Geloof me: minder makkelijk eten maakt je gelukkig

Twee voorbeelden. Bij mij in de straat woont een visboer. Hij heeft een oranje bril die als een juk op zijn neus drukt....

Wat wil het geval? De man weet alles van vis. Wie oogt als een vis, heeft er verstand van. Zijn advies luidt: eet geen gefileerde vis. Die smaakt naar diepvries. Vis met graat is veel ‘smakelijker’.

Nu weet ik dat smaak sterk wordt beïnvloed door mooie woorden. Toch merk ik tijdens het eten van een gebakken schol die de graat nog bevat, dat de man zonder twijfel gelijk heeft. Gefileerde schol is zo natterig, zo dweilerig.

Ander voorbeeld. In de Scheveningse Bosjes groeien niet veel beuken. De boompopulatie wordt overheerst door kastanjes, eiken en klein gespuis. Beukenootjes zoeken in het Scheveningse Bos is als een tijgerjacht op de Veluwe. Een middag wroeten tussen de herfstbladeren levert hoogstens een jampotje beukennootjes op. U weet: beukennootjes zijn klein. Relatief neemt de schil daarom een onevenredig groot gedeelte van de noot in beslag.

U moet zich de sensatie voorstellen als dan eindelijk na een grauwe herfstmiddag zo’n petieterig nootje op de tong belandt.

Dat was wel anders toen ik een keer neerstreek op een terras in een dorpje in de Provence, alwaar een minimaal glaasje bier werd geserveerd in het gezelschap van een enorme stenen bak, tot de rand gevuld met beukennootjes, gepeld en al. Die dingetjes smaakten naar stukjes karton.

Er schiet me nog een derde voorbeeld te binnen.

Ik sprak met iemand in een tapasbar in Madrid. Het gesprek ging over dieren. Hij had het over een diersoort – ik meen dat het ging over de tapir. Mijn Spaans is niet zo goed. In ieder geval bleek het beest zich niet gelukkig te voelen in de dierentuin. De tapirs waren depressief. Toen kwam er een oppasser op het lumineuze idee om het eten niet in de voerbakken te deponeren, maar op een punt hoog in de kooi, waar het moeilijk te bereiken was. Het beest moest eerst moeite doen voordat hij iets te eten kreeg. En wat bleek? De tapir leefde nog lang en gelukkig.

Ik hoef u niet uit te leggen dat we in de rijke landen te veel eten. Tegelijk constateren we dat psychische depressie hoogtij viert.

Voor het eerst in de evolutie hoeven we nauwelijks moeite te doen om eten te bemachtigen. Maar ons lichaam is niet gewend om eten zomaar op een bordje gekwakt te krijgen.

Met al die stoommaaltijdjes en die kant-en-klare hapjes wordt het ons veel te gemakkelijk gemaakt. Supermarkten zouden op de hoogste etage van een flat gehuisvest moeten worden. Het trappenhuis moet omgebouwd worden tot een hindernisbaan.

Geloof me, dat is goed voor jullie. Daar worden jullie gelukkig van.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden