reportage

Gelsenkirchen teert op de mythe van Schalke 04, maar de club is hopeloos de weg kwijt

Een Schalke-fan in het ‘Vereinslokal’ Bosch 04. Bij het legendarische Schalke 04 leek het succes nooit te komen aanwaaien. Juist dat maakte de club zo sympathiek.  Beeld Daniel Rosenthal / de Volkskrant
Een Schalke-fan in het ‘Vereinslokal’ Bosch 04. Bij het legendarische Schalke 04 leek het succes nooit te komen aanwaaien. Juist dat maakte de club zo sympathiek.Beeld Daniel Rosenthal / de Volkskrant

Schalke 04 was eens een kraamkamer van het Duitse nationale elftal, dat woensdagavond weer speelt op het EK. Na een degradatie staat de oude trots van de mijnwerkers uit Gelsenkirchen voor wat er mis is met het betaalde voetbal – terwijl het met de stad al langer niet goed gaat.

Olivier Kruschinski is een man die oneliners afschiet als een ballenkanon, maar sommige blijven hangen. ‘Hier in Gelsenkirchen is voetbal altijd de enige ontsnapping uit de realiteit van het leven geweest’, zegt de 45-jarige bedenker van de toeristische rondleiding ‘Mythe Schalke 04’, over de legendarische, maar op dit moment vooral tragische, Duitse voetbalclub.

We staan in de onbarmhartige middagzon te kijken naar een zwart-witfoto uit de jaren dertig van de vorige eeuw: een stadion vol mannen met petten. Zondag was de enige dag dat deze mensen boven de grond leefden, en niet diep in een van de zestien steenkolenmijnen die Gelsenkirchen rijk was. Een deel van de voormalige hoofdtribune staat nog overeind. Verder is deze heilige Schalke-grond het terrein van wilde bloemen en insecten.

Het huidige stadion is vanaf de nabijgelegen spoorbrug in de verte te zien – wie woensdagavond kijkt zal regenboogkleurig licht zien schijnen, omdat Schalke meedoet met de actie voor solidariteit met de lhbti-scene. Onder het witte dak van de Veltinsarena degradeerde Schalke vorige maand uit de Bundesliga. Het was een roemloze degradatie met slechts zestien punten. Zelfs Klaas-Jan Huntelaar, die tijdens de winterstop als reddende engel werd teruggehaald van Ajax, kon er niets aan veranderen. Verdeeld over twee seizoenen wist de club in dertig opeenvolgende wedstrijden niet te winnen, een negatief record.

De degradatie van Schalke wordt in Duitsland beschouwd als metafoor voor alles wat er mis is met het betaalde voetbal: discutabele sponsoren en bestuursleden, het grote geld en het daarmee gepaard gaande verlies van realiteitszin.

Mijnwerkersmotto

Lang koesterde Schalke het imago van een club die op ooghoogte stond met de fans en de stad, een club met trots maar zonder kapsones, naar het mijnwerkersmotto ‘onder de grond is iedereen gelijk', een club van harde werkers waar het succes nooit leek te komen aanwaaien zoals de afgelopen jaren bij Bayern München. Juist dat maakte Schalke zo sympathiek, voor fans dichtbij en ver weg. Dat de laatste landstitel uit 1958 stamt, deert de meesten volgens Kruschinski niet. Schalke-fans zijn fans die kunnen lijden. Overigens haalde Schalke zijn enige Europese titel, de Uefa-cup in 1997, onder de Nederlandse trainer Huub Stevens, die in Gelsenkirchen nog steeds wordt geëerd als ‘trainer van de eeuw’.

Schalke gold bovendien als belangrijke kraamkamer voor het nationale elftal, door de uitstekende jeugdopleiding die generaties jongens uit het Ruhrgebied in staat stelde te ontstijgen aan het arbeidersmilieu. De laatste vrucht van deze traditie staat woensdagavond in het doel van de Deutsche Mannschaft: Manuel Neuer (35), algemeen beschouwd als een van de beste doelmannen van zijn tijd. Ook verdediger Ilkay Gündogan (30) komt uit Gelsenkirchen en doorliep er een deel van de jeugdopleiding.

Robin Gosens (26), de vrij onbekende en half-Nederlandse speler die Duitsers door zijn uitmuntende spel tegen Portugal collectief ‘ontdekten,’ droomde ervan ooit voor Schalke uit te komen. Twee jaar geleden werd die droom bijna werkelijkheid. Schalke wilde hem hebben, maar zijn huidige club, Atalanta Bergamo, keurde het bod af. Achteraf gezien heeft hij daarmee geluk gehad, erkende Gosens dit voorjaar in een interview met het Duitse persbureau DPA, met de hartenpijn van een fan.

In de Sint Josefkerk staat op een gebrandschilderd raam een heilige afgebeeld met kicksen aan en een bal aan zijn voeten. Beeld Daniel Rosenthal / de Volkskrant
In de Sint Josefkerk staat op een gebrandschilderd raam een heilige afgebeeld met kicksen aan en een bal aan zijn voeten.Beeld Daniel Rosenthal / de Volkskrant

Kicksen in de kerk

Terug naar Schalke, het stadsdeel, waar Kruschinski zijn rondleiding begint op de plaats die volgens hem het best aantoont dat voetbal in Schalke heilig is: de Sint Josefkerk, met een gebrandschilderd raam waarop een heilige kicksen draagt en een bal aan zijn voeten heeft. De ramen, vertelt Kruschinski, stammen van vlak na de oorlog. De oude ramen waren weggeblazen door de bommen en het toenmalige kerkbestuur zag voetbal als de kit die de bevolking bij elkaar hield in een moeilijke tijd. Rome was woedend. Gelsenkirchen haalde z’n schouders op.

Kruschinski kan vertellen zonder tussendoor te ademen, maar aan de degradatie maakt hij uit eigen beweging geen woorden vuil. Desgevraagd zegt hij, met een door het middenschip galmende zucht van verveling: ‘We zijn in de jaren tachtig ook drie keer gedegradeerd. Toen werd er ook gezeurd, over geld, over bestuurders, over dat het voetbal niet meer was zoals vroeger. Dat is van alle tijden.’ Dan schudt de grote blonde man in het koningsblauw van zijn club het thema van zich af als een lastige vlieg. Overigens moeten ook journalisten betalen voor zijn clubmythen, 150 euro voor een halve dag. ‘Ik voed er mijn kinderen van.’

Leraar geschiedenis wilde Kruschinski worden, zoon van een Française en een Duitser uit een mijnwerkersdynastie. Dat hij nu zijn brood verdient met Schalke 04, komt doordat hij naar eigen zeggen ‘potentieel’ ziet op plaatsen waar andere mensen ertoe neigen vooral doffe ellende te zien. En in Gelsenkirchen, niet alleen een van de armste steden in Duitsland, maar volgens peilingen ook de ongelukkigste, springt de ellende meer in het oog dan het potentieel. Sinds de sluiting van de mijnen, de meeste in de jaren tachtig en de laatste in 2018, is Schalke een stadsdeel met veel leegstand, dichtgespijkerde ramen en een probleem met Oost-Europese Roma die op het goedkope vastgoed afkomen.

In een straat in Gelsenkirchen wordt met een foto eer bewezen aan de beroemde Schalke-speler  en oud-international Reinhard 'Stan' Libuda. Beeld Daniel Rosenthal / de Volkskrant
In een straat in Gelsenkirchen wordt met een foto eer bewezen aan de beroemde Schalke-speler en oud-international Reinhard 'Stan' Libuda.Beeld Daniel Rosenthal / de Volkskrant

Wie wil, kan ook voor Schalke 04 sterven. Als enige club op aarde, voor zover bekend, heeft Schalke een eigen begraafplaats in de vorm van een stadion met twee metalen doeltjes en verschillende rangen, afgezet met nauwkeurig gesnoeide plantjes. Het is er nog vrij leeg, maar volgens Kruschinski zijn de meeste graven al verkocht – seizoenskaarten voor de eeuwigheid.

Openluchtmuseum

De weg erheen voert door de Kurt Schumacherstrasse, vroeger de levensader van een trotse arbeiderswijk, nu een soort openluchtmuseum voor de clubgeschiedenis, en verder een straat waar niemand vrijwillig wil wonen en de cafés alleen open zijn als Schalke thuis speelt – en de afgelopen anderhalf jaar helemaal niet, vanwege corona. Kurt Schumacher was een sociaal-democratische grootheid. Wrang genoeg, want de sociaal-democratie is net als Schalke 04 een Duitse vanzelfsprekendheid die in een diepe crisis verkeert.

In het pand waar ooit de sigarenwinkel van de Schalke-vedettes Ernst Kuzorra en Fritz Szepan huisde, zit nu een trefpunt voor gehandicapte Schalkefans dat wordt gerund door Klaus-Dieter Seiffert. Zelf eenogig en bijna doof, maar vol lof over zijn club en het historische pand waar hij zijn werk mag doen. Wat Seiffert niet vertelt, en Kruschinski en de vele borden met voetbalgeschiedenis evenmin, is dat Kuzorra en Szepan in 1937 vrijwillig lid werden van Hitlers NSDAP en fans aanmoedigden hun voorbeeld te volgen. Of de voetballers uit overtuiging of vooral uit opportunisme handelden, is achteraf moeilijk te achterhalen.

Wat is er misgegaan bij Schalke? Zakelijk ging het er de afgelopen twintig jaar steeds avontuurlijker aan toe. Voor het nieuwe stadion werden grote schulden gemaakt, waardoor algemeen directeur Rudi Assauer na vele jaren moest aftreden. De nieuwe machtige man werd Clemens Tönnies, eigenaar van talloze vleesverwerkingsfabrieken, die tussen 2001 en 2020 voorzitter was van de raad van toezicht van de club.

Mede dankzij ‘vleesbaron’ Tönnies kwam in 2007 het Russische staatsbedrijf Gazprom aan boord als hoofdsponsor, overigens langs een sociaal-democratische connectie, via ex-bondskanselier Gerhard Schröder die na zijn politieke carrière voor het concern was gaan werken. Poetin, Schröder en Tonniës in de vip-lounge; voor Duitsers die teleurgesteld zijn in Schalke, is het beeld uit 2008 een aankondiging van de naderende ondergang. Toch volgden er tot drie seizoenen geleden nog een aantal succesvolle jaren, en speelt Schalke in het seizoen 2018-2019 nog Champions League.

Schalke-toergids Olivier Kruschinski staat op een restant van de tribune van het oude stadion voor historische foto’s van de club. Beeld Daniel Rosenthal / de Volkskrant
Schalke-toergids Olivier Kruschinski staat op een restant van de tribune van het oude stadion voor historische foto’s van de club.Beeld Daniel Rosenthal / de Volkskrant

Naar Tönnies’ invloed op sportief vlak blijft het enigszins gissen, maar volgens onderzoeksverhalen in Duitse kranten drong hij aan op duurdere aankopen en het ontslag van verschillende trainers; het verloop was de afgelopen jaren groot. Ook zou hij medeverantwoordelijk zijn voor de rode cijfers op de balans. De club heeft schulden ter hoogte van 200 miljoen euro en moet geld lenen bij de deelstaat Noordrijn-Westfalen.

Vleesbaron

Tönnies, democratisch gekozen door de ledenvergadering, stapte vorig jaar op in verband met een racistische uitspraak over de noodzaak van energiecentrales in Afrika: ‘Zodat de mensen daar ophouden met het kappen van bomen en het maken van kinderen als het donker is.’ Het was ook de tijd dat de vleessector onder grote maatschappelijke druk stond vanwege de corona-uitbraken onder de slecht betaalde Oost-Europese contractarbeiders.

Op de vraag of Tönnies Schalke het laatste zetje naar de afgrond zou hebben gegeven, reageert Kruschinski geprikkeld. De gids wijst erop dat de vleesbaron veel geld heeft gestoken in de club en dat nog steeds doet in sociale projecten in het stadsdeel. Maar al die onderbetaalde Oost-Europeanen dan? ‘Dat is niet mijn thema, ik kijk naar wat hij doet voor Schalke.’

‘Ik ben geen fantast’, zegt Kruschinski van achter het stuur op weg naar de laatste stop, het oude stadion. ‘Ik weet dat Schalke in de eerste plaats een middelgroot bedrijf is. Es geht um Kohle.’ Dat laatste betekent letterlijk steenkool, maar is in Duitsland een wijdverbreid synoniem voor geld.

Van het oude stadion, Kampfbahn Glückauf, vernoemd naar de Duitse mijnwerkersgroet, bezit Kruschinski de sleutel. Wat hem betreft opent die niet alleen de poort naar naar een roemrijk voetbalverleden, maar ook naar de toekomst. Hier ligt het potentieel waar hij als Schalke-fan en toeristengids over mijmert.

Hij droomt van een openbaar Schalke-monument waar hij mensen kan rondleiden om te vertellen over de club en de geschiedenis van het Ruhrgebied, als Duitsland in 2024 het volgende EK voetbal organiseert en Gelsenkirchen is aangewezen als een van de speelsteden. Hij probeert subsidie los te krijgen bij de club en de stad. Het zou Kruschinski financieel goed uitkomen. Corona was geen makkelijke tijd voor toeristengidsen. En als het meezit speelt Schalke 04 tegen die tijd gewoon weer in de Bundesliga.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden