Geloven in wat niemand hoort of ziet De harmolodische schatten van Ornette Coleman

Hij is 65 en tijdens zijn carrière botste hij veelvuldig met de muziekindustrie. De Amerikaanse saxofonist Ornette Coleman was te eigenzinnig: een eenzaam puzzelstukje dat niet paste in het jazztableau....

Ornette Coleman is zoek. In een onbewaakt moment is de saxofonist ontsnapt uit zijn hotelkamer, niet om de voor zijn deur wachtende journalisten te ontvluchten - hij heeft ze immers zelf voor deze bijeenkomst in Amsterdam opgetrommeld - maar om even gauw een nieuwe reistas te kopen, in een winkel net om de hoek. Het probleem is dat de Amerikaanse muzikant eenmaal buiten meteen van koers raakte en nu vruchteloos rondjes draait, ergens in de buurt van het Leidseplein.

Pas na ruim een uur duikt hij weer op, even opgelucht als de product manager van de platenmaatschappij die deze dag zijn gids is. Een beetje schaapachtig zit de kleine, tengere man weer op zijn kamer: 'U mag èlke vraag stellen die u maar wilt.'

De komende jaren is Ornette Coleman heer en meester over het nieuwe platenlabel Harmolodic, waarop uitsluitend zijn eigen muziek en opnamen van door hem interessant bevonden groepen zullen verschijnen - een artistiek en zakelijk voorrecht dat maar weinig muzikanten ten deel valt. Dank zij PolyGram/Verve heeft Coleman het opwindendste platencontract uit zijn jazz-carrière getekend - groot nieuws voor een muzikant wiens biografie soms uit één lange aanvaring met de muziekindustrie leek te bestaan.

Voor zijn 65 jaar ziet Coleman er piekfijn uit, waarbij hij niet weinig wordt geholpen door de combinatie van een smaakvol roomwit vestje, een antracietkleurig overhemd, een broek in cognactinten en duifgrijze lakschoenen. Hij is net terug uit Noorwegen, morgen wordt hij verwacht in Parijs. De matte blik, die ergens hoog aan de gordijnrail blijft haken, verraadt zijn vermoeidheid.

'Een beetje zwaar is deze tournee wel, al treed ik dit keer niet op', geeft Coleman toe. Hij heeft vooraf nauwkeurig berekend dat hij binnen drie weken vijftig interviews kan doen. 'Als ik duidelijk wil maken hoe volgens mij een platenlabel geleid moet worden, dan moet ik ervan uitgaan dat mensen er niet genoeg aan hebben dat ze je muziek horen.'

Intussen heeft hij al meer dan veertig journalisten tegenover zich gehad, rekent de saxofonist na. Allemaal boeiende gesprekken, waar hij zèlf ook wat van leert, verzekert hij: 'Als jij mij iets vraagt waarvan ik niet had verwacht dat je me het zou vragen, word ik me bewust van iets anders dat je me nìet hebt gevraagd, you know. Ik krijg een beeld wie jij bent, more than who I am not. Ging het met de mensen in de platenwereld ook maar zo. Maar die praten niet, die weten alles al.'

Het gesprek vraagt om concentratie. Niet alleen omdat een voorbij knetterende brommer Coleman's enigszins lispelende stemgeluid onhoorbaar maakt, maar vooral vanwege zijn geheel eigen redeneertrant, die er op neer komt dat vragen maar zelden een rechtstreeks antwoord krijgen. Het is dezelfde associatieve, quasi naïeve logica die nu al veertig jaar de onvoorspelbare architectuur van Coleman's muziek bepaalt, en hem die positie van een gerespecteerde outsider heeft bezorgd. Een icoon van de na-oorlogse jazz, naast Sonny Rollins, Miles Davis en Charles Mingus, maar ook een eenzaam puzzelstukje dat nooit helemaal in het jazztableau past.

Sinds Something Else!, zijn eerste lp uit 1958, heeft Coleman met een bonte stoet platenmaatschappijen kennis gemaakt, waaronder gerenommeerde labels als Blue Note en Atlantic. 'Maar ik heb nooit de ondersteuning ondervonden die ik nu van PolyGram krijg.' Ook van Antilles niet, zegt hij, het label waarvoor hij in 1979 de lp Of Human Feelings opnam, de opname waarmee zijn huidige elektrische band Prime Time debuteerde.

Ook Antilles had destijds grote plannen met Coleman. In zijn biografie Ornette Coleman - The Harmolodic Life (Quartet Books, 1992) laat de jazzjournalist John Litweiler zien wat er mis ging: voor Of Human Feelings ontving Coleman 25 duizend dollar (een naar jazzbegrippen astronomisch honorarium), en voor het volgende album nog eens dat bedrag. Maar toen Coleman nieuwe voorschotten bleef vragen, vond Antilles het raadzaam het contract op te zeggen. Waarom die tweede Antilles-plaat er nooit kwam, maakt Litweiler in zijn overigens zeer met zijn onderwerp meelevende boek maar al te duidelijk. Niet voor niets vertelt hij ook het verhaal hoe Coleman eens in een royaal gebaar zijn saxofoon aan een tienjarige beginner cadeau deed.

Coleman zelf trekt een grimas als hij het woord Antilles hoort: 'Ik kan niet eens uitdrukken wat ik daar heb meegemaakt. Eigenlijk waren al mijn platen tot dusver een kwestie van being on the wrong moment at the right time. Ik heb altijd mensen gezocht die ik dacht te kunnen vertrouwen, maar moest steeds constateren dat die weer snel hun belangstelling in mij verloren. Bij PolyGram gaat het gelukkig echt anders, dat hebben ze inmiddels wel laten zien.'

Trots stelt hij vast dat de over twee weken verschijnende cd Tone Dialing van zijn groep Prime Time 'de allereerste uitgave op Harmolodic' is, het label dat is genoemd naar zijn persoonlijke muziektheorie, harmolodics. Het is Coleman's eerste cd in zeven jaar, sinds het lichtvoetige Virgin Beauty op Columbia/Portrait, dat mede de aandacht trok door de bijdrage van wijlen Jerry Garcia van de popgroep Grateful Dead.

Tone Dialing kent ook popinvloeden, onder meer in een trage rap van de tot dusver onbekende Avenda 'Khadijah' Ali (Coleman: 'ze is het vriendinnetje van de geluidstechnicus, ze kwam binnenlopen en ik vroeg of ze mijn tekst wilde doen'), maar biedt evengoed een bewerking van een cello-prelude van Bach, een tabla-stuk voor percussionist Badal Roy en een aanstekelijke calypso, Guadalupe. Is dat het spectrum dat we de komende jaren op het Harmolodic-label kunnen verwachten?

Coleman: 'De afgelopen twintig jaar heb ik over de hele wereld opgetreden en met muzikanten van diverse pluimage gespeeld. Wat die ervaring heeft opgeleverd bevestigt wat ik altijd heb geloofd: muziek heeft niets met stijlen of categorieën te maken, het is geen kleur en geen wapen, muziek gaat alleen maar over sound. En sound is waarschijnlijk het enige in onze samenleving dat direct met het hier en nu te maken heeft. Hoe zal ik het zeggen: it deals with everything as if time has nothing to do with it.'

Dus actuele, niet-stijlgebonden muziek, dat is wat u op Harmolodic wilt brengen?

'Dat wìl ik niet, ik heb geen andere keuze. De grote Europese componisten konden gewoon muziek maken, die bekommerden zich niet om labels. Maar in onze samenleving moet je je muziek eerst een naam geven. You have to give your music a title in order to have a position in it.'

Namen noemt Coleman liever niet, zolang er nog geen contracten zijn getekend. Maar een van de wildere geruchten - een plan voor een cd met gesproken tekst, waarvoor hij de Newyorkse jazzcriticus Howard Mandel zou hebben gevraagd - bevestigt hij meteen.

'Dat klopt. Maar er komen ook opnamen van strijkkwartetten, klassieke muziek dus, en nog veel meer - things that are going to be very beautiful for the listener to hear. En wat ik belangrijk vind: ik heb altijd gezegd dat ik geen saxofonist ben, maar een componist die ook optreedt. En ik voel dat PolyGram werkelijk begrijpt dat ik in de eerste plaats componist ben. Vorig jaar heb ik balletmuziek gecomponeerd, Architecture in Motion, voor de Musiktriennale in Keulen. Verder heb ik een compositie-opdracht van de Franse regering gekregen en liggen er heel veel opnamen die ik niet kon uitbrengen doordat ik zeven jaar zonder platencontract zat. Al die dingen kun je op Harmolodic verwachten.

'Het is heel moeilijk ergens in te blijven geloven dat verder niemand heeft gezien of gehoord. En toch ondervindt iedereen die creatief werk verricht dat probleem. Als je het woord kunst laat vallen, weet iedereen meteen waar je het over hebt. Maar dat woord hoeft helemaal niet dezelfde lading te hebben als hetgeen waar jij mee bezig bent.' De oplossing: 'Mijn muziek draagt allereerst een besef van caring en appreciation uit, los van ras, stijl of andere kwaliteiten.'

Wie Coleman's recente opnamen hoort, het bezwerende Healing the Feeling van Virgin Beauty bijvoorbeeld, of het zonnige Guadalupe, begrijpt misschien beter waar Coleman op doelt. Zijn saxofoongeluid is als vanouds: een plastische, kneedbare, pure klank, die zingt en jubelt als een menselijke stem. Gepijnigd of verscheurd zoals in vroegere opnamen klinkt hij nog maar zelden. Coleman klinkt lichter, stralender, haast gelukkig. 'Ik heb altijd geprobeerd die openheid in mijn spel te bewaren. Die komt niet voort uit het nastreven van een bepaalde stijl, maar ook weer uit de behoefte te delen, the relationship of sharing. En wat dat verdriet betreft, het verdriet dat ik heb meegemaakt was eerder een reflectie van mijn omgeving, dan dat het uit mijzelf voortkwam.'

Litweiler's biografie verschaft ook hier opheldering. Coleman's traumatische ervaringen in de jaren vijftig, waarin hij om zijn drastische afwijkende spel regelmatig van het podium gejaagd werd en eens letterlijk door collega's bijna werd doodgeslagen, verduidelijken enigszins het belang dat Coleman hecht aan begrippen als sharing.

'Ik heb moeilijke tijden meegemaakt', knikt Coleman. Hij houdt veelbetekenend zijn duim naar beneden: down! 'Maar ik weet nu waarom. Toen ik vijf was overleed mijn vader. Ik ben opgevoed door mijn zusters en mijn moeder, die mij nooit iets vertelden. Daardoor heb ik veel situaties meegemaakt die ik niet begreep, mensen die me bepaalde onaangename dingen zeiden. Pas later begreep ik dat het om maar een ding ging: macht over anderen te hebben. Dat is een drijfveer die je in de muziekwereld helaas ook ontmoet. Ik kan alleen maar zeggen dat ik noch met mijn muziek, noch als bandleider anderen wil domineren.'

Aan begrip voor uw werk ontbreekt het niet meer. Afgezien van PolyGram: in 1994 ontving u voor uw compositorische werk een MacArthur Fellowship ter waarde van 372 duizend dollar.

Een bescheiden gezicht: 'En ik mocht er mee doen wat ik wilde. Ik kon het allemaal weggeven, als ik zou willen. Wat nu ook in hoog tempo gebeurt, haha. Tenminste, tot dusver heb ik er niks mee gekocht. Ik geef vooral geld uit om problemen uit de weg te ruimen die me verhinderen te repeteren en een band bijeen te houden. Ik zie het zo: money is for paying bills. Als je daarna wat overhoudt kun je er misschien iets plezierigs mee doen. Maar die fase heb ik nog niet bereikt.'

De opmerking dat de fraaie cd-compilatie uit 1993, Beauty is a Rare Thing, een box met alle grote Coleman-opnamen uit de jaren 1959-1961, hem met trots moet vervullen blijkt ernaast. Opnieuw een gepijnigde grijns. 'Om je de waarheid te zeggen: ik denk er liever niet over na. The graveyard comes in many different shapes. Die periode bestaat voor mij uit zeer veel verschillende ervaringen, en ik weet dat ik toen oprechte muziek maakte. Maar er circuleren nu zoveel beelden die een relatie met de muziek moeten uitdrukken. . . Unplugged bijvoorbeeld, of dat gepraat over een box. . . dat heeft niets met mijn ervaringen te maken.

'Je krijgt me nog zo ver dat ik over het verleden ga praten, en dat betekent dat ik namen moet noemen, terwijl ik niet wreed of onrechtvaardig wil klinken. Toen ik omstreeks 1960 op een witte plastic altsax speelde werd ik bedolven onder de telefoontjes. Ik hield van de klank van dat instrument, maar ik werd niet gebeld door clubs, ik kreeg de plastic-industrie aan de lijn. Of ik niet hier op een symposium wilde spelen, of daar een interview over plastic wou geven. It was plastic this, plastic that, but not about my music.

'Daarom zeg ik: de muziekindustrie is een dierentuin. Ze zetten je in een kooi, en sommige lieden voelen zich er heel wel bij. Ze huren zelfs lui die op je moeten passen. Zodat je lui en vet kunt worden.'

Wat hij denkt van de Bird Award, die hem vorig jaar op het North Sea Jazz Festival werd toegekend? Coleman blijkt er niet veel belang aan te hechten - verrassend genoeg juist omdat de prijs genoemd is naar Charlie (Bird) Parker, de saxofonist wiens geluid Coleman niettemin - als hij wil - als geen ander tot leven kan wekken (zie de soundtrack van David Cronenberg's Naked Lunch).

'De Amerikaanse criticus Martin Williams zei me eens dat veel luisteraars twijfelden aan m'n capaciteiten. ''But I sit in front of you and I hear you playing Charlie Parker note for note.'' Hij spoorde me aan meer in Parker's stijl te spelen, omdat ik dat goed kon en mensen achterin de club dan zouden denken dat Parker zèlf op het podium stond. Dàt willen ze van je horen, zei hij. Maar daar heb ik nooit iets voor gevoeld. It's already been done.

'Voor David Cronenberg heb ik in één stuk in de bebop-stijl gespeeld. Ik heb hetzelfde gedaan voor de film Philadelphia van Jonathan Demme. Het was een duet in de titelsong, met Bruce Springsteen, maar ze hebben mijn solo van de band gehaald omdat ze hem te sterk vonden. Niet erg, want ik heb zelf de band nog.'

Hij bewaart hem bij andere nog niet geopenbaarde 'harmolodische' schatten in zijn hoofdkwartier in New York, waar zijn zoon en slagwerker Denardo de zakelijke belangen behartigt.

Hoewel Coleman onaangename jaren in New York doormaakte - begin jaren tachtig werd hij tweemaal in zijn studio door inbrekers gemolesteerd - houdt de stad een bijzondere betekenis voor hem. 'New York is voor mij geen jazzstad. I think of New York as a city where a minority is not a minority because he was born a minority.' De in Manhattan woekerende discussies rondom het 'neo-conservatieve' jazz-offensief van Wynton Marsalis en Stanley Crouch gaan langs hem heen. 'Soms proberen mensen me in die controverse te betrekken, maar dat lukt ze niet. I'm not trying to dominate a territory in order to have a value.'

En nu begint de saxofonist haast te knikkebollen: 'Er is maar één publiek voor ons allemaal, en dat zijn de mensen op straat. Niemand weet wat die van binnen denken.'

Recente cd's:

Virgin Beauty. CBS/ Portrait 461193 2 (1988).

Naked Lunch. Music from the Original Soundtrack, composed by Howard Shore. BMG/ Milan 35614-2 (1992).

Beauty is a Rare Thing. The Complete Atlantic Recordings 1959-1961. Rhino/ Atlantic R2 71410 (1993).

Tone Dialling. Verve/ Harmolodic 0006120 (verschijnt 2 oktober).

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden