POSTUUM

Gelovige katholiek met onverwoestbaar humeur

Lang nadat Piet de Jong was afgezwaaid als minister-president kwam de erkenning. De meest onderschatte premier van Nederland overleed afgelopen woensdag. Hij is 101 jaar oud geworden. De populaire, apolitieke politicus - zo aardig dat de oppositie zich schaamde ruzie met hem te maken - bleef in zijn hart altijd onderzeebootkapitein.

Portret van oud-premier Piet de Jong, 30 maart 2015, van 1967 tot 1971 was hij minister-president van Nederland.Beeld anp

Hij patrouilleerde in het Noordzee-gebied om de Duitse aanvoer van ijzererts af te snijden, beschermde konvooien tussen Gibraltar en het Verenigd Koninkrijk, viel schepen aan in de Middellandse Zee om het Duitse Afrika-korps te isoleren, zette geheim agenten af in de Oost en torpedeerde Japanse schepen in de Javazee. In totaal bracht de jeugdige gezagvoerder van de duikboot O-24 acht vijandelijke schepen tot zinken. Verscheidene malen keek hij de dood in de ogen. Hij overleefde een aanval met 22 dieptebommen.

Petrus Josef Sietse de Jong werd op paaszaterdag 3 april 1915 geboren in Apeldoorn, als zesde kind uit een gezin van zeven. Hij stierf woensdag 27 juli op 101 jarige leeftijd als de oudste oud-regeringsleider wereld. De Jong was staatssecretaris van Defensie (1959-1963), minister van Defensie (1963-1967) en premier (1967-1971). Hij bracht zijn kabinet naar de eindstreep om vervolgens door zijn partij, de KVP, voorloper van het CDA, gedumpt te worden.

Woedend verdween De Jong in 1974 als senator uit de politiek. Ruim dertig jaar later was de wond geheeld en zat hij in de herfst van 2005 bij de viering van het 25-jarig bestaan van het CDA vooraan tussen de andere premiers die de christendemocraten hebben geleverd.

In 2010 roerde De Jong zich voor het laatst in het openbaar. Zijn partij stapte in het eerste kabinet-Rutte, het minderheidskabinet dat werd gedoogd door Wilders' anti-islampartij PVV. 'Ik ben volstrekt tegen deze overeenkomst.' Met de PVV, zo hield De Jong een muisstille met duizenden CDA-leden gevulde Arnhemse Rijnhal voor, is de godsdienstvrijheid 'weg, verkocht, aan regels gebonden'. Voor De Jong, die bemanning van alle gezindten aan boord heeft gehad, op een kluitje in een kleine ruimte, is het onbestaanbaar dat je mensen om hun geloof uitsluit. 'Dat ik dat op mijn oude dag moet meemaken.'

Marine-carrière

De Jong verloor zijn vader op vroege leeftijd en werd adelborst, mede om zijn moeder niet tot financiële last te zijn. Zijn marine-carrière was briljant. In mei 1940 ontsnapte hij met een duikboot uit brandend Rotterdam. Bijna de hele oorlog vocht De Jong op zee, eerst onder Brits en later onder Amerikaans commando.

'Achteraf is het alleen maar avontuur, maar eigenlijk zat je steeds in de rikketik', zei hij later. En: 'Het was een beetje vanzelfsprekend dat je de oorlog niet zou overleven.' De Jong heeft het leven na de oorlog altijd beschouwd als een geschenk. Hij was diepreligieus, bad driemaal daags en ging als het even kon elk jaar op retraite in een klooster.

Tijdens een internationale oefening voor de kust van Schotland, waar hij een groep duikbootjagers aanvoerde, werd hij door een helikopter van boord geplukt om in Den Haag over het staatssecretariaat van Defensie te praten. Hij was geen lid van een politieke partij, KVP-leider Romme vond het voldoende dat hij katholiek was: 'Dan ben je een van de onzen.' Dat zou relatief blijven. Zelfs op de amicale KVP-bijeenkomsten werd hij aangesproken met 'meneer De Jong'.

Oud-premier Piet de Jong, portret uit 1970.Beeld anp

'In het begin vonden ze me een rare. Niemand in de politiek had gevaren. Ik had de hele oorlog op zee gevochten. Daar waren ze huiverig van, ze hadden associaties met piraten, denk ik. Ik ben nooit helemaal geaccepteerd. Ik was een rover die van buiten kwam.'

De staatssecretaris ontpopte zich als een goed bestuurder, prettig en vasthoudend, en werd in 1963 minister van Defensie. 'Zo zie je hoe een mens aan lager wal kan raken. Als je eenmaal in de fuik van de politiek zit, kom je er niet zo makkelijk meer uit', luidde zijn laconieke reactie. De Jong was liever admiraal geworden, wat er later om leeftijdsredenen niet meer van zou komen.

De beginperiode was moeilijk. Een forse reorganisatie van het defensie-apparaat, bezuinigingen en verkorting van de dienstplicht gingen gepaard met heftige conflicten. Enkele hoge ambtenaren en de chef van de landmacht stapten met veel lawaai op. De Jong gaf geen krimp. Als het moest, kon hij bikkelhard zijn.

De Jongs laatste openbare optreden bij een CDA-congres in 2010.Beeld Hollandse Hoogte

Harmonie

Bij de formatie in 1967 kreeg De Jong onverwacht de opdracht een kabinet te formeren. Hij stelde zich soepel op en smeedde, onder stevige regie van KVP-leider Schmelzer, in zestien dagen een kabinet. Kort daarop stond hij niet alleen tot zijn eigen verbazing met koningin Juliana op het bordes van Paleis Soestdijk. Tegen het premierschap keek hij aan 'als een aap tegen een roestig horloge'.

Bij het aantreden van het kabinet-De Jong was de kritiek algemeen: te veel zwakke plekken. Toch zou het kabinet het eerste zijn sinds de oorlog dat de volle rit zonder een crisis uitzat. Een knap staaltje laveerkunst van de premier in een tijd dat de democratiseringsgolf het onderwijs, het bedrijfsleven en het leger overspoelde, en de hoofdstad in opstand kwam.

Bespot door bevlogen vernieuwers leidde De Jong zijn kabinet. De gelovige katholiek met het onverwoestbare humeur reageerde kalm op het rumoer, veroorzaakt door provo's, Kabouters, kunstenaars, Vietnam-demonstranten, Dolle Mina's, hippies, dienstplichtigen, Nieuw Links en studenten. Zijn ogenschijnlijk laconieke houding verklaarde De Jong uit zijn ervaringen in de oorlog. Daartegen afgezet was de wal toch een beetje een meisjeskostschool.

Piet de Jong (links) in 1967 als formateur in gesprek met de fractievoorzitter van de KVP, Norbert Schmelzer.Beeld anp

Bijna alle problemen (behalve als de krijgsmacht en de NAVO in het geding waren) wist hij vergaand te relativeren. Waren politici maar wat luier, dan zou het een stuk beter gaan, vond De Jong, wiens werkdag om kwart over vijf eindigde. Hij moest het hebben van zijn 'nautisch geduld'. Op zee had hij geleerd dat je nog altijd tien minuten de tijd hebt om je portemonnee en je scheermes te pakken voordat je schip vergaat.

In het kabinet heerste meestal harmonie. De Jong was vooral gespreksleider en liet zijn bewindslieden veel vrijheid. De politiek liet hij over aan de fractievoorzitters van de regeringspartijen (KVP, AR, CHU en VVD), De Jong 'runde de tent'. Met fractievoorzitter Schmelzer sprak hij vooraf af welke tegemoetkomingen de KVP, de grootste regeringspartij, in tweede termijn van het debat mocht binnenhalen.

Het kabinet van grijze heren in maatpak wilde rechts zijn, maar de tijdgeest liet dat niet erg toe. Het kabinet-De Jong voerde het minimumloon en de individuele huursubsidie in, ging belasting heffen op vermogen, gaf de ondernemingsraad meer te vertellen, nagelde de ontwikkelingshulp vast op 1 procent van het nationaal inkomen, erkende duurzame ontwrichting als reden voor een echtscheiding, maakte in het bestuur van de universiteit een zetel vrij voor studenten en trok de strafbaarstelling van homo- en heteroseksuele ontucht gelijk (en zette daarmee een belangrijke stap voor de emancipatie van homo's).

De haviken in zijn kabinet kregen geen kans. De Jong, vanaf zijn 16de opgevoed om de leiding te nemen en over gezag te beschikken, voelde feilloos aan wanneer hij zijn macht níet moest gebruiken. Hij had begrip voor krakers en Kabouters, liet veel over zijn kant gaan, maar kon koelbloedig ingrijpen. Zijn eerste reactie op de bezetting van het Maagdenhuis, het bestuurlijk centrum van de Universiteit van Amsterdam, was: laat ze maar zitten, ze hebben heel wat te bespreken. Toen de bezetters de administratie van de universiteit in de war gingen schoppen, liet hij ze eruit slepen.

De Jongs wat Britse humor ('In de hogere rangen, dus in de ijlere luchtlagen, bruist men niet altijd van energie') deed het goed en zijn populariteit steeg tot Drees-achtige hoogte. Mede door de wekelijkse persconferentie en het tv-praatje, door hem ingevoerd omdat hij vrijdagavond thuis niet meer wilde worden lastiggevallen door journalisten. 'Als mijn vrouw me op tv zag, wist ze dat ze de piepers vast op het vuur kon zetten.' In zekere zin en ongewild werd de aaibare zeerob een vroege tv-politicus (naast D66-leider Van Mierlo).

Piet de Jong, in 1965 nog minister van Defensie, keert terug in Nederland na NAVO-besprekingen in de Verenigde Staten.Beeld anp

Apolitiek

Hoe weinig politicus De Jong was, bleek toen hij geruchten hoorde over de afspraken van de leiders van de vier regeringsfracties voor het kabinet-Biesheuvel, dat na de verkiezingen van 1971 zou moeten aantreden. Hij vond het schandalig, maar kwam niet in het geweer om zijn positie te redden - hij deed zelfs geen moeite de zaak uit te zoeken. Vanaf dat ogenblik zat hij de in verwarring zijnde KVP (die na fors verlies weer een klap verwachtte en in drie verkiezingen van vijftig naar 27 zetels zou duikelen) in de weg.

De Jong heeft zich enorm geërgerd aan de schandelijke manier waarop zijn partij zich van hem ontdeed. Voorzitter Fons van der Stee kwam hem op het Catshuis een tweede plaats op de noord-oostelijke kandidatenlijst aanbieden, waarop de premier hem de deur uitzette. Daarna maakte het partijbestuur in een briefje van vier regels een einde aan zijn politieke carrière. 'Ze wilden verjongen en wisten niet wat ze met deze makker aan moesten. De politiek is ongenadig. Diep in mijn hart dacht ik: ach, burgers van de wal.'

Het CDA, waarin de KVP was opgegaan met de AR en de CHU, wilde hem ter gelegenheid van zijn 90ste verjaardag in het zonnetje zetten, maar daar bedankte hij beleefd voor. Dat huichelachtige gedoe liet hij graag aan zich voorbijgaan, al motiveerde hij zijn bedankje diplomatieker.

Piet de Jong (links) als kapitein op een onderzeeboot.

De kapitein-ter-zee buiten dienst was vrij jong uit de roulatie en vulde zijn tijd goeddeels met commissariaten en bestuursfuncties bij charitatieve organisaties. Midden jaren tachtig verhief hij - met andere oud-bewindslieden - tweemaal zijn stem vóór plaatsing van de kruisraketten. Voor De Jong was de veiligheid van het land de ultieme taak van de politiek. In 2005 haalde hij voor zijn doen ongewoon fel uit naar premier Balkenende omdat niemand van het koninklijk huis de begrafenis van paus Johannes Paulus II bijwoonde - 'een ongelooflijke blunder'.

In Kabinetsformaties 1959-1973 noemt de historicus Maas De Jong de meest onderschatte premier sinds de oorlog. Al is de vraag of zo'n apolitieke premier, die van weinig beleidszaken op de hoogte is en goeddeels op de been moet worden gehouden door een fractieleider, nu nog zou kunnen.

Vanaf het aftreden van het kabinet-De Jong, 45 jaar geleden, komen de bewindslieden ervan maandelijks samen. Met het overlijden van hun primus-inter-pares bestaat de ploeg nu nog uit drie mannen: de ministers Johan Witteveen (1921) en Roelof Nelissen (1931) van Financiën en van Economische Zaken en oud-staatssecretaris van Onderwijs Johan Grosheide (1930).

Oud-premier Piet de Jong (L) en Ruud Lubbers in 2010 tijdens het CDA congres in Den Haag.Beeld anp

De Jong geloofde in een hemel. Simpelweg omdat het leven te mooi in elkaar zit om het te laten aflopen. Hij was ervan overtuigd dat hij in het hiernamaals zou worden herenigd met zijn vrouw, Anneke Bartels, verzetsstrijdster, maatschappelijk werkster en marva (zoals een vrouw bij de marine vroeger werd genoemd). Bijna 63 jaar zijn ze getrouwd geweest. Ze kregen drie kinderen: Maria (1948), Jos (1949) en Gijs (1952). Zes jaar geleden is ze gestorven.

Als zijn visioen is uitgekomen, zit hij nu in een luie stoel in een reusachtige bibliotheek verzonken in een naslagwerk. Daar worden de geheimen van het leven voor hem ontrafeld, bij voorbeeld de wijze waarop dieren communiceren. 'Als je tussen dolfijnen vaart, hoor je de hele familie. Grom grom, dat is pa. Mwiep, mwiep, dat is ma. Pieppiep, pieppiep, dat zijn de kleintjes. Bij de Andamanen waren we onder water. Het was een lawaai van jewelste. Er was een maansverduistering, de garnalen waren daar zo opgewonden over dat ze met z'n allen zaten te klepperen. Hoe dat werkt, weet geen mens. Dat staat allemaal in de boeken in de hemel.'

Met medewerking van Jan Joost Lindner

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden