime om een enigszins elegant muiltje te vinden, in haar omstandigheden. 'Ik heb een enorme strijd met de schoenmaker achter de rug. Schoenen kunnen een stuk sierlijker, zonder hun aangepaste functie te verliezen.' Ze kan mooi stralen, dwars door de vermoeide trekken in haar gezicht. En dwars door de pijn van de hernia. Het is een blijvende hernia met littekenweefsel. 'Het heeft het effect van een paar hernia's tegelijk.'

De afspraak was dat we er geen larmoyant verhaal van zouden maken.

Haar man, Kees Lambers, is hoogleraar milieurecht aan de Rijksuniversiteit Groningen. Een lange man met een smal gezicht. Dat hij lang is, is min of meer een schatting. Het is altijd moeilijk om de lengte te bepalen van mensen die in een karretje zitten. De rolstoel van Kees Lambers oogt bijna voornaam: zwarte buizen, aaibaar zwart fluweel om het kussentje. 'De meeste rolstoelen zijn spuuglelijk.' Hij zegt dat hij reuze handig is met zijn karretje. Geen kunst, vindt hij. Zes kilo weegt het. Titanium. Zweedse makelij. Zijn MS is heus niet zo erg.

De voorwaarde was dat het geen larmoyant gesprek zou worden.

Met die brede lach van haar spreekt ze opgewekt van het duo Kreuk en Deuk. 'Firmanten in aandoening en ongemak', zegt ze erbij. In het begin was deze titel een oefening in zelfspot. Maar gaandeweg hebben ze er een geuzennaam van gemaakt: Kreuk en Deuk.

Ze tekent sinds ze verkreukeld is. Het zijn geometrische vlakken in aan elkaar verwante kleuren, altijd in een vierkant. Het gaat haar om de spanning tussen horizontale lijnen en verticale, tussen gevoel en verstand, tussen rust en beweging.

Ze zou zo graag een vaste galerie hebben. Dat geeft betekenis aan de werkzaamheid. 'Maar wie zit er nu te wachten op een gekleurd lapje van een mevrouw uit Opende?'

- Hoe is het verder met de pijn?

'Jij had natuurlijk een grauw, pieterig vrouwtje willen zien.'

- Maar als je nou de hele dag pijn hebt.

Hij: 'Bij tijd en wijle is ze chagrijnig. Ik heb geen pijn, Ineke wel. Dat is het verschil tussen ons. Bij tijd en wijle gaat het gewoon niet meer.'

Zij: 'Je went eraan, je went aan een zeker niveau van pijn. Als het doorslaat, zijn er altijd nog de pilletjes.'

Zijn vader was rector-magnificus in Rotterdam, zij was een meisje uit Bloemendaal. 'Kan het ook niet helpen. Bloemendaal, rechten in Leiden. Erg hè.' Hij was lid van het corps. Roeide bij De Maas in Rotterdam, de koninklijke roei- en zeilvereniging, bastion van de havenbaronnen. Zij opnieuw: 'Erg hè.' Leuke jonge mensen waren ze.

Zij: 'Rechten heeft nog steeds het etiket: gut, zo'n meisje, weet niet wat ze wil, zoekt een man, gaat dus rechten doen. Maar zou het misschien mogelijk zijn dat ik het vak studeerde omdat het me interesseerde?'

Ze hebben elkaar in Leiden leren kennen, in 1964. Bij het eerste college werden ze aan elkaar voorgesteld. In '68 trouwden ze. Hij was 23, zij 22. Nette jonge mensen.

Zij wilde niet gelijk advocaat worden. Ze wilden eerst kinderen. 'Die kwamen niet, maar dat wisten we toen nog niet.'

Direct vanaf het begin gingen ze naar bijeenkomsten van hun partij, D66. Interessant was dat.

Hij: 'Wij zijn kinderen van de jaren zestig. Dat is vermoedelijk ons probleem. Wij verwachten nog dat de overheid zich een doel stelt. Over lijdelijkheid kunnen wij ons nog geweldig opwinden. Dat is de normativiteit uit de jaren zestig.'

- Wat is het verschil dan tussen toen en nu?

'Nou ja, wij zijn opgevoed met het idee dat de mens weliswaar in redelijke mate zichzelf moet kunnen zijn in de samenleving, maar dat daarboven een belang bestaat dat verder reikt, namelijk het belang van de gemeenschap. Het milieu gaat naar de bliksem door gedrag van talloos veel individuen. Dat zou de gemeenschap niet moeten accepteren. De afbraak van de verzorgingsstaat maakt de risico's van het bestaan hier en daar onverantwoord groot. Daar zou de gemeenschap iets aan moeten doen. Maar het besef dat we in onze samenleving geen brokken moeten maken, is weg.

'Wat Den Uyl wilde, ging niet. Maar de balans is nu wel ernstig naar de andere kant doorgeslagen.'

Zij: 'De markt, de markt, de markt. Ik word spuugzat van het marktdenken. Ik moet oppassen, straks zeg je: oma vertelt. Maar in vergelijking met vroeger wordt toch veel te instrumenteel gedacht? Al die bezuinigingen op de korte baan. Dat goochelen met cijfers. Het is kurieren am Symptom.'

Hij: 'Ineke heeft gelijk. Laat me een voorbeeld noemen. Dat streven naar verzelfstandiging van het openbaar vervoer is bullshit. Dat is het enige woord er voor. Kijk eens naar Engeland. Daar is het busvervoer geprivatiseerd. Bijna alle lokale lijnen zijn er inmiddels afgeschaft.'

Zij: 'Toch hou ik er niet van om alleen maar naar de staat te wijzen. De staat heeft het gedaan, die is onbetrouwbaar, die moet worden verguisd. Het zit ook in de mensen, in de moraliteit. Dat er zo verschrikkelijk veel scepsis bestaat jegens de maakbaarheid komt volgens mij door een wisselwerking tussen de overheid en de samenleving. De overheid is kennelijk niet bij machte - dat is zij misschien nooit, weet ik niet - om tegengas te geven aan de overheersende maatschappelijke teneur.

'Het stoort me enorm. Er is in de politiek een imponerend vermogen gegroeid om zich bij de feiten neer te leggen. Natuurlijk is er gebrek aan moed.

'Ik zit mezelf altijd te relativeren. Dus wil ik er gelijk bij gezegd hebben: dat gebrek aan moed zit een beetje vast aan het vak van politicus. Je bent al snel alleen maar reagerend bezig. Dat kan verkeren in lafheid.'

- Tot halverwege de jaren zeventig trof je in Den Haag toch vrij veel politici die iets missionairs in zich droegen en die deze houding ook krachtig konden verwoorden. En nu?

Zij: 'Het neuzelt.'

- Zijn we niet oud en sentimenteel?

Zij: 'Ik zie het gevaar: vroeger was alles beter. Maar de taak die er toen lag, ligt er nog steeds. Daarin verandert niets. De heersende opvattingen veranderen en het is verstandig om daarvoor open te staan. Maar er is ook een blijvende grondstroom die dicteert wat we om ethische redenen met elkaar van belang moeten vinden. De vertolking daarvan èn de bescherming behoort bij de politiek te berusten. Amen.' Ze lacht. 'Ik meen het.'

Ze kijkt op naar hem. 'Lach niet zo vals, Lambers. Zag je haar weer op haar stokpaard hobbelen?'

Ze wonen zo ver van de wereld. De Ontginningsweg in Opende. Twintig jaar hebben ze getimmerd aan de bouwval. Het is weliswaar Groningen, maar het is niet het hoge land, de grauwe kleigrond. Hier zit je op het zand. Rondom het huis ligt een coulissenlandschap met houtwallen.

Houdt ze van de stilte? Wat een vraag. De verademing als ze uit Den Haag naar Opende kwam, van het geschetter van de stad naar het schuchtere land.

- Met permissie, u bent een druktemaker.

Ze lacht. 'Als ik kalm word, moet je je zorgen gaan maken.' Voor hem is het buitenleven niet minder aangenaam, ondanks zijn handicap. 'Zolang ik tenminste auto kan rijden.'

- Moeten jullie weg als de ziektes voortschrijden?

Hij: 'We kunnen het nog lang volhouden, denk ik. We hebben het huis zo gebouwd dat desnoods iemand kan intrekken om ons te verzorgen. Ach, weet ik veel hoe dat gaat werken, we zien wel. Ik heb gewoon geluk gehad.'

- Wat nou geluk? U zit in een rolstoel. U hebt multiple sclerose.

'Ik ontken niet dat ik MS heb. En nog wel in een vorm die officieel progressief heet te zijn. Ik ken mensen die tegelijk met mij begonnen aan die ziekte. Een aantal van hen leeft niet meer. Al een paar jaar niet meer. Ik ben er nog. Ik heb het in 1982 gekregen. Op de laatste dag dat Ineke staatssecretaris was, kreeg ik de mededeling dat ik MS had. Leuk moment was dat. Ik heb uit chagrijn een tiendehands Jaguar gekocht.

'Ik heb echt geluk, hoor. Ik ben jurist. Veronderstel, ik was bouwvakker? Wat moest ik dan nog? Ik kan zittend in de rolstoel oudehoeren. Ik werk gewoon fulltime. Ik ben aan mijn faculteit zelfs voorzitter van de vakgroep. Vijftig man. Ik werk meer dan fulltime.'

Zij: 'Af en toe roep ik: ho, en nu is het genoeg.'

- Denkt u niet dat u binnen afzienbare tijd doodgaat?

Hij: 'Nee, ben ik niet mee bezig. Ik ben vertrouwd met de gedachte. En als zodanig is MS overigens niet dodelijk.'

Zij: 'MS kent een schoksgewijze achteruitgang. Soms zijn dat harde smakken, soms gaat het geleidelijk.'

Hij: 'Bij mij gaat het heel langzaam. Ik zie amper verschil tussen nu en vorig jaar. Ik zie wel verschil tussen 1985 en 1995. Verlies aan spierfunctie. Ik draag nu Pampers, omdat ik incontinent ben - dat soort dingen.'

Zij begint over Jean-Jacques Rousseau. Machtig geleerde. Een cultuurfilosoof die alles wist over opvoeden. 'Hij heeft zijn kinderen te vondeling gelegd, wist je dat? Dan denk ik: practice what you preach.

'Wij hoeven niet te doen alsof alles zo prettig is. Het was leuk geweest als Kees geen MS had gehad. Het zou prettig zijn geweest als ik nog in Den Haag kon rondlopen. Maar we leven hier heel gelukkig.'

- Zijn jullie niet afgesneden?

Hij: 'We leven niet los van de wereld. Er staat een satelliet op het dak. We hangen aan de telefoon, we hebben vrij veel vrienden, ook jonge vrienden.

- U belichaamt de teloorgang, de sleetsheid.

Zij: 'Natuurlijk. Maar die is helemaal niet zo bijzonder. Iedereen raakt sleets, de een wat eerder dan de ander.'

Hij: 'Het kan me niet schelen. Ik heb genoeg plezier in m'n leven. Ineke en ik ervaren nog steeds de wereld om ons heen. Wij zijn geen slachtoffers.'

- De norm is: wees gezond, wees jong. En sterk.

Zij: 'Het is een onzinnige norm.'

Hij: 'Het leven werd pas echt leuk toen we veertig waren.'

- Toen kreeg u MS.

Hij: 'Nee, dat bedoel ik niet. Ik bedoel dat ik de dingen veel intenser ben gaan ervaren toen ik ouder werd.'

Zij: 'Ik krijg op deze momenten een sterke drang om te preken. Waar ik me aan stoor, is aan het idee dat ons onrecht zou zijn aangedaan met onze kreuken en deuken. De gedachte: het hóórt niet dat mij dit overkomt. Oké, de norm is jong, sterk en gezond. Sommigen volharden daarin tot de dood ze definitief logenstraft. Dat lijkt me het verkeerde soort strijdbaarheid.

'Wat heb je aan een illusie? Jong en gezond is een sjablone. Wie een echtscheiding achter de rug heeft, is ook een illusie armer. De ontnuchtering is er voor iedereen die leeft.

'Ik zit hier op een gouden plek, met een relatie die aardig bestendig is gebleken.'

Hij: 'Ik had me kunnen laten afkeuren. Dat was met één briefje van de neuroloog te regelen geweest. Maar ik ben inmiddels hoogleraar. Dat is toch veel leuker dan thuis te zitten griepen in een rolstoel?

'Jawel, er zijn heel vervelende momenten. Ik herinner me dat ik college moest geven in de Martinikerk in Groningen. Toen liep ik nog een beetje. Maar tijdens dat college hield ik het niet meer, ik zakte door mijn benen. Ik ben toen gaan zitten op de avondmaalstafel. Heel erg vond ik dat.

'Ik weet nog goed dat ik over de Grote Markt ging, een natte broek kreeg, ik werd incontinent, het was de eerste keer, je schaamt je rot. Maar niemand ziet het, hoor.'

- Kan in uw geval eigenlijk de lamme de blinde daadwerkelijk tot steun zijn?

Zij: 'Jaha. Fantastisch. De keuken is inmiddels aangepast, maar we hadden een oud aanrecht, de pannen stonden onderop. Kees is fantastisch in de laagte, hij kruipt schitterend. Alles wat aards is, is voor hem. Als de dingen wat hoger staan, mag ik het doen met mijn rechte rug.'

- Gedeelde pech is halve pech.

Zij: 'Nee, dat is een te mooie voorstelling van zaken.'

Hij: 'Je hebt ieder je eigen probleem.'

Zij: 'De pech blijft even groot. Noem het geen smart. Pech is beter, neutraler.'

Ze vertelt hoe ze in de MS-vereniging hetzelfde syndroom is tegengekomen als in de actiegroepen tegen de bodemverontreiniging. (Ze was staatssecretaris toen Lekkerkerk speelde, de eerste grote zaak van bodemverontreiniging). In beide situaties heeft ze het kapstoksyndroom ervaren.

Het kapstoksyndroom? 'Het directe ongerief wordt tot kapstok gemaakt voor al het ongemak. Voor het slechte huwelijk, de matige schoolresultaten van het kind, de griep, voor alles. Onbewust werd destijds door een aantal mensen al hun ongemak toegeschreven aan de bodemverontreiniging.

'Wat ik nu ga zeggen, gaat behoorlijk ver, maar volgens mij is het waar. Als je de legitimitatie van het leed probeerde weg te nemen, maakte je sommige mensen in zekere zin alleen maar ongelukkiger. Dat vertaalden ze in de reactie dat geen oplossing goed genoeg was. Je pakte hun iets af, namelijk de façade van wat hen eigenlijk dwars zat. Hetzelfde zie je ook wel bij zieke mensen en hun familie. Daar zie je ook dat de ziekte wordt gebruikt als kapstok voor de aanklacht tegen de wereld. Het betekent dat de ziekte loodzwaar wordt. Hij neemt je volledig in beslag, hij wordt het kristallisatiepunt van je totale bestaan. Zo ver wilden wij het niet laten komen.'

In 1977 kwam Ineke Lambers naar de Tweede Kamer. Ze werd in 1981 staatssecretaris. Mist ze de politiek?

'Ik heb niet een diep en groot verlangen naar dè politiek, met hoofdletters. Ik betrap mezelf wel als ik me hoor oreren. IK zou wel terug willen. Mijn betrokkenheid is er groot genoeg voor. Maar het gaat natuurlijk niet meer. Fysiek breng ik die regelmatige inzet niet meer op.

'Het was slijtend en slopend in de politiek. Ik verlang heus niet terug naar alles wat ik heb meegemaakt. Maar het was een prachtige legitimatie om dingen te roepen. Nu mis ik de context om de dingen te lozen die me bezighouden. Wat niet verdwijnt, is de bemoeizucht en de strijdbaarheid.'

Hij: 'Wil ik naar de Wrekers kijken op Veronica, moet zij Nova zien.'

De strijdbaarheid richt zich op het achterblijven van het milieubeheer in Nederland. De teerling wordt geworpen: 'Convenanten zijn lulkoek', zegt hij.

Convenanten zijn afspraken, herenakoorden tussen overheid en takken van het bedrijfsleven over milieuzorg. Hij zegt: 'Welk individu heeft belang bij een vlinder? Niemand toch. Wie wordt geschaad als een vlindersoort uitsterft? De overheid moet het belang vertegenwoordigen van de vlinder.'

- De milieubeweging is opgerukt in de instituties - uw eigen hoogleraarschap is een illustratie - en tegelijk speelt het milieu een steeds kleinere rol in de publieke opinie.

'Dat is waar. Toch heb ik altijd gezegd: ik blijf democraat. Het betekent dat ik het moet accepteren als de publieke opinie of de politiek het milieu lager op de agenda zet. Ik blijf wel vechten, maar niet met het geweer.

'Er is in de jaren zeventig een enorme discussie geweest in de milieuwereld over de vraag: volgen we de parlementaire weg of maken we ons los van de politiek. Van dat laatste heb ik altijd gezegd: niet doen, dat loopt uit op milieufascisme.'

- Hebben de sceptici toch niet gelijk gekregen?

'Nee. Elke groep van misdeelden kan zeggen dat het parlement hen in de steek laat. Ook de bejaarden kunnen dat zeggen, de gehandicapten. Maar je hebt altijd een systeem, een ordening nodig. Daar is de overheid voor.

- De overheid voert vervolgens een convenanten-politiek. Convenanten zijn bedrog, gaf u al aan.

'Dat is waar, convenanten zijn onzinnig, absolute flauwekul. Want er komt geen moer terecht van wat ze afspreken. En er komt geen moer van terecht omdat de bedrijven de afspraken lang niet altijd nakomen en ze niet verplicht kunnen worden zich eraan te houden. Bedrijven belazeren de boel en de overheid vindt het goed. Convenanten zijn onfatsoenlijk. Wat de overheid moet doen, heb ik in mijn oratie gezegd, is beginselen, basisnormen formuleren. Die moeten dan wel bij wet worden vastgelegd.

'Soms word ik cynisch. Meestal behoud ik mijn goede humeur. De ergste wet die ik ken is de Deltawet die door de Kamer is gejaagd na de overstromingen van de grote rivieren. Er staat letterlijk in dat de provinciebesturen alle wetten en alle voorschriften opzij mogen schuiven in het belang van de aanleg en verhoging van dijken. Nu hebben wij toevallig in onze provinciebesturen alleen maar keurige mensen zitten, dus zal het in de praktijk wel meevallen. Maar uit democratisch oogpunt is het ongehoord, is het een aanfluiting. De Kamer was in paniek geraakt en heeft alle regels van behoorlijk bestuur en democratische controle op dit vlak uit handen gegeven.'

Ze heeft erover geschreven, over hun pech. Ze geeft de tekst mee. Er staat onder meer het volgende. ' ''Je hebt elkaar tenminste nog'' is geen cliché meer wanneer zich in een paar weken tijd drie sterfgevallen van nabijstaande leeftijdgenoten voordoen. Het is legitiem om je zegeningen te tellen, zo goed als het loont om niet alleen de lusten maar ook de lasten van lijf en leden serieus te nemen.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden